2020 – Einde aan de nazi fascisten bezetting in Europa?

2020 – Einde aan de nazi fascisten bezetting in Europa?

Zionisten/nazi fascisten Staat Amerika heeft zich sinds de tweede wereldoorlog ontwikkeld tot een globale wereldmacht. Dit blijkt o.a. daaruit, dat Zionisten/nazi fascisten Staat Amerika met ongeveer 1.000 steunpunten ca. 95 % van de wereldwijde buitenlandse militaire basissen exploiteert. Zionisten/nazi fascisten Staat Amerika is ook wereldwijd dominerend in de economische politiek.

Echter niet alleen de Amerikaanse zionisten trekpoppen regering, maar ook de financiële elite psychopaten heeft in de afgelopen eeuw een globaal imperium opgebouwd. Dit is echter niet zichtbaar voor de gemeenschap, zijn macht overtreft echter verreweg die van zionisten staat Amerika. In de grond van de zaak is dit op de achtergrond werkende financiële imperium gebaseerd op drie zuilen:

  • De eerste zuil is het wereldwijde systeem van Centrale Banken. Centrale banken zijn verantwoordelijk voor het monetaire beleid in een land of valutazone. Hier is het belangrijk te begrijpen dat het bij bijna alle wereldwijd bestaande Centrale Banken niet gaat om instellingen van de staat, maar om privé gecontroleerde banken.
    In de uitzending “De controle van de Rothschilds” werd aangetoond dat bijna alle wereldwijd bestaande Centrale Banken worden gecontroleerd door de nazi familie Rothschild. Dit stelt de financiële elite psychopaten in staat om economische crisissen te veroorzaken in één land of zelfs wereldwijd.

Slechts vier landen konden zich tot nu toe onttrekken aan deze nazi fascistische controle. Het zijn Cuba, Noord-Korea, Iran en Syrië! Zoals in de uitzending “Financiële crashes – een strategie van de financiële elite” werd bewezen, zijn bv. de bankencrisis van 1920 in Amerika, de Amerikaanse financiële crisis van 1929 en ook de financiële crisis van 2008 doelgericht veroorzaakt door de Amerikaanse Corrupte Centrale Bank FED. Rusland in 1998 en Argentinië in 2001 werden eveneens door het monetaire beleid van hun centrale bank in een diepe economische crisis gestort. Bij al deze ”crisissen” profiteerde alleen de financiële elite die daardoor haar macht en haar rijkdom enorm vergrootte. De bevolking daarentegen werd in nood en armoede gestort.

  • De tweede zuil is het Internationaal Maffia Fonds (IMF). Momenteel zijn, op zeven landen na (waaronder Cuba en Noord-Korea), alle landen van de wereld lid van het IMF. Door de extreme toename van de overmatige schuldenlast van de nationale begrotingen wereldwijd is de overgrote meerderheid van de landen nu afhankelijk van leningen van het IMF. Dit is de enige mogelijke kredietverstrekker voor landen in financiële moeilijkheden. Om dergelijke leningen te verkrijgen, legt het IMF echter strenge bezuinigingsmaatregelen op om de terugbetaling van de schuld voor zichzelf en de internationale banken te handhaven. Ze tast de soevereiniteit van de staten dan ook ernstig aan, waardoor deze hun financiële, economische en politieke zelfstandigheid verliezen.

Volgens economisch expert Ernst Wolff zijn de eisen van het IMF te vergelijken met een rooftocht, “om de belangen van de superrijken te dienen”. Ze hebben zwaarwegende gevolgen: nood en ellende bij de bevolking en hoge winsten voor internationale investeerders.

  • De derde zuil van dit imperium wordt gevormd door de nazi fascistische Amerikaanse regering. Volgens de onthullingen van de voormalige agent van de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst NSA, John Perkins, dient de Amerikaanse politiek de belangen van de internationale concerns. Zoals blijkt uit een studie van de ETH Zürich (Zwitserse Technische Hogeschool Zürich), zijn deze door wederzijdse participatie zeer nauw met elkaar verweven en worden gecontroleerd door de financiële wereld. Daarmee is de Amerikaanse regering quasi een handlanger van de financiële elite. Door de economische en ook militaire macht van Zionisten Staat Amerika werden de landen van de wereld zo systematisch gedwongen zich te onderwerpen aan de belangen van de financiële elite psychopaten.

Presidenten, die bv. de macht van de concerns inperken ten gunste van hun eigen mensen, hun land beschermen tegen uitbuiting of de onafhankelijkheid van hun Centrale Bank willen behouden, werden ofwel vermoord in geheime operaties door de Amerikaanse inlichtingendienst, ofwel door een staatsgreep of heel openlijk door een Amerikaanse militaire interventie uit de macht ontzet. Hier heeft nazi fascistisch Amerika een lang en bloedig spoor nagelaten in de geschiedenis:

1953 staatsgreep tegen premier Mohammad Mossadegh in Iran
1954 staatsgreep tegen president Jacobo Árbenz-Guzmán van Guatemala
1960 Moord op Patrice Lumumba, de eerste minister-president van Congo
1961 Poging tot invasie om premier Fidel Castro in Cuba omver te werpen
1961 Kong Le in Laos uit de macht gezet
1963 militaire staatsgreep tegen NgôĐìnhDiệm in Zuid-Vietnam 1963 militaire staatsgreep tegen president Juan Bosch in de Dominicaanse Republiek
1964 Militaire staatsgreep tegen president João Goulart in Brazilië
1964 Putsch tegen president Víctor Paz Estenssoro in Bolivia
1965 Putsch tegen president Achmed Sukarno in Indonesië
1966 Putsch tegen president Juan Bosch in de Dominicaanse Republiek
1967 militaire staatsgreep tegen Georgios Papandreou in Griekenland
1973 Militaire staatsgreep tegen president Salvador Allende in Chili
1975 Staatsgreep tegen president Juan Alasco Alvarado in Peru
1981 Moord op president Roldos Aguilera in Ecuador 1981 Moord op Omar Torrijos leider van Panama

1983 Amerikaanse invasie in Grenada na de moord op premier Maurice Bishop
1989 Amerikaanse invasie van Panama en afzetting van machthebber Manuel Noriega
1981-1990 Amerikaanse interventies in de Contra-oorlog tegen de Sandinisten in Nicaragua
1991 Militaire staatsgreep tegen president Jean-Bertrand Aristide in Haïti
1991 door Amerika geleide militaire interventie tegen president Saddam Hoessein in Irak
1999 Kosovo-oorlog – militaire inzet van de NAVO onder oppercommando van Amerika
2001 Door Amerika geleide militaire interventie in Afghanistan tegen de Taliban
2002 Mislukte putschpoging tegen de president van Venezuela Hugo Chávez
2003 Rozenrevolutie en omverwerping van president Eduard Sjevardnadze in Georgië
2003 Irak oorlog, die leidde tot de executie van president Sadam Hoessein in 2006…
2005 Tulpenrevolutie en omverwerping van president Askar Akajev in Kirgizië
2011 Door Amerika geleide militaire interventie tegen Libië en illegale moord op staatshoofd Muammar al-Kadhafi,
sinds 2011 oorlog in Syrië en mislukte omverwerping van president Bashar al-Assad.
2014 omverwerping van de regering in Oekraïne tegen president Viktor Janoekovitsj.

De spoorweg naar Oświęcim was een Amerikaanse spoorweg!

De ”vrede” is sinds 1945 onder leiding van de Verenigde Nazi’s niet zo bloedig geweest. Het enige wat het heeft opgeleverd is een meest discriminerende ”land” in de wereld, illegale Zionisten Staat Israël, en het grootste concentratiekamp – Gaza – in de wereld na de Holocaust industrie BV – een onderneming met grootaandeelhouders de Verenigde Zionisten Staten, Engeland en Nederland -die nodig was om de illegale Zionisten Staat Israël te stichten.

Precies dezelfde patronen kunnen worden waargenomen in de huidige ”crisissen” tussen Zionisten/nazi fascisten Staat Amerika en Venezuela, Noord-Korea, Cuba en Iran. Dit komt omdat deze regeringen internationale concerns geen toegang geven tot de hulpbronnen van hun land. Ook de Centrale Banken van Noord-Korea, Cuba en Iran staan (nog) niet onder de controle van nazi fascistische de Rothschilds.

Daarom zullen deze conflicten – net als de Amerikaanse conflicten met Afghanistan, Irak en Libië, waarvan de banken vóór de Amerikaanse interventie ook onafhankelijk van de nazi fascistische Rothschild bank waren – waarschijnlijk niet tot rust komen zolang de bestaande regeringen niet omver worden geworpen en vervangen door marionetten regeringen, net als de ”regeringen” die lid zijn van de Europese Nazi Fascisten Unie!.

Op grond van deze aangetoonde samenhangen kan men ervan uitgaan dat veel toekomstige conflicten, het omverwerpen van de regeringen en ook elke economische of financiële crisis de handtekening van de internationale financiële elite psychopaten zullen dragen. Ze handelen daarbij als een misdaadsyndicaat, dat geen geweten en geen moraal heeft en dat hele volken in het verderf stort voor macht en geld. Het wordt tijd dat er een einde komt aan deze criminele intriges en dat zij, in politiek en media, die hiervoor verantwoordelijk zijn ter verantwoording worden geroepen.

Een goed begin zou een bindend referendum over een Nexit zijn waarbij we zonder dwangmaatregelen de anti democratische Europese Nazi Fscisten Unie zo spoedig mogelijk verlaten, en de oprichters, en landverraders kunnen berechten en straffen volgens Artikel 93. Vrijheid is een groot goed.

Geplaatst in Bilderberg, Dictatuur, Maatschappij, Nazi/Fascisten, Ongemakkelijke waarheid, Politiek, Vaticaan, Zionisten | Een reactie plaatsen

Al-Qaeda’s luchtmacht? Erdogan beschermt de HTS in Idlib, bedreigt het oprukkende Syrische leger…

Al-Qaeda’s luchtmacht? Erdogan beschermt de HTS in Idlib, bedreigt het oprukkende Syrische leger…

De afgelopen maanden hebben het Syrische Arabische leger (SAA) en zijn Russische bondgenoten zich in het hart van de Idlib-provincie – het laatste nog bestaande Amerikaans/Europees terroristische bolwerk in Syrië – opgewerkt. Niet iedereen is blij met de poging van Damascus om zijn eigen territoriale gebieden in het noorden te heroveren, niet in de laatste plaats de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die nu de SAA en zijn bondgenoten met militair geweld bedreigt als ze doorgaan met operaties om de Turkse en door de Verenigde Zionisten Staten en haar corrupte vazallen gesteunde terroristische krachten te verdrijven die zich momenteel in Idlib en het naburige Afrin verschuilen.

De inzet is de afgelopen 24 uur toegenomen, nadat Turkije beweerde dat de SAA 6 van zijn “soldaten” had gedood en vele anderen had verwond, nadat ze onder zwaar vuur waren komen te liggen van de SAA. Dit incident komt na berichten over een groot Turks militair konvooi dat Idlib was binnengekomen via de “Kafr Loosen”-oversteekplaats, zogenaamd om te helpen ‘toezicht te houden op een staakt-het-vuren’ vanuit een van de vele (en steeds beruchtere) “observatieposten” die zijn bezaaid met posities van de terroristische groepering Hay’at Tahrir al-Sham* (HTS), voorheen bekend als Jabhat al-Nusra* (al-Qaeda* in Syrië). (* Merk namen die waarschijnlijk door Amerika en haar corrupte vazallen staten wettelijk? zijn geregistreerd)

Volgens de Russische militairen slaagde Turkije er niet in om Rusland en Syrië via de juiste kanalen op de hoogte te brengen van zijn konvooibewegingen in het Syrische Idlib-gouvernement, waardoor de Turkse voertuigen door SAA-granaten werden geraakt.

Al-Qaeda’s luchtmacht boven Syrië

Het Turkse ministerie van Defensie heeft vandaag een verklaring afgelegd waarin het beweert dat zijn strijdkrachten in het noorden van Syrië onder zwaar artillerievuur zijn gekomen en dat zijn strijdkrachten sindsdien represailles hebben genomen door “niet-gespecificeerde” SAA-doelen in het gebied aan te vallen. Tot nu toe zijn deze berichten onbevestigd. Als het waar is, dan vervult Turkije, dat lid is van de Noord Atlantische Terroristen Organisatie, nu de functie van Al-Qaeda’s* luchtmacht boven Syrië.

Sultanisme: Erdogan heeft regionale ambities om Turkije weer een keizerlijke speler te maken.

In het kader van het Astana-vredesproces hebben de belanghebbenden Rusland, Turkije en Iran allemaal ingestemd met een aangewezen “de-escalatiezone” in Idlib om de gevechten in de regio te kalmeren en het verkeer van vluchtelingen en ontheemden (binnenlandse ontheemden) te helpen opvangen. Helaas hebben Turkse en door de VZS/Europa gesteunde terroristische krachten de de-escalatiezones op een handige manier in kaart gebracht om de Syrische regeringstroepen aan te vallen en een sfeer van destabilisatie in stand te houden, waardoor de status quo van de terroristische bezetting in het kantwerk is gehandhaafd. Turkije staat duidelijk aan boord van deze alternatieve agenda en steunt de HTS en andere terroristische groeperingen waar dat mogelijk is.

Vreemd genoeg claimt Turkije nog steeds de heerschappij over soeverein Syrisch grondgebied en beweert het nu ten onrechte dat de vorderingen van de SAO in zijn eigen land een toevloed van vluchtelingen in Turkije zullen veroorzaken en dat daarom alle vorderingen van Syrië om zijn eigen land te heroveren, moeten worden stopgezet om “de vluchtelingen te redden”. Het is duidelijk dat dit ondertussen een versleten truc is, die zowel Turkije als de Verenigde Zionisten Staten en zijn corrupte coalitiepartners ad nauseum hebben gebruikt – om te voorkomen dat Syrië het hele land bevrijdt.

Een van de grootste problemen met het verhaal van Turkije is dat het steeds moeilijker wordt om te vertellen wie wel en wie niet deel uitmaakt van de steeds wisselende strijdkrachten van Turkije. Onlangs heeft Ankara het voormalige Vrije Syrische Leger (FSA) officieel geabsorbeerd onder zijn militaire vleugel, maar om de zaken nog verwarrender te maken wordt deze nieuwe in Turkije gevestigde divisie (die voornamelijk bestaat uit westerse en door de Golfstaten gesteunde terroristen) misleidend The Syrian National Army (SNA) genoemd, vermoedelijk om een militaire vleugel van de Syrische oppositie in ballingschap te vertegenwoordigen, die momenteel in Istanboel is gevestigd.

Zoals wij in 2019 onthulde, heeft dit nieuwe SNA talrijke ISIS en al Qaeda in zijn gelederen. Nieuw verslag: Bewijs van de Turkse oorlogsmisdaden in Syrië en ISIS leden binnen de gelederen van het land.

Ook in Libië, waar Turkije de in Tripoli gevestigde regering van het nationale akkoord steunt en huurlingen (voormalige FSA-terroristen, nu onder de vlag van SNA) naar Libië heeft gestuurd om een offensief onder leiding van generaal Khalifa Haftar in januari te helpen afweren, zijn beschuldigingen van de inzet van terroristen naar voren gekomen.

Het lijdt geen twijfel dat het toenemende gebruik van terroristische brigades door Turkije zijn legitimiteit als NOORD ATLANTISCHE TERRORISTEN ORGANISATIE-lid aantast. (Of juist de werkelijke aard aantoont van deze ”legitieme terroristen” organisatie die samen met een nog grotere criminele organisatie samenwerkt = de Verenigde Nazi’s)

Vragen over de vermeende ‘vergelding’ van Turkije tegen de SAO in Idlib

Kort na de woordenwisseling van gisteravond meldden de westerse door zionisten gecontroleerde mainstream media dat 13 Syrische troepen door Turkije waren gedood, terwijl Erdogan zelf aankondigingen vrijgaf waarin hij beweerde dat zijn troepen zo’n 30 of meer soldaten van het Syrische leger hadden gedood in vergelding lucht- en artillerieaanvallen tegen SAA-posities. Zowel Syrische als Russische functionarissen hebben echter tot nu toe gemeld dat een dergelijke Turkse reactie niet heeft plaatsgevonden. Syria News meldt:

Het Turkse ministerie heeft, net als zijn president, gelogen tegen zijn volk door toe te voegen: de Turkse strijdkrachten reageerden op de aanval en vernietigden ‘vijandige doelen’ in Idlib, met de bewering dat de Syrische strijdkrachten de aanval uitvoerden ondanks dat ze vooraf op de hoogte waren van de positie van de Turkse strijdkrachten.

De enige reactie was dat het Turkse oorlogsministerie klaagde bij het Russische Verzoeningscentrum in Syrië, dat op zijn beurt antwoordde dat ze geen geavanceerde informatie hadden over de Turkse troepen die Syrië binnenkwamen, niet met hen gecoördineerd waren, en dat ze geen Turkse vergelding hebben geregistreerd en zeker geen Turkse straaljagers die het luchtruim van Syrië schenden”.

De dubbelzinnigheid in de berichtgeving over Turkije toont aan dat Ankara nu worstelt met de pr-oorlog, omdat zijn internationale reputatie onder vuur blijft liggen.

De afgelopen jaren heeft de Syrische president Bashar al-Assad consequent gezworen dat “elke centimeter van Syrië zal worden bevrijd”.

De vraag blijft nu: hebben Ankara en nazi fascistisch politbureau Washington wel eens geluisterd?

Geplaatst in Al Qaida, Bilderberg, Maatschappij, Nazi/Fascisten, Oorlogsmisdadiger(s), Politiek, Zionisten | Een reactie plaatsen

CETA en de Corrupte EU – Beschamend

CETA en de Corrupte Europese Nazi Fascisten Unie – Beschamend

MET HET MOGELIJK OVERSTAG GAAN VAN DE CHRISTENUNIE – U WEET WEL DE CHRISTENEN DIE NA 75 JAAR NOG STEEDS INNIGE BANDEN ONDERHOUDEN MET DE NAZI’S – MOETEN NAZI BILDERBERG KAAG STEUNEN OM DE CETA DOOR ONS ”TREKPOPPEN” PARLEMENT TE LEIDEN, IN OPDRACHT VAN HET EUROPEES NAZI FASCHISTEN POLITBUREAU IN BRUSSEL.

Dit is zo’n belangrijke zaak dat een BINDEND REFERENDUM noodzakelijk maakt in plaats het over te laten aan incompetente CORRUPTE LIEDEN die zich  ”VOLKSVERTEGENWOORDIGERS” Laten noemen. Nazi Bilderberg Kaag heeft ”belooft” om waarborgen voor de voedselveiligheid met haar nazi Bilderberg trekpop Trudeau & Co te bespreken. Zoals verwacht gaat de ChristenUnie weer gewillig mee met de nazi fascisten.  Tijd voor ARTIKEL 93 !! Waar een geldboete niet bespreekbaar is!!

machtsgreep-300x177Het zit er bovenarms op tussen de Europese Nazi Fascisten Unie, Canada en de Waalse politieke meerderheid. Oorzaak is het handelsverdrag van de Europese Nazi Fascisten Unie met Canada, CETA genaamd, het Comprehensive Economic and Trade Agreement, waartegen de Waalse en Franstalige regeringen zich (terecht) blijven verzetten.

Het veruit grootste en min of meer enige knelpunt is de kwestie van de arbitrage bij geschillen tussen Europese corrupte overheden en bedrijven uit Canada. En uiteraard vice versa.

Motie van wantrouwen

Nu zijn bij geschillen tussen de Belgische overheid en een Canadese onderneming alleen Belgische rechtbanken, vooral handelsrechtbanken, bevoegd. Die wil men via CETA uitschakelen door gebruik te maken van een speciale rechtbank, de arbitragerechtbank die niet exclusief Belgisch is.

Wat toch op zijn minst eigenaardig is. Het betekent voor de (R)overheid dat ze in soms zeer belangrijke kwesties, die bijvoorbeeld van volksgezondheid rond de anti tabaks-wetgeving, haar finale zeggenschap overdraagt aan een minstens deels buitenlands tribunaal.

Wat toch niet kan. Waarom hebben we dan een parlement, een regering, rechtbanken en verkiezingen als we de finale controle verliezen over bijvoorbeeld dergelijke voor de gezondheid essentiële wetgeving. Het is bovendien een openbare motie van wantrouwen tegen ons rechterlijk systeem en de magistraten die het bemannen. Waar in ‘s hemelsnaam zijn deze Europese Nazi Fascisten Unie en Canada mee bezig?

Paul Magnette - 1

Welke beweegreden Paul Magnette (PS), minister-president van het Waalse gewest en burgemeester van Charleroi, voor zijn verzet ook mag hebben, zijn actie zorgde eindelijk voor een reëel publiek debat over dit toch zeer belangrijk akkoord. Een zaak die men bij de Zionisten trekpoppen in de Europese Nazi Fascisten Unie eerst zelfs binnenkamers wou houden, ver weg van het publiek. Democratie zegt men dan.

Het is in de praktijk gewoon het weggeven van de controle op onze wetgeving aan multinationale bedrijven. Zij gaan zo wel geen volledige zeggenschap hebben maar hun macht gaat exponentieel toenemen. Dit terwijl onze belastingwetgeving nu al een schertsvertoning is waarbij de groten en machtigen van deze wereld, de multinationals en hun eigenaars, net als de Zionisten trekpoppen in politbureau Brussel geen belastingen meer betalen. De vampiers der samenleving.

Merkwaardig daarbij is dat heel die discussie rond CETA pas begonnen is na het eenzame Franstalig Belgische verzet. Zonder hun non was dit cruciaal stuk wetgeving gepasseerd zonder enige degelijke discussie in welk corrupt parlement dan ook. En ook de corrupte media zwegen zoveel als maar kon. Een traditie voor onze trekpoppen parlementen en corrupte media die alleen nog maar napraten en doen wat de machtige multinationals willen.

Belangenvermenging

Even merkwaardig is dat de eerste toegeving van de Europese Nazi Fascisten Unie aan de Franstalige Belgische regeringen was dat men zou zorgen dat de in die rechtbank als magistraat zetelende advocaten niet aan belangenvermenging zouden doen. Bijvoorbeeld een zelfde advocatenkantoor dat bedrijf X steunt en die ook een ‘rechter’ heeft in die uitzonderingsrechtbank. Dat zat er dus eerst in!

Nu na een tweede toegeving van de EU en Canada zou men alleen nog slechts beroepsrechters hiernaar afvaardigen. Onzin. Een geschil tussen onze overheid en bijvoorbeeld het Canadese voedselvergiftigingsbedrijf Cargill, een monopolist in de landbouwsector, moet door onze handelsrechtbanken worden beslecht. Dat is hun taak en tot heden zijn er hier behoudens de nu eenmaal onvermijdbare schandalen nooit problemen gerezen.

De indruk bestaat dus dat men die internationale handelsverdragen alleen maar maakt, niet om de handel of de tewerkstelling te bevorderen maar gewoon om zo de macht van de machtigen nog exponentieel te vergroten. Dat de corrupte Zionisten trekpoppen regeringen dit zelf doen toont nogmaals aan hoe groot de macht der multinationals is.

Men durfde toen de ruzie losbrak bij de EU zelfs nog te zeggen dat men zou zorgen dat kmo’s ook wel toegang tot die uitzonderingsrechtbank zouden krijgen. Want, stelt men bij de EU, als ze winnen krijgen ze hun normaal onbetaalbare advocatenkosten integraal terug. Als ze winnen.

Dat men dat soort onzin bij de EU durft te beweren is gewoon pure schande. Welke kmo die bijvoorbeeld deuren of peren naar Canada uitvoert gaat hiervoor mogelijks miljoenen euro’s aan advocatenkosten riskeren? Geen enkele, en dat weet men bij de EU uiteraard maar al te goed. Met andere woorden: Ze blijven Jan Modaal bedriegen.

De ongekozen Zionisten Barroso en Juncker

Maar als we weten dat de vorige ongekozen Europese Commissievoorzitter Manuel Barroso nu werkt voor Goldman Sachs, de oppermachtige Amerikaanse zakenbank en manipulator achter de schermen van zowel de bankencrisis als die rond de euro iets later,  dan wekt dit ook geen verbazing.

Juncker Nazi linkEn het is toch huidig ongekozen Nazi Bilderberg trekpop + Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker die er als Luxemburgs premier voor zorgde dat multinationals geen belastingen moeten betalen.

Het lekte uit voor hij tot voorzitter verkozen werd maar bleek geen beletsel voor zijn benoeming. En dan verbaasd zijn dat de EU een probleem van geloofwaardigheid heeft en dat allerlei populistisch crapuul genre Geert Wilders of het Britse UKIP bij de bevolking goed scoren.

 

Ondertussen zijn er nieuwe ongekozen nazi Bilderberg trekpoppen geïnstalleerd die de verdere afbraak moeten voortzetten.

 

ODVN - Logo

Geplaatst in Dictatuur, Economie, Europese Unie, NWO, Politiek, Wereldoorlog 3 | Een reactie plaatsen

Hoe het machtige olie kartel de wereld veroverde (3)

Hoe het machtige olie kartel de wereld veroverde (3/3)

In de negentiende eeuw waren spoorwegcomplotten en roofprijzen genoeg geweest om het monopolie van de olieboeren veilig te stellen. Maar tegen de tijd dat de Britse kroon, de Nederlandse ”koninklijke” familie, de Rothschilds en de andere Europese olieboeren het Midden-Oosten en het Verre Oosten in het begin van de twintigste eeuw openstelden voor olie-exploratie, was het doel niet langer het maximaliseren van de winst of het beheersen van de olie-industrie. Het was niet eens de bedoeling om de internationale diplomatie te controleren. Het was om de wereld zelf te controleren en vorm te geven. Zijn middelen. Zijn omgeving. En zijn mensen.

Om dit doel te bereiken, zou de oligarchie een facelift nodig hebben.

In het huidige tijdperk, met de Rockefeller naam nu meer geassocieerd met Rockefeller Plaza of Rockefeller University dan met Standard Oil, is het moeilijk te begrijpen hoe gehaat John D. was in zijn eigen tijd. Hij was het hoofd van de Standard Oil Hydra, een octopus die de wereld in zijn tentakels wurgt, een moordenaar die de concurrenten uit de bloem van zijn oliemonopolie snoeit. Als een van de rijkste mannen die de wereld ooit gekend had, was hij een gemakkelijk doelwit voor de frustraties van de gemiddelde werkende man en een magneet voor de armen die hulp zochten.

Judith Sealander, historicus: ”Hij ontving gemiddeld 50.000 tot 60.000 brieven per maand, waarin om zijn hulp werd gevraagd. Tientallen mensen volgden hem op straat. Letterlijk, menigte stond rond de kantoren van Standard Oil te wachten tot hij naar buiten kwam. Kleine kinderen, pijnlijk dun, huilend op straat en zo. Rockefeller voelde zich overweldigd”.
BRON: De Rockefellers

Belaagd door de onderdrukten, veracht door de werkende man, opgejaagd door Ida Tarbell en de Muckraking press, had John D. de moeder van alle PR-problemen. Het antwoord was eenvoudig: vind de PR-industrie uit. Hij huurde Ivy Ledbetter Lee in, een journalist-verdraai expert die de moderne PR-industrie uitvond, om het bezoedelde imago van de Rockefellers op te poetsen. Het was Lee die voorstelde om de familienaam aan Rockefeller Center te geven en John D. te filmen tijdens het uitdelen van dubbeltjes in het openbaar.

Een vroege meester in public relations, Lee gebruikte de media die de muckrakers hadden gebruikt om Rockefeller te schande te maken, om hem tot een sympathieke figuur te maken. Ivy Lee herkende al vroeg de kracht van het nieuwe bewegende beeld en gebruikte de bioscoop journaals om een opmerkelijk welwillende Rockefeller te laten zien.

Peter Collier: Toen Ivy Lee zijn publieke imago begon te beheersen, werd hij vreemd genoeg een soort Amerikaans karakter, en de mensen warmden zich op een bizarre manier voor hem op. Het was alsof Frankenstein losjes rond liep in New York City of zoiets, met een stok en een lange hoed.

Deze PR-stunts lijken naar huidige maatstaven voor de hand te liggen maar waren toen  effectief genoeg: Tot op de dag van vandaag laten mensen Dimes achter op de stenen marker aan de voet van de 70 voet Egyptische obelisk die boven John D.’s laatste rustplaats in Cleveland’s Lake View Cemetery uittorent. Maar het was niet zo’n geënsceneerde fotomoment dat Rockefeller in een publieke held veranderde.

Om het publiek voor zich te winnen, zou hij hen moeten geven wat ze wilden. En wat ze wilden was niet moeilijk te begrijpen: geld. Maar net zoals zijn vader, Devil Bill, hem had geleerd om te doen in al zijn zakelijke transacties, zorgde Rockefeller ervoor dat het beter met hem ging. Hij zou zijn grote rijkdom “doneren” aan de oprichting van openbare instellingen, maar die instellingen zouden worden gebruikt om de samenleving naar zijn hand te zetten.

Zoals elke toekomstige heerser door de geschiedenis heen heeft ingezien, moet de maatschappij van de grond af aan worden getransformeerd. De Amerikanen in de 19e eeuw waardeerden nog steeds het onderwijs en de intellectuele bezigheden, waarbij de volkstelling van 1840 niet verrassend vond dat de Verenigde Staten – een natie die was gemobiliseerd door traktaten als Thomas Paine’s opmerkelijk populaire Common Sense – een natie van lezers was, met een opmerkelijke 93% tot 100% alfabetiseringsgraad. Voor de eerste leerplichtwetten in Massachusetts in 1852 was het onderwijs privé en gedecentraliseerd, en als gevolg daarvan was het klassieke onderwijs, met inbegrip van de studie van Grieks en Latijn en een stevige basis in de geschiedenis en de wetenschap, wijdverbreid.

Maar een natie van individuen die voor zichzelf konden denken was een anathema voor de monopolisten.

De oligarchen hadden een massa gehoorzame arbeiders nodig, een hele klasse van mensen wiens intellect net genoeg ontwikkeld was om hen voor te bereiden op het leven van gezwoeg in een fabriek. In het midden stapte John D. Rockefeller met zijn eerste grote daad van publieke liefdadigheid: de oprichting van de Universiteit van Chicago.

Hij werd daarbij geholpen door Frederick Taylor Gates, een baptistische dominee waarmee Rockefeller in 1889 bevriend raakte en die de meest vertrouwde filantropische adviseur van John D. zou worden. Gates zou verder gaan met het schrijven van een korte tekst, “The Country School of Tomorrow“, waarin het Rockefeller-plan voor het onderwijs werd uiteengezet:

In onze droom hebben we onbeperkte middelen, en de mensen geven zich met perfecte volgzaamheid over aan onze vormende hand. De huidige onderwijsconventies vervagen uit onze geest; en, ongehinderd door de traditie, werken we onze eigen goede wil op een dankbaar en ontvankelijk volk. We zullen niet proberen om van deze mensen of hun kinderen filosofen of mensen van de wetenschap te maken. Wij zullen niet uit hun midden auteurs, redenaars, dichters of literatoren opvoeden. We zullen niet zoeken naar embryo’s van grote kunstenaars, schilders, muzikanten. We zullen ook niet de bescheidener ambitie koesteren om uit hun midden advocaten, dokters, predikers, politici, staatslieden op te voeden, van wie we nu een ruim aanbod hebben“.

Hoewel Rockefeller’s middelen niet bepaald onbegrensd waren, hadden ze dat net zo goed kunnen zijn. In 1902 richtte hij de General Education Board op om de visie van Gates voor de plattelandsschool van morgen te helpen implementeren met een duizelingwekkend bedrag van 180 miljoen dollar.

De invloed van Rockefeller op het onderwijs was vrijwel onmiddellijk voelbaar en werd versterkt door de hulp van collega-monopolisten uit die tijd, die het onderwerp van de filantropie vanuit dezelfde invalshoek benaderen.

Hoewel het meest bekend als een staalmagnaat, begon Andrew Carnegie’s fortuin op de spoorwegen die Rockefeller’s Standard Oil door het land vervoerden en werd het sterk vergroot door een lucratieve investering in onroerend goed in de buurt van Oil Creek die zorgde voor een gestage, winstgevende olieverkoop. In 1905 richtte hij de Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching op, een belastingvrije stichting waarmee Carnegie en zijn aangestelde de ontwikkeling van het onderwijssysteem in de Verenigde Staten, en uiteindelijk wereldwijd, konden sturen. In 1910 volgde Rockefeller het voorbeeld met de Rockefeller Foundation, die de belastingvrije koepelorganisatie werd voor zijn filantropische ambities.

Toen het Reece-comité – een onderzoek van het Congres naar de activiteiten van deze belastingvrije stichtingen in de jaren vijftig van de vorige eeuw – ontdekte, kwam Carnegie’s Endowment al snel in contact met Rockefellers Foundation met een voorstel: om samen te werken aan hun gezamenlijke wens om het Amerikaanse onderwijssysteem naar hun eigen beeld te transformeren. Norman Dodd, de onderzoeksdirecteur van de congrescommissie die toegang kreeg tot de notulen van het bestuur van Carnegie’s Endowment, legt uit:

Ze benaderen de Rockefeller Foundation met een suggestie: dat deel van het onderwijs dat als binnenlands zou kunnen worden beschouwd, zou door de Rockefeller Foundation moeten worden afgehandeld, en dat deel dat internationaal is, zou door de Endowment moeten worden afgehandeld.

Zij besluiten dan dat de sleutel tot het succes van deze twee operaties ligt in de wijziging van het onderwijs van de Amerikaanse geschiedenis. Ze benaderen dus vier van de toen meest prominente leraren van de Amerikaanse geschiedenis in het land – mensen als Charles en Mary Byrd. Hun suggestie aan hen is: “Zullen ze de manier waarop ze hun onderwerp presenteren veranderen”? En, ze worden afgewezen, platvloers.

Dus besluiten ze dat het nodig is dat ze doen wat ze zeggen, dat wil zeggen “onze eigen stal van historici bouwen.” Vervolgens benaderen ze de Guggenheim-stichting, die gespecialiseerd is in beurzen, en zeggen: “Als we jonge mannen vinden die aan het studeren zijn voor een doctoraat op het gebied van de Amerikaanse geschiedenis, en we vinden dat ze het juiste kaliber zijn, wilt u hen dan beurzen toekennen op onze zegswijze? En het antwoord is: “Ja.”

Dus, onder die voorwaarde, verzamelen ze uiteindelijk twintig (20), en nemen ze deze twintig potentiële leraren in de Amerikaanse geschiedenis mee naar Londen. Daar worden ze geïnformeerd over wat er van hen wordt verwacht – wanneer, zoals, en als ze afspraken maken in overeenstemming met de doctoraten die ze zullen hebben verdiend.

Die groep van twintig historici wordt uiteindelijk de kern van de American Historical Association. En dan, tegen het einde van de jaren twintig, verleent de Endowment de American Historical Association $400.000 voor een studie van de Amerikaanse geschiedenis op een manier die aangeeft waar dit land naar uitkijkt, in de toekomst.

Dat mondt uit in een studie van zeven delen, waarvan het laatste deel natuurlijk in wezen een samenvatting is van de inhoud van de andere zes. De essentie van het laatste deel is dit: de toekomst van dit land behoort tot het collectivisme, beheerd met de kenmerkende Amerikaanse efficiëntie.
BRON: Norman Dodd interview

Met deze basis voor transformatie stevig verankerd, zijn de Rockefeller Foundation en de gelijkgestemde organisatie begonnen aan een programma dat zo ambitieus is dat het bijna het begrip tart.

Ze hebben de praktijk van de geneeskunde getransformeerd.

Zoals gebruikelijk, waren de oligarchen die deze verandering financierden er ook om van te profiteren, en opnieuw nam John D. zijn voorbeeld aan “Devil” Bill. William Rockefeller had zijn merk slangenolie “Nujol” genoemd, voor “nieuwe olie”, en Standard Oil had “Nujol” afgesponnen als laxeermiddel onder hun Stanco-dochteronderneming. Vervaardigd op hetzelfde terrein als “Flit,” een insecticide ook afgeleid van Standard Oil’s bijproducten, “Nujol” verkocht bij de drogist voor 28 cent per zes ons flesje; het kostte Standard Oil minder dan een vijfde van een cent om te vervaardigen. De geneesmiddelen boden een lucratieve nieuwe kans voor de oligarchen, maar in een draai-van-de-eeuw – dat nodig was omdat Amerika dat nog grotendeels gebaseerd was op natuurgeneeskundige kruidenremedies, was het een taaie verkoop. De oligarchie ging aan het werk om dat te veranderen.

In 1901 richtte John D. het Rockefeller Instituut voor Medisch Onderzoek op. Het instituut rekruteerde Simon Flexner, een professor in de pathologie aan de Universiteit van Pennsylvania, om als directeur te dienen. Zijn broer, Abraham, was een opvoeder die door de Carnegie Foundation werd gecontracteerd om een verslag te schrijven over de toestand van het Amerikaanse medische onderwijssysteem. Zijn studie, The Flexner Report, en de honderden miljoenen dollars die de Rockefeller en Carnegie Foundations de komende jaren aan medisch onderzoek zouden besteden, resulteerden in een ingrijpende herziening van het Amerikaanse medische systeem. Natuurgeneeskundige en homeopathische geneeskunde, medische zorg gericht op niet-octrooieerbare, oncontroleerbare natuurlijke remedies en kuren werd nu afgedaan als kwakzalverij; alleen de op medicijnen gebaseerde allopathische geneeskunde die dure medische procedures en langdurige ziekenhuis verblijven vereist, moest serieus worden genomen.

Het fortuin van Carnegie, Morgan en Rockefeller financierde chirurgie, bestraling en synthetische drugs. Zij zouden de economische fundamenten van de nieuwe medische economie worden.

G. Edward Griffin: De overname van de medische industrie werd bereikt door de overname van de medische scholen. Nou, de mensen waar we het over hebben, Rockefeller en Carnegie, in het bijzonder, kwamen in beeld en zeiden: “We zullen geld inbrengen.” Ze boden enorme hoeveelheden geld aan de scholen die bereid waren met hen samen te werken. De donateurs zeiden tegen de scholen: ‘We geven jullie al dit geld, zou het nu te veel gevraagd zijn als we enkele van onze mensen in jullie Raad van Bestuur zouden kunnen plaatsen om te zien dat ons geld verstandig wordt besteed? Bijna van de ene op de andere dag ontvingen alle grote universiteiten grote subsidies uit deze bronnen en accepteerden ze ook een, twee of drie van deze mensen die ik in hun raad van bestuur benoemde en de scholen werden letterlijk overgenomen door de financiële belanghebbende die het geld inbrengen.

Nu is het zo dat de scholen wel degelijk geld hebben gekregen, dat ze nieuwe gebouwen hebben kunnen bouwen, dat ze dure apparatuur hebben kunnen toevoegen aan hun laboratoria, dat ze topdocenten hebben kunnen inhuren, maar dat ze tegelijkertijd de hele zaak in de richting van de farmaceutische drugs hebben geschept. Dat was de efficiëntie in de filantropie.

De artsen zouden vanaf dat moment in de geschiedenis farmaceutische drugs leren. Alle grote onderwijsinstellingen in Amerika werden op deze manier gevangen genomen door de farmaceutische belangen, en het is verbazingwekkend hoe weinig geld er echt voor nodig was om het te doen.
BRON: The Money Takeover Of Medicine (De geld overname van de geneeskunde)

De oligarchie heeft hele medische industrieën voortgebracht vanuit hun eigen onderzoekscentra en vervolgens hun eigen producten van hun eigen petrochemische bedrijven verkocht als de “genezing“. Het was Frank Howard, een Standard Oil of New Jersey executive, die Alfred Sloan en Charles Kettering zou overhalen hun fortuin te schenken aan het kankercentrum dat dan hun naam zou dragen. Als onderzoeksdirecteur van Sloan-Kettering benoemde Howard Cornelius Rhoads, een patholoog van het Rockefeller Instituut, om zijn onderzoek naar mosterdgas in oorlogstijd voor het Amerikaanse leger te ontwikkelen tot een nieuwe kankertherapie. Onder leiding van Rhoads werden bijna het hele programma en de medewerkers van de Chemical Warfare Service hervormd tot het SKI-geneesmiddelenontwikkelingsprogramma, waar ze werkten aan het omzetten van mosterdgas in chemotherapie. En opnieuw werd de Rockefeller’s eigen snake olie verkocht als kankertherapie.

De interesse van de oligarchen in de ontluikende farmaceutische industrie kwam samen in bedrijven als I.G. Farben, een farmaceutisch en chemisch kartel dat in het begin van de 20e eeuw in Duitsland werd gevormd. Nazi Prins Bernhard van Royal Dutch zat in het bestuur van een dochtermaatschappij van I.G. Farben in de jaren dertig van de vorige eeuw en de Amerikaanse operatie van het kartel, opgezet in samenwerking met Standard Oil, omvatte in het bestuur van Standard Oil zowel Walter Teagle als Paul Warburg van Kuhn, Loeb & Co., zelf onder leiding van Jacob Schiff van de Rothschilds makelaars familie. Op het hoogtepunt was I.G. Farben het grootste chemische bedrijf ter wereld en het op drie na grootste industriële concern ter wereld, vlak na Standard Oil of New Jersey.

Het bedrijf is na de Tweede Wereldoorlog uit elkaar gegaan, maar net als Standard Oil zijn de verschillende stukken intact gebleven en vandaag de dag is BASF, een van haar chemische uitlopers, nog steeds het grootste chemische bedrijf ter wereld, terwijl Bayer en Sanofi, twee van haar farmaceutische uitlopers, tot de grootste farmaceutische (vergiftiging) bedrijven ter wereld behoren.

Niet alleen om het onderwijs en de geneeskunde te monopoliseren, maar ook om de financiën van Amerika in handen te krijgen. In 1910 ontmoetten John D. Rockefeller Jr.’s eigen schoonvader, Senator Nelson Aldrich, Frank Vanderlip van de National City Bank, en Paul Warburg, evenals verschillende agenten van J.P. Morgan, elkaar in volledige geheimhouding op Jekyll Island om de details uit te werken van wat zou uitgroeien tot de Federal Reserve, Amerika’s centrale bank. De Fed, die in 1913 werd opgericht, zou worden bestuurd door met de hand geselecteerde benoemden van de oligarchie en hun bankmedewerkers, waaronder misschien onvermijdelijk de voorzitter van Standard Oil en de Amerikaanse IG-directeur Walter Teagle.

De familie Rockefeller zou in de jaren vijftig van de vorige eeuw formeel het bankwezen betreden, toen James Stillman Rockefeller, de kleinzoon van John D.’s broer, werd benoemd tot directeur van de National City Bank. Ondertussen zou John D.’s eigen kleinzoon, David Rockefeller, Chase Manhattan Bank, de oude bankpartner van het Standard Oil imperium, gaan overnemen.

Het verhaal van de Rockefellers spiegelde zich in deze stap perfect aan dat van hun collega-oligarchen, de Rothschilds. Terwijl de Rothschilds hun bankfortuin hadden aangevuld met hun oliebelangen, vulden de Rockefellers hun oliefortuin aan met bancaire belangen.

De ambities van de oliegilden werden nog groter toen ze van succes naar succes gingen en de monopolies op alle terreinen van de menselijke activiteit consolideerden. Deze keer was het hun doel om de controle over de voedselvoorziening van de wereld zelf te consolideren, en opnieuw zouden ze filantropie gebruiken als dekmantel voor hun bedrijfsovername.

De Groene Revolutie begon in 1943, toen plantgeneticus Norman Borlaug en een team van onderzoekers op Mexicaanse bodem aankwamen. Zijn doel was het verbeteren van landbouwtechnieken en biotechnologische methodologieën die op hun beurt zouden helpen de honger te stillen en de levenskwaliteit van de ontwikkelingslanden te verbeteren. Door het creëren van nieuwe genetisch gemanipuleerde graan-, rijke-, maïs- en andere gewassen wilde Borlaug de strijd tegen de honger in de wereld winnen. De hoop was dat deze nieuwe gewassen en landbouwtechnieken derdewereldlanden zouden redden van de honger.

Dat is precies wat er gebeurde. De landbouwinnovaties die in de armste landen werden doorgevoerd, gaven de boeren de nodige vaardigheden en middelen om in hun levensonderhoud te voorzien. Dit bracht een keten van gebeurtenissen op gang die deze eens zo geteisterde landen in staat zouden stellen om te overleven. De landbouwexport steeg in kwantiteit en diversiteit en stelde de landen in staat om zelfvoorzienend te worden.

Naarmate de genetisch gemodificeerde gewassen bloeiden, konden de boeren hun toegenomen inkomsten gebruiken om nieuwere en betere landbouwmachines aan te schaffen. Deze verhoging van de inkomsten maakte de landbouw gemakkelijker, betrouwbaarder en efficiënter. De Groene Revolutie leidde tot de modernisering van de landbouw en heeft een diepgaande sociale, economische en politieke impact gehad op de wereld.

De Mexicaanse regering wendde zich tot de Rockefeller Foundation in hun streven om Mexico te voeden door middel van de landbouw.
BRON: Green Revolution Waging War Against Hunger (De Groene Revolutie voert oorlog tegen de honger…)

Norman Borlaug was natuurlijk een onderzoeker voor de Rockefeller Foundation, en de Groene Revolutie creëerde, voor welke verhoging van de opbrengsten het ook bracht, ook markten voor het eigen belang van de oligarchen in de petrochemische meststoffenindustrie en gaf aanleiding tot het “ABCD” zaadkartel van Archer Daniels Midand, Bunge, Cargill en Louis Dreyfus. Deze bedrijven vormden samen met hun geassocieerde belangen in de voedsel verpakkings- en verwerkingsindustrie de kern van de Amerikaanse “agribusiness”, een concept dat in de jaren vijftig aan de Harvard Business School werd ontwikkeld met behulp van onderzoek van Wassily Leontief voor de Rockefeller Foundation.

De Amerikaanse agribusiness-reuzen hadden een gemeenschappelijk doel: de transformatie van de landbouw in de derde wereld in een gesloten markt voor hun goederen. Vanuit dit perspectief was het project een groot succes. In de jaren zeventig hadden het Rockefeller Standard Oil netwerk en zijn trawanten in de stikstof meststoffenindustrie (waaronder DuPont, Dow Chemical en Hercules Powder) ingebroken in markten over de hele wereld, markten die voor hen gemakkelijk opengesteld werden door de Amerikaanse regering zelf onder President Johnson’s “Food for Peace” programma, dat het gebruik van petrochemische afhankelijke landbouwtechnologieën (meststoffen, tractoren, irrigatie, enz.) door de ontvangers van de hulp verplicht stelde.

De verarmde “begunstigden” van deze “revolutie” in de derde wereld, die zich deze nieuwe technologieën niet zelf kunnen veroorloven, waren afhankelijk van leningen van het Internationaal Monetair Maffia Fonds en de Wereldbank, die door Rockefeller’s eigen Chase Manhattan Bank werden beheerd en door de Amerikaanse regering werden gegarandeerd.

De werkelijke kosten van de Groene Revolutie – economisch, agrarisch en ecologisch – worden zelden in rekening gebracht. De toegang tot deze met schulden gefinancierde, van de petrochemie afhankelijke technologieën verergerde het verschil tussen de rijke landeigenaren en de landloze boeren in landen als India, waar landhervorming en afschaffing van woekerrente van de politieke agenda zijn verdwenen nadat de Groene Revolutie het overnam.

Zelfs dan is het belangrijkste succes van de revolutie, de verhoging van de landbouwopbrengsten, over verkocht. De opbrengstgroei in heel India vertraagde zelfs na de introductie van de agribusiness. De vernietiging van het milieu is nog verwoestender. Een overzicht in de december 2000 editie van Current Science notes:

De groene revolutie heeft niet alleen de productiviteit verhoogd, maar heeft ook verschillende negatieve ecologische gevolgen (veroorzaakt), zoals uitputting van het land, afname van de bodemvruchtbaarheid, verzilting van de bodem, bodemerosie, verslechtering van het milieu, gezondheidsrisico’s, slechte duurzaamheid van de landbouwgronden en degradatie van de biodiversiteit. Het ongedifferentieerde gebruik van pesticiden, irrigatie en onevenwichtige bemesting heeft de duurzaamheid in gevaar gebracht.

De Rockefeller Foundation erkent zelfs de kritiek van de door haar gefinancierde Groene Revolutie en dringt erop aan dat “de huidige initiatieven rekening houden met de geleerde lessen”. Toch blijft de Stichting onderzoek financieren en rapporten schrijven over hoe de vooruitzichten voor investeringen in de agro-industrie in haar doelmarkten kunnen worden verbeterd.

Hoe schandalig de Groene Revolutie ook was en nog steeds is, het was in veel opzichten slechts de opmaat naar een nog ambitieuzer project: de Gen revolutie. Nu is het project niet alleen bedoeld om de technologieën, de voorraden en de chemische input voor de landbouw wereldwijd te monopoliseren, maar ook om de voedselvoorziening zelf te monopoliseren door de vervanging van de natuurlijke zaden van de wereld door patenteerbare genetisch gemodificeerde gewassen.

De spelers die betrokken zijn bij deze Gen Revolutie zijn bijna identiek aan de spelers in de Groene Revolutie, met IG Farben uitlopers Bayer Crop Science en BASF Plant Science vermengd met traditionele oligarch geassocieerde bedrijven als Dow Agro Science, DuPont Biotechnologie, en natuurlijk Monsanto, allemaal gefinancierd door de Rockefeller Foundation en collega “filantropen” bij de Ford Foundation, de Bill & Melinda Gates Foundation en gelijkgestemde organisaties.

De convergentie van zakelijke, “filantropische”, overheids-, en intergouvernementele belangen bij de bevordering van genetisch gemodificeerde gewassen over de hele wereld kan worden gezien in de verbijsterende reeks van onderzoeksinstituten, branche organisaties, en “adviesgroepen” gewijd aan de zaak. Het door Rockefeller gefinancierde International Rice Research Institute (IRRI), de Rockefeller/Monsanto/USAID brainchild International Service for the Acquisition of Agri-biotech Applications (ISAAA), de door Rockefeller/Ford/Wereldbank opgerichte Consultative Group of International Agricultural Research (CGIAR) en tientallen andere flauwe, goedaardige organisaties onderzoeken en promoten genetisch gemodificeerde gewassen in doelmarkten over de hele wereld, waarbij de winst in de schatkist van de olieboeren terecht komt.

Een representatief voorbeeld van dit verhaal is de Neo-kolonisatie van Argentinië in de landbouw, waar Monsanto een uitgebreide “bait-and-switch” uitvoerde om het land aan zijn genetisch gemanipuleerde Roundup Ready sojabonen te laten verslappen voordat hij royalty’s eiste op de gewassen die toen al aan het groeien waren. DuPont nam het toen over en begon grootmoedig aan een “Protein for Life” programma om hun eigen genetisch gemanipuleerde sojabonen aan de armen van het land op te dringen.

Dezelfde scène heeft zich afgespeeld in land na land, waar kartel-ontwikkelde GM-gewassen worden aangesmeerd aan opkomende economieën door middel van “voedselhulp”, meestal in tijden van hongersnood wanneer die landen bijzonder kwetsbaar zijn. Slechts een handvol landen, zoals Zambia of Angola, hebben deze ggo-overname van hun voedselvoorziening, ruimhartig gesubsidieerd door de Amerikaanse fascistische overheid ten gunste van het agro-industrieel kartel, ronduit afgewezen.

CONCLUSIE: HET MONOPOLISEREN VAN HET LEVEN

Van moordende pioniers van de vroege olie-industrie tot Machiavelliaanse sociale ingenieurs en geopolitieke intriganten, hebben de oligarchen een lange weg afgelegd sinds de dagen van Devil Bill’s All-cure snake oil. Maar zijn gebruik van elke vorm van bedrog en bedrog om het publiek te misleiden, laat zien hoe John D. en de rest van de olievreters hun zakelijke belangen opbouwden.

Toen de 20e eeuw ten einde liep, was het duidelijk dat het voor het machtige kartel dat de olie-industrie bouwde – de Rockefellers, de Rothschilds, de Britse en Nederlandse ”koninklijke” families – niet meer om olie ging, als het al ooit echt zo was. De overname van het onderwijs, van de geneeskunde, van het monetaire systeem, van de voedselvoorziening zelf, toonde aan dat het doel veel groter was dan een louter oliemonopolie: het was de zoektocht naar een monopolie op alle aspecten van het leven. Om het perfecte systeem van controle over elk aspect van de samenleving op te zetten, elke sector waaruit elke dreiging van concurrentie voor hun macht kon voortkomen.

Ze waren opmerkelijk, bijna ongelofelijk succesvol geweest. Van oliebron tot gaspomp, van boerderij tot vork, van ziekenhuis tot farmaceutisch, van booreiland tot dollarbiljet, er was bijna geen enkel aspect van de samenleving dat niet onder controle was.

Maar de oliegorilla’s zijn nog niet klaar. Hun volgende project, dat aan het eind van de 20e eeuw werd gelanceerd, is bijna te ambitieus om te worden begrepen. Het gaat niet over olie. Het gaat niet om geld. Het gaat over de monopolisering van het leven zelf. Ze hebben decennia lang het pad geëffend voor deze overname en hebben hun verbijsterende middelen, gesteund door de corrupte politiek en media, in dienst van de taak gesteld.

En de overgrote meerderheid van de wereldbevolking, die nog steeds het Balletje-balletje spel speelt dat de olieboeren lang geleden hebben geperfectioneerd en achtergelaten, staat op het punt om een nog grotere greep van ziekmakende invloed in hun handen te krijgen. Gaan we ons nu eindelijk verzetten?

Lees hier deel een en deel twee.

Zeer binnenkort een nieuwe serie:
”Waarom de oligarchen de wereld veroveren !”

De corrupte trekpoppen in de politiek – beter bekend als ”volksvertegenwoordigers” – en hun corrupte media kartel hebben ook deze essay per email ontvangen.!

Geplaatst in Bilderberg, Dictatuur, Geschiedenis, Jongeren, Koningshuis, Maatschappij, Nazi/Fascisten, Politiek, Vaticaan, Zionisten | Een reactie plaatsen

Hoe het machtige olie kartel de wereld veroverde (2/3)

Hoe het machtige olie kartel de wereld veroverde (2/3)

DEEL TWEE: CONCURRENTIE IS EEN ZONDE

Op de vraag hoe hij het verraad en het bedrog waarmee hij de oprichting van het Standard Oil-monopolie nastreefde, kan rechtvaardigen, zegt John D. Rockefeller naar verluidt: “Concurrentie is een zonde.” Dit is de mentaliteit van de monopolist, en het is deze rechtvaardiging, gekaderd als religieuze overtuiging, die de oligarchen ertoe dreef om zo meedogenloos iedereen uit te schakelen die zich durfde op te stellen als een pretendent van hun troon.

Ironisch genoeg was het de concurrentie tussen de oligarchen in het begin van de 20e eeuw die hielp bij het ontstaan van een vroege externe bedreiging van hun imperium: alcoholbrandstof.

Zoals historicus Lyle Cummins heeft opgemerkt van de periode: “De gevechten tussen Rockefeller, de Rothschilds, de Nobels en Marcus Samuel’s Shell hielden de prijzen in beweging, en de motoren moesten vaak aangepast worden aan de brandstof die beschikbaar was.

In veel gebieden waar geen olie beschikbaar was, was het alternatief alcohol. Ethylalcohol werd al sinds het begin van de 19e eeuw gebruikt als brandstof voor lampen en motoren. Hoewel het over het algemeen duurder was, bood alcoholische brandstof een verleidelijke stabiliteit van het aanbod, vooral in gebieden als Londen of Parijs die geen voorspelbare toegang hadden tot de olievoorraden.

Alcohol heeft een lagere warmtewaarde, of BTU, dan benzine, maar een reeks tests door de US Geological Survey en de US Navy in 1907 en 1908 bewees dat de hogere compressieverhouding van alcoholmotoren de lagere warmtewaarde perfect kon compenseren, waardoor alcohol- en benzinemotoren een gelijkwaardig brandstof rendement kregen.

Een vroege voorstander van alcoholbrandstof was Henry Ford, die zijn Model T ontwierp om op alcohol of benzine te lopen. Toen hij een kans zag voor nieuwe markten om de onafhankelijke Amerikaanse boerderijen te stimuleren die volgens hem van vitaal belang waren voor de natie, vertelde Henry Ford aan de New York Times:

De brandstof van de toekomst zal komen van fruit zoals van sumak [sic] langs de weg, of van appels, onkruid, zaagsel – bijna alles. Er zit brandstof in elk beetje plantaardig materiaal dat kan worden gefermenteerd.”

Boeren die hier munt uit willen slaan, hebben gelobbyd voor de intrekking van een belasting van $2,08 per gallon alcohol die was opgelegd om de Burgeroorlog te helpen betalen. Zij werden geholpen door degenen die brandstofalcohol zagen als een manier om het monopolie van de olieboeren te doorbreken. Ter ondersteuning van een wetsvoorstel om de alcoholbelasting in te trekken, vertelde president Teddy Roosevelt het Amerikaanse Congres in 1906:

The Standard Oil Company heeft, grotendeels door oneerlijke of onwettige methoden, de concurrentie thuis verpletterd. Het is zeer wenselijk dat er een element van concurrentie wordt ingevoerd door het aannemen van een wet zoals die welke al door het Huis is aangenomen, waardoor alcohol die gebruikt wordt in de kunst en de industrie op de vrije lijst komt te staan“.

De alcoholbelasting werd in 1906 afgeschaft en een tijd lang was maïsethanol met 14 cent per gallon goedkoper dan benzine met 22 cent per gallon. De belofte van goedkope, niet-octrooieerbare, niet monopoliseerbare brandstofproductie, productie die openstaat voor iedereen met ruw plantaardig materiaal en een destilleer installatie, veroverde de natie.

Maar goedkope, overvloedige brandstof die lokaal en onafhankelijk kan worden gekweekt en geproduceerd is niet wat de oligarchen in gedachten hadden.

In een USGS-rapport uit 1909 waarin gas- en alcoholmotoren werden vergeleken, werd opgemerkt dat een belangrijk punt in het voordeel van alcoholbrandstof was dat er minder beperkingen waren voor alcoholmotoren. Voor de olieboeren was het antwoord eenvoudig: zoek een manier om grotere beperkingen te stellen aan alcoholmotoren. Gelukkig kreeg het antwoord op hun probleem al steun van de bevolking.

In de 19e eeuw had Amerika een drankprobleem. In 1830 dronk de gemiddelde Amerikaan vanaf 15 jaar oud zeven liter pure alcohol per jaar, drie keer meer dan het huidige gemiddelde. Dit leidde tot de eerste anti-alcoholbewegingen in de jaren 1830 en 1840 en tot de oprichting van de Prohibitiepartij in 1869 en de Women’s Christian Temperance Union in de jaren 1870. De beweging genoot brede en groeiende steun, maar had weinig politieke successen; Maine flirtte met het verbod door de verkoop en productie van drank te verbieden in 1851, maar het verbod duurde slechts vijf jaar.

Dit veranderde met de oprichting van de Anti-Saloon Liga in Standard Oil’s geboortestaat Ohio in 1893. De ASL werd gestart door John D. Rockefeller’s oude persoonlijke vriend Howard Hyde Russell en werd voor een deel door royale jaarlijkse donaties van Rockefeller zelf in de ban gedaan. De ASL, met de steun van Rockefeller, werd al snel de drijvende kracht achter een nationale beweging om de productie en verkoop van alcohol te verbieden.

Rockefeller was zelf een geheelonthouder, niet uit morele overwegingen maar omdat hij bang was dat “goed gejuich onder vrienden” zou leiden tot zijn ondergang in het bedrijfsleven. Stephen Harkness, een van de stille partner-investeerders in Standard Oil en een directeur van het bedrijf tot aan zijn dood, had Rockefeller’s aandacht getrokken toen hij een fortuin verdiende met het opkopen van whisky voor een nieuwe accijnsheffing die hij getipt had en die hij met een enorme winst verkocht nadat de belasting was ingevoerd.

Nee, Rockefeller en Standard Oil maakten zich geen zorgen over de morele toestand van de natie… behalve wat betreft de gevolgen ervan voor het resultaat. Maar toen het verbod in 1920 kwam, had het een interessant neveneffect: Hoewel het niet direct het gebruik van ethanol als brandstof verbood, leidde het wel tot steeds zwaardere beperkingen, waardoor producenten olieproducten aan hun ethanol moesten toevoegen om het giftig te maken voordat het verkocht kon worden. Alcoholbrandstof, die nu totaal niet meer kan concurreren met benzine, werd door de auto-industrie in de steek gelaten.

Een andere existentiële bedreiging voor het enorme fortuin van de vroege olie wetenschappers was dat er een nog grotere inspanning nodig was op het gebied van social engineering: het openbaar vervoer.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was particulier autobezit nog een relatieve zeldzaamheid; slechts één op de tien Amerikanen bezat een auto. Het spoor was nog steeds het favoriete vervoersmiddel voor het overgrote deel van het publiek, en de stedelingen in de meeste grote steden vertrouwden op elektrische trolley-netwerken om ze door de stad te vervoeren. In 1936 richtte General Motors samen met Firestone Tire en Standard Oil of California een dekmantelbedrijf op, “National City Lines”, om een proces van “bustitutie” te implementeren: het slopen van trams en het verscheuren van spoorwegen om ze te vervangen door GM’s eigen bussen die op Standard Oil-diesel rijden. Het plan was opmerkelijk succesvol.

Als historicus en onderzoeker noteert F. William Engdahl in “Myths, Lies and Oil Wars”:

Tegen het einde van de jaren ’40 had GM meer dan honderd gemeentelijke elektrische doorvoersystemen gekocht en gesloopt in 45 steden en zette GM-bussen op straat. In 1955 was bijna 90% van de elektrische tramleidingen in de Verenigde Staten uit elkaar gerukt of op een andere manier geëlimineerd“.

Het kartel was voorzichtig geweest om hun betrokkenheid bij National City Lines te verbergen, maar het werd in 1946 aan het publiek onthuld door een ondernemende gepensioneerde marine luitenantscommandant, Edwin J. Quinby. Hij schreef een manifest dat wat hij noemde “een zorgvuldige, bewust geplande campagne om u uit uw belangrijkste en meest waardevolle openbare voorzieningen – uw Elektrische Spoorwegsysteem – op te lichten“. Hij ontdekte het aandeelhouderschap van de oligarchen van National City Lines en haar dochter maatschappijen en gaf aan hoe zij stap voor stap de openbaarvervoerslijnen opkochten en vernietigden in Baltimore, Los Angeles, St. Louis en andere grote stadscentra.

Quinby’s waarschuwing trok de aandacht van federale aanklagers en in 1947 werd National City Lines aangeklaagd voor het samenzweren om een transportmonopolie te vormen en het samenzweren om de verkoop van bussen en voorraden te monopoliseren. In 1949 werden GM, Firestone, Standard Oil of California en hun officieren en zakenpartners veroordeeld op de tweede aanklacht van samenzwering. De straf voor het opkopen en ontmantelen van de Amerikaanse openbare vervoersinfrastructuur? Een boete van $5.000. voor H.C. Grossman, die de directeur van Pacific City Lines was geweest toen hij de sloop van Los Angeles $100 miljoen Pacific Electric systeem overzag, kreeg precies een boete van $1.

Het is niet verwonderlijk dat GM en zijn medewerkers niet lang in het hondenhok bleven. In 1953 benoemde President Eisenhower Charles Wilson, toen nog President van General Motors, tot Secretaris van Defensie. Wilson, met Francis DuPont van de Rockefeller-familie als hoofdadministrateur van Federal Highways, hield toezicht op een van de grootste openbare werken in de Amerikaanse geschiedenis: de oprichting van het interstatelijke snelwegsysteem. Met een accijns op treinkaartjes uit het oorlogstijdperk die nog steeds van kracht is en met federaal gefinancierde snelwegen en luchthavens die goedkopere alternatieven bieden, daalde het reizen per spoor tussen 1945 en 1964 met opzienbarende 84%.

Deze social engineering loonde goed voor Standard Oil en haar groeiende lijst van petrochemische partners. In de twee-en-een-halve decennia na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verdrievoudigde de voertuigproductie in Detroit bijna, van 4,5 miljoen auto’s per jaar in 1940 tot meer dan 11 miljoen in 1965. Als gevolg daarvan steeg de verkoop van geraffineerde benzine in dezelfde periode met 300%.

Maar Rockefeller was niet de enige oligarch die zich bezighield met het verpletteren van alle oppositie tegen zijn monopolie. Aan de overkant van de vijver werkten de Europese olieboeren aan het beschermen van hun eigen olie-investeringen tegen de opkomende concurrenten.

In 1889 verkreeg een consortium van Duitse investeerders onder leiding Siemens via de Deutsche Bank een concessie van de Turkse regering voor de uitbreiding van een spoorlijn die Berlijn met Basra in de Perzische Golf via Bagdad verbond in wat toen deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. De spoorwegconcessie Berlijn-Bagdad was voor negenennegentig jaar en kwam met mineraalrechten voor twintig kilometer aan weerszijden van de lijn – een bijzonder lucratieve overeenkomst sinds het spoor dwars door het hart van de nog niet aangeboorde Mesopotamische oliegebieden ten zuiden van Mosoel langs de rivier de Tigris is doorgesneden.

Voor de mogendheden achter het Britse ?(Duitse) rijk, die zich zorgen maakten over de militaire opkomst van Duitsland, was deze overeenkomst onaanvaardbaar.

William Engdahl: Nou, Duitsland was aan het eind van de 19e eeuw op zoek naar afzetmogelijkheden voor zijn export – zijn industriële export – omdat de Duitse economie groeide zoals die van China in de afgelopen 30 jaar. En ze besloten dat Turkije een ideale strategische handelspartner voor Duitsland zou zijn. En Georg von Siemens, een van de directeuren van de Deutsche Bank, bedacht een strategie om een spoorlijn uit te breiden van Berlijn tot aan Bagdad – dat toen deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, Bagdad en het huidige Irak, in de buurt van de Perzische Golf. Het Duitse leger begon met het trainen van het Turkse leger. De Duitse industrie begon te investeren in Turkije. Ze zagen een enorme potentiële markt om te beginnen met het brengen van Turkije in de 20e eeuw economisch. De Deutsche Bank onderhandelde ook over mineraalrechten – ik denk dat het 20 kilometer aan weerszijden van de spoorlijn was – en het was al in 1914 bekend dat Mosul en deze andere gebieden enorme petroleumvoorraden bevatten.

Waarom is dat zo belangrijk? Aan het einde van de 19e eeuw heeft Jack Fisher – het hoofd van de Admiraliteit en het hoofd van de Royal Navy – de omschakeling van de Britse marine van kolengestookte naar oliegestookte centrales geëist. Dat het een kwalitatieve strategische verbetering zou zijn in elk aspect van het ontwerp van oorlogsschepen. En omdat Groot-Brittannië toen nog niet wist dat ze olie hadden, gingen ze naar Perzië en bedrogen ze de Sjah uit de olierechten in Perzië. Ze gingen naar Koeweit en steunden een staatsgreep van de Al-Sabah familie om een Britse pion te zijn, en ze schreven letterlijk een contract met hem dat niets wat Koeweit doet zal worden gedaan zonder goedkeuring van de Britse gouverneur. En van Koeweit was bekend dat er olie in de Perzische Golf lag.

De Britten keken naar dit spoorwegplan van de Duitsers die naar Bagdad gingen en zeiden: “Mijn God! Je kunt soldaten op treinwagons zetten en ze neerhalen en de olielevensader van de Britse marine bedreigen. Dit is een strategische zet van de Duitsers. Het zou Duitsland ook onafhankelijk maken van de Britse controle over de zeeën. Ze zouden een vaste lijn hebben zoals de Chinese “One Belt, One Road” infrastructuur voor hogesnelheidstreinen die door heel Eurazië naar Rusland gaan, naar Wit-Rusland en West-Europa, waardoor de Amerikaanse marine niet meer in staat is om China te controleren en Centraal-Azië voor een groot deel te controleren.

De Britse olieboeren, waaronder de Britse kroon met zijn verborgen controle belang in Anglo-Perzische olie en de Rothschilds koopman Marcus Samuel bij Royal Dutch Shell, probeerden deze Duitse dreiging voor hun commerciële en strategische belangen tegen te gaan. Ze gebruikten de in Armenië geboren genaturaliseerde Britse burger Calouste Gulbenkian – de architect van de Royal Dutch/Shell-fusie – om, zoals hij zich later herinnerde, “de Britse invloed in Turkije de overhand te zien krijgen” tegen de Duitsers. Als dat zijn taak was, was het een opmerkelijk succes.

In 1909 richtten de Britten de Turkse Nationale Bank op, die alleen in naam “Turks” was. Opgericht door de Londense bankier Sir Edward Cassel en met directeuren als Hugo Baring van de bankiersfamilie Barings, Cassel zelf en Gulbenkian, richtte de Bank in 1912 de Turkish Petroleum Company op. Deze werd expliciet opgericht om de olierijke olievelden van Irak, dat toen deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, te exploiteren en Gulbenkian bemiddelde met de Deutsche Bank en zijn 40 kilometer lange concessies langs de olierijke spoorlijn van Bagdad,  tot een ondergeschikt partnerschap in het bedrijf. De aandelen werden gesplitst, zodat de Anglo-Perzische oliemaatschappij van de Britse regering de helft van de aandelen bezat, terwijl Royal Dutch Shell en Deutsche Bank de andere helft opsplitsten.

Hun plan om de Turkse oliebelangen van Duitsland over te nemen was succesvol, maar in een verbazingwekkende ironie maakte het niet eens uit. Gulbenkian beëindigde de onderhandelingen over de Iraakse olieconcessie op 28 juni 1914, dezelfde dag dat aartshertog Ferdinand in Sarajevo werd neergeschoten. Een bondgenootschap waarmee de Britten al jaren hadden bemiddeld om de toenemende Duitse dreiging in te dammen, een bondgenootschap waarbij Frankrijk en Rusland betrokken waren, kwam in beweging en de wereld werd overspoeld met oorlogsgeweld. Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog hadden de Britten en hun bondgenoten Irak en zijn olievoorraden toch al overgenomen, was Duitsland volledig weggesneden en kreeg Gulbenkian, hun intrigerende dienaar, 5 procent van alle olieveldopbrengsten in het pas bezette land.

In de loop van de eeuw groeide de olie-industrie buiten de controle van het handjevol gezinnen dat het land sinds zijn ontstaan had gedomineerd. De olievoorraden bevonden zich over de hele wereld en de hulpbronnen van hele natiestaten werden samengevoegd om ze te controleren. Nu waren er wereldwijd bedreigingen voor de oliewetenschappers en hun belangen die multilaterale, multinationale reacties vereisten en de gevolgen van die deals werden gevoeld.

Het verhaal van de olieschok van 1973 zoals het ons door de (vervalste) geschiedenisboeken is overgeleverd, is bekend.

Tegen het einde van de jaren ’60, vertrouwde de natie op geïmporteerde olie om de economie sterk te houden. Toen, in het begin van de jaren ’70, kwamen de olieafhankelijke Amerika’s nachtmerries uit: 13 olieproducerende landen in het Midden-Oosten en Zuid-Amerika vormden de OPEC, de Organisatie van Olie-exporterende Landen. In 1973 legde de OPEC een olie-embargo op aan de VS en andere landen die Israël hadden gesteund tegen de Arabische staten in de Jom Kippoer-oorlog. De Amerikaanse economie raakte in een stroomversnelling toen de natie door gastekorten werd gegrepen.

Weinigen weten echter dat de crisis en de daaruit voortvloeiende reactie in feite maanden van tevoren was voorbereid tijdens een geheime bijeenkomst in Zweden in 1973. De bijeenkomst was de jaarlijkse bijeenkomst van de Bilderberg Groep, een geheimzinnige kabbalist die in 1954 door nazi Prins Bernhard der Nederlanden werd opgericht.

De Nederlandse ”koninklijke” familie gaf niet alleen haar ”koninklijke” stempel aan Royal Dutch Petroleum, zij zou samen met de Rothschilds nog steeds een van de grootste aandeelhouders van Royal Dutch Shell zijn, vanaf de tijd dat de Anglo-Dutch Petroleum holdings van Koningin Wilhelmina en andere investeringen haar tot op de dag van vandaag de eerste vrouwelijke miljardair ter wereld maakten. Nazi Bernhards gastenlijst bij de Bilderberg Groep weerspiegelde zijn positie in de oligarchie; naast hem op de Zweedse conferentie waren David Rockefeller van de Standard Oil dynastie en zijn protégé Henry Kissinger; Baron Edmond de Rothschild; E.G. Collado, de Vice President van Exxon; Sir Denis Greenhill, directeur van British Petroleum; en Gerrit A. Wagner, president van nazi Bernhards eigen Koninklijke Nederlandse Shell.

Tijdens de bijeenkomst in Zweden, die vijf maanden voor het begin van de oliecrisis werd gehouden, planden de oligarchen en hun politieke en zakelijke bondgenoten hun reactie op een monetaire crisis die de wereldoverheersing van de (toen al waardeloze) Amerikaanse dollar bedreigde. Onder het Bretton Woods-systeem, dat in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog werd onderhandeld, zou de Amerikaanse dollar de ruggengraat van het wereld monetaire systeem vormen, die met 35 dollar per ounce in goud zou kunnen worden omgezet, met alle andere valuta die eraan vastzitten. De toenemende uitgaven van de VS in de illegale Vietnam oorlog en de afnemende export zorgden ervoor dat Duitsland, Frankrijk en andere landen goud gingen eisen voor hun dollars.

Met de officiële goudreserves van de Federal Reserve, die het tij van de vraag niet konden keren, liet Nixon Bretton Woods in augustus 1971 in de steek, waardoor de positie van de (waardeloze) dollar als reservevaluta in de wereld werd bedreigd.

Richard Nixon: Daarom heb ik de secretaris van de Schatkist opdracht gegeven de nodige maatregelen te nemen om de dollar te verdedigen tegen de speculanten. Ik heb Secretary Connally opgedragen om de converteerbaarheid van de dollar in goud of andere reserves tijdelijk op te schorten, behalve in bedragen en onder voorwaarden die in het belang van de monetaire stabiliteit en in het belang van de Verenigde Staten zijn vastgesteld.
Bron: Nixon Ends Bretton Woods

Zoals blijkt uit de uitgelekte documenten van de nazi Bilderberg-bijeenkomst in 1973, besloten de olieboeren hun controle over de oliestroom te gebruiken om de Amerikaanse hegemonie te redden. De nazi Bilderbergers erkenden dat de OPEC “het mondiale monetaire systeem volledig zou kunnen ontregelen en ondermijnen” en bereidden zich voor op “een energiecrisis of een stijging van de energiekosten“, wat, zo voorspelden ze, een olieprijs tussen de $10 en $12 zou kunnen betekenen, een duizelingwekkende stijging van 400% ten opzichte van de huidige prijs van $3,01 per vat.

Vijf maanden later hebben nazi Bilderberg en Rockefeller-protégé Henry Kissinger, als Nixons minister van Buitenlandse Zaken, de Yom Kippoer-oorlog ontworpen en het antwoord van de OPEC uitgelokt: een olie-embargo van de VS en andere landen die Israël hadden gesteund. Op 16 oktober 1973 verhoogde de OPEC de olieprijzen met 70%. Tijdens hun bijeenkomst in december eiste en kreeg de Sjah van Iran een verdere prijsverhoging tot 11,65 dollar per vat, oftewel 400% van de olieprijs van voor de crisis. Op de vraag van de persoonlijke afgezant van de Saudische koning Faisal waarom hij zo’n gedurfde prijsverhoging had geëist, antwoordde hij:

“Vertel uw koning, als hij het antwoord op deze vraag wil, moet hij naar Washington gaan en het aan Henry Kissinger vragen.”

In de tweede fase van de operatie hielp Kissinger bij de onderhandelingen over een overeenkomst met Saoedi-Arabië: In ruil voor Amerikaanse wapens en militaire bescherming, zouden de Saudisch al hun toekomstige olieverkopen in dollars prijzen en die dollars recyclen door middel van schatkist aankopen via Wall Street banken. De deal was een bonanza voor de olieboeren; ze kregen niet alleen de prijsstijgingen doorberekend aan de consumenten, maar ze profiteerden ook van de enorme geldstromen naar hun eigen banken. De Sjah van Iran parkeerde de inkomsten van de National Iranian Oil Company in Rockefeller’s eigen Chase Bank – inkomsten die in de nasleep van de oliecrisis 14 miljard dollar per jaar bedroegen.

Met de creatie van dit nieuwe systeem, de “petrodollar”, hadden de oligarchen een ongekend niveau van controle over de economie bereikt. Niet alleen dat, ze hadden het wereldwijde monetaire systeem ondersteund met hun grondstoffen, olie, en hadden potentiële concurrentie van de beginnende productielanden in één stap onder hun controle gebracht.

Maar voor de onverzadigbare honger van deze monopolistische titanen, was alleen controle over het monetaire systeem van de wereld niet genoeg…

LEES OOK DEEL DRIE: DE WERELD NAAR HUN BEELD…..

De corrupte trekpoppen in de politiek – beter bekend als ”volksvertegenwoordigers” – en hun corrupte media kartel hebben deze essay per email ontvangen.

Geplaatst in Bilderberg, Geschiedenis, Koningshuis, Maatschappij, Nazi/Fascisten, NWO, Petrodollar, Politiek, Vaticaan, Zionisten | Een reactie plaatsen

Hoe het machtige olie kartel de wereld veroverde (1/3)

Hoe het machtige olie kartel de wereld veroverde

Olie. Van boerderij tot farmaceutica, van diesel truck tot eethoek, van pijpleiding tot kunststof product, het is onmogelijk om een gebied van onze moderne leven dat niet wordt beïnvloed door de petrochemische industrie. Het verhaal van olie is het verhaal van de moderne wereld.

Delen van dat verhaal zijn bekend: Rockefeller en Standard Oil; de verbrandingsmotor en de transformatie van het wereldwijde transport; het Huis van Saud en de olie oorlogen in het Midden-Oosten.

Andere delen zijn obscuurder: de zoektocht naar olie en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog; de petrochemische belangen achter de moderne geneeskunde; het geld van de machtige Olie kartel achter de “Groene Revolutie” en de “Gen revolutie“.

Maar dat verhaal, goed verteld, begint ergens onverwacht. Niet in Pennsylvania met de eerste commerciële boring en de eerste olieboom, maar in het landelijke gedeelte van de 19e eeuwse staat New York. En het begint niet met ruwe olie of zijn derivaten, maar met een heel ander product: Snake oil.

“Dr. Bill Livingston, een gevierd Kanker Specialist” was het eigenlijke beeld van de reizende Snake oil verkoper. Hij was noch arts noch kankerspecialist; zijn echte naam was niet eens Livingston. Sterker nog, de “Rock Oil” tonic die hij verpotte was een nutteloze mix van laxeermiddel en olie en had geen enkel effect op de kanker van de arme stadsbewoners die hij probeerde op te lichten.

Hij leefde het leven van een zwerver, altijd op de vlucht van de laatste groep mensen die hij voor de gek had gehouden, die steeds meer schandalige bedrog pleegden om ervoor te zorgen dat het verleden hem niet zou inhalen. Hij verliet zijn eerste vrouw en hun zes kinderen om een huwelijk in Canada te beginnen op hetzelfde moment dat hij twee  kinderen verwekte bij een derde vrouw. Hij nam de naam “Livingston” aan nadat hij in 1849 in staat van beschuldiging was gesteld wegens verkrachting van een meisje in Cayuga.

Als hij niet van hen wegliep of jarenlang verdween, leerde hij zijn kinderen de kneepjes van zijn verraderlijke vak. Ooit schepte hij op over zijn opvoedingstechniek: “Ik bedrieg mijn jongens bij elke kans die ik krijg. Ik wil ‘ze scherp’ maken”.

Een torenhoge man van een meter drieëntachtig en met een natuurlijk goed uiterlijk dat hij gebruikt in zijn voordeel, ging hij door het leven als “Big Bill”. Anderen noemden hem, minder genereus, “Duivel Bill”. Maar zijn echte naam was William Avery Rockefeller, en het was zijn zoon, John D. Rockefeller, die het Standard Oil monopolie zou oprichten en de eerste miljardair ter wereld zou worden.

De wereld waarin we vandaag de dag leven is de wereld die gecreëerd is naar het beeld van “Duivel” Bill. Het is een wereld die gebaseerd is op verraad, bedrog en het naïviteit van een publiek dat nog nooit wakker is geweest van de salontrucs die de Rockefellers en hun soortgenoten de afgelopen anderhalve eeuw hebben gebruikt om de wereld vorm te geven.

Dit is het verhaal van de oligarchie.

DEEL EEN: GEBOORTE VAN DE OLIE GARCHIE

Titusville, 1857. Een zeer onwaarschijnlijke man stapt uit een treinwagon midden in dit slaperige stadje in West Pennsylvania aan de oevers van de oliekreek: “Kolonel” Edwin Drake. Hij is van de Pennsylvania Rock Oil Company, en hij is hier op een missie: olie verzamelen.

Net als “Dr.” Bill is Drake niet echt een kolonel. De titel is hem verleend door George Bissell en James Townsend, een advocaat en een bankier die de Pennsylvania Rock Oil Company zijn begonnen nadat ze ontdekten dat ze de van nature voorkomende Seneca olie in de regio konden distilleren tot lampolie, of kerosine. Drake is eigenlijk een werkloze spoorconducteur die zichzelf in een baan sprak nadat hij een jaar eerder in hetzelfde hotel als Bissell verbleef. Door hem een kolonel te noemen, hoopt men het respect van de lokale bevolking te winnen.

De lokale bevolking denkt toch dat hij gek is. Seneca olie is er inderdaad in overvloed, borrelt uit de grond en verzamelt zich in de kreek, maar anders dan als een voor ”alles  werkend medicijn” of vet voor de machines van de lokale zagerij, wordt het nauwelijks gezien als iets waardevols. In feite kan het worden gezien als een regelrechte overlast, het vervuilt de pekelputten die leveren aan de bloeiende zoutindustrie van Pittsburgh.

Toch heeft Drake een taak te volbrengen: een manier vinden om genoeg olie op te vangen om de distillatie van Seneca olie tot lampolie rendabel te maken. Hij probeert alles wat hij kan bedenken. De inheemse Amerikanen hadden historisch de olie verzameld door de beek dichtbij een kwel in te dammen en de olie van de bovenkant af te schrapen. Maar Drake kan op deze manier maar zes tot tien liter olie per dag verzamelen, zelfs als hij extra bronnen opent. Hij probeert een schacht te graven, maar het grondwater stroomt te snel binnen.

Tegen de zomer van 1859 is hij wanhopig. Drake heeft geen ideeën meer, Bissell en Townsend hebben geen geduld meer en, het allerbelangrijkste, het bedrijf heeft geen geld meer. Hij wendt zich tot “Oom” Billy Smith, een smid uit Pittsburgh die ervaring had met het boren van pekelputten met stoom aangedreven apparatuur.

Ze gaan aan de slag met het boren door de schaliebodem om de olie te bereiken. Het is waanzinnig traag werken, met de ruwe apparatuur om door drie meter van het gesteente per dag te worstelen . Tegen 27 Augustus hebben zij ruim eenentwintig meter diep geboord, heeft Drake het laatste van zijn fondsen gebruikt, en Bissell en zijn partners hebben besloten om de verrichting te sluiten. Op 28 augustus slaan ze olie.

In de nacht werd het stille platteland van Pennsylvania getransformeerd tot een bruisende olieregio, met goudzoekers die flats verpachten, steden die uit het niets ontsprongen en een wout van olieplatformen dat het land bedekte. De eerste oliehausse was aangebroken.

Een jonge boekhouder in Cleveland met een hoofd voor cijfers stond op het punt om van deze hausse te profiteren: John Davison Rockefeller. Hij had twee ambities in het leven: 100.000 dollar verdienen en 100 jaar oud worden. John D. vertrok om zijn fortuin te maken in de late jaren 1850, gewapend met een lening van $ 1000 van zijn vader, “Duivel” Bill.

In 1863, toen Rockefeller de oliehausse zag en de winst voelde die in de jonge onderneming kan worden gemaakt, ging hij een partnerschap aan met mede-zakenman Maurice B. Clark en Samuel Andrews, een apotheker die een olieraffinaderij had gebouwd, maar weinig wist over de onderneming om zijn product op de markt te brengen. In 1865 kocht de scherpzinnige John D. zijn partners voor 72.500 dollar uit en lanceerde, met Andrews als partner, Rockefeller & Andrews. Na vijf jaar van strategische partnerschappen en fusies had Rockefeller in 1870 Standard Oil opgericht.

Het verhaal van de opkomst van Standard Oil is veelzeggend.

In de jaren 1880 was de Amerikaanse olie-industrie de Standard Oil Company. En Standard Oil was John D. Rockefeller.

Maar het duurde niet lang voordat een handvol even ambitieuze (en goed geïnformeerde) families het succesverhaal van Standard Oil in andere delen van de wereld begonnen na te bootsen.

In de Kaukasus ontstond in de jaren zeventig een van die concurrenten, waar het keizerlijke Rusland de enorme olievoorraden in de Kaspische Zee voor particuliere ontwikkeling had opengesteld. Twee families bundelden al snel hun krachten om de kans te grijpen: de Nobels, onder leiding van Ludwig Nobel en met inbegrip van zijn dynamische uitvinder van prijs scheppende broer Alfred, en de Franse tak van de beruchte bankdynastie Rothschild, onder leiding van Alphonse Rothschild.

In 1891 sloot de Rothschilds een contract met M. Samuel & Co., een scheepvaartmaatschappij uit het Verre Oosten met hoofdzetel in Londen en onder leiding van Marcus Samuel, om te doen wat nog nooit eerder was gedaan: hun door Nobel geproduceerde Kaspische olie via het Suezkanaal naar Oost-Aziatische markten te verschepen.

Het project was immens; het ging niet alleen om geavanceerde engineering voor de bouw van de eerste olietankers die door de Suez Canal Company moesten worden goedgekeurd, maar ook om de striktste geheimhouding. Als men Rockefeller via zijn internationale informatienetwerk zou proberen te bereiken, zou men het risico lopen de toorn van Standard Oil te zaaien, die het zich zou kunnen veroorloven de tarieven te verlagen en hen uit de markt te drukken. Uiteindelijk lukte het en voer de eerste bulktanker, de Murex, in 1892 door het Suezkanaal op weg naar Thailand.

In 1897 werd M. Samuel & Co. The Shell Transport and Trading Company. Omdat Shell zich realiseerde dat de olie van Rothschild/Nobel via de Kaspische Zee de onderneming kwetsbaar maakte voor schokken in de aanvoer, ging Shell op zoek naar andere oliebronnen in het Verre Oosten.

Op Borneo stuitte men op Royal Dutch Petroleum, in 1890 opgericht in Den Haag met steun van koning Willem III van Nederland voor de ontwikkeling van oliereserves in Nederlands-Indië. De twee maatschappijen, die uit angst voor concurrentie van Standard Oil, fuseerden in 1903 in de Asiatic Petroleum Company, die samen met de Franse Rothschilds in handen was, en werden in 1907 Royal Dutch Shell.

Een andere mondiale concurrent van de standaardolietroon ontstond aan het begin van de 20e eeuw in Iran. In 1901 onderhandelde de miljonair-socialite William Knox D’arcy met de koning van Perzië over een ongelooflijke concessie: het exclusieve recht om gedurende 60 jaar in het grootste deel van het land olie te zoeken.

Na zeven jaar van vruchteloos zoeken waren D’Arcy en zijn partner in Glasgow, Birmah Oil, klaar om het land helemaal te verlaten. Begin mei 1908 stuurden ze een telegram naar hun geoloog waarin ze hem vertelden zijn personeel te ontslaan, zijn apparatuur te demonteren en terug te keren naar huis. Hij tartte de orde en weken later sloeg hij olie.

Birmah Oil heeft onmiddellijk de Anglo-Persian Oil Company afgesplitst om toezicht te houden op de productie van de Perzische olie. De Britse overheid nam 51% meerderheidsdeelneming in de aandelen van het bedrijf in 1914 op aandringen van Winston Churchill, toen Eerste Heer van de Admiraliteit, en overleeft vandaag als BP.

De Rothschilds en Nobels. De Nederlandse koninklijke familie. De Rockefellers. Deze vroege titanen van de olie-industrie en hun bedrijfsschalen pionierden een nieuw model voor het vergaren en uitbreiden van tot nu toe ongehoorde fortuinen. Ze waren de enten van een nieuwe oligarchie, gebouwd rond olie en de controle ervan, van bron tot pomp.

Maar het ging niet alleen om geld. De monopolisering van deze, de belangrijkste energiebron van de 20e eeuw, hielp de oligarchen niet alleen rijkdom, maar ook macht over het leven van miljarden mensen veilig te stellen. Miljarden mensen die afhankelijk werden van het zwart goud voor de voorziening van vrijwel elk aspect van hun dagelijks leven.

Aan het einde van de 19e eeuw was het echter geenszins zeker dat olie de belangrijkste hulpbron van de 20e eeuw zou worden. Toen goedkope verlichting van de nieuw gecommercialiseerde gloeilamp de markt voor lampolie begon te vernietigen, stonden de oligarchen op het punt de waarde van hun monopolie te verliezen. Maar een reeks “gelukkige gebeurtenissen” stond op het punt om hun fortuin nog verder te katapulteren.

Een jaar na de commerciële introductie van de gloeilamp kwam er nog een uitvinding om de olie-industrie te redden: De Duitse ingenieur Karl Benz heeft een betrouwbare tweetaktmotor gepatenteerd. De motor liep op benzine, een ander aardolie bijproduct, en werd de basis voor de Benz Motorwagen die in 1888 de eerste in de handel verkrijgbare auto in de geschiedenis werd. En met dat geluk werd het bedrijf gered dat Rockefeller en de andere oligarchen tientallen jaren lang hadden geconsolideerd.

Eerste elektrische auto gebouwd in 1884

Maar er was meer geluk nodig om de markt voor deze nieuwe motor veilig te stellen. In de begindagen van het autotijdperk was het geenszins zeker dat auto’s op benzine de markt zouden gaan domineren. Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw waren er al bedrijfsmodellen voor elektrische voertuigen en in 1884 werd de eerste elektrische auto gebouwd. In 1897 was er een vloot van all-electric taxi’s die passagiers vervoerden rond Londen.

Het wereldrecord van de grondsnelheid werd in 1898 bereikt door een elektrische auto. Aan het begin van de 20e eeuw was 28 procent van de auto’s in de Verenigde Staten elektrisch aangedreven. De elektronica had voordelen ten opzichte van de verbrandingsmotor: er hoefde niet geschakeld te worden en de motor hoefde niet te worden aangetrokken en hadden geen trillingen, geur of geluid.

Op 10 januari 1901 grijpt Lady Luck opnieuw in, toen goudzoekers op Spindletop in Oost-Texas olie sloegen. De bron blies 100.000 vaten per dag en startte de volgende grote oliehausse, het verstrekken van goedkope, overvloedige olie aan de Amerikaanse markt en het drukken van de brandstof prijzen.

Het duurde niet lang voordat de elektrische motoren in het lage segment helemaal uit de vaart werden genomen en grote, luidruchtige, benzine verslindende motoren de weg domineerden, allemaal gevoed door het zwarte goud dat Standard Oil, Shell, Gulf, Texaco, Anglo-Persian en de andere oliemultinationals van die tijd boren, raffineren en verkopen.

Misschien was John D.’s grootste geluk echter helemaal geen geluk. Rockefeller werd steeds meer in de gaten gehouden door een publiek dat verontwaardigd was over de ongekende rijkdom die hij had vergaard via Standard Oil. Onderzoekjournalisten / verslaggevers zoals Ida Tarbell begon het vuil op te graven op zijn stijging aan de macht door spoorweg samenzweringen, geheime deals met concurrenten en andere schaduwrijke praktijken.

De pers verbeeldde hem als een kolos met omgekochte politici letterlijk in zijn handpalm; Standard Oil was een dreigende octopus met zijn tentakels die het levenssap van de natie wurgden. Er werden hoorzittingen gehouden, er werd een onderzoek ingesteld en er werden rechtszaken tegen hem aangespannen. En uiteindelijk deed het Hooggerechtshof in 1911 een monumentale uitspraak.

Tot verbazing van de wereld was Rockefellers straf in feite zijn beloning geweest. De opsplitsing van het Standard Oil-monopolie had hem niet als een gebroken man achtergelaten, maar als ’s werelds enige erkende miljardair op een moment dat het gemiddelde jaarinkomen in Amerika 520 dollar bedroeg.

Het verhaal van Rockefeller werd perfect weerspiegeld door het verhaal van kolonel Edwin Drake. Nadat Drake olie had geslagen in Titusville en een wereldwijde industrie van miljarden dollars had voortgebracht, had hij niet de vooruitziende blik gehad om zijn boortechniek te patenteren of zelfs maar het land rond zijn eigen put op te kopen. Hij kwam in armoede terecht en vertrouwde op een lijfrente van het Gemenebest Pennsylvania om te overleven, om in 1880 te sterven.

Voor de oligarchie was de les van de opkomst en opkomst van Rockefeller duidelijk: hoe meedogenlozer dat monopolie werd nagestreefd, hoe strakker de controle werd gegrepen, hoe groter de zucht naar macht en geld, hoe groter de beloning uiteindelijk zou zijn.

Van nu af aan zou geen enkele uitvinding de oliemultinationals ontsporen uit hun zoektocht naar totale controle. Er zou geen concurrentie worden getolereerd. Geen enkele bedreiging voor de oligarchen zou mogen toenemen.

DEEL TWEE: CONCURRENTIE IS EEN ZONDE !

De corrupte trekpoppen in de politiek – beter bekend als ”volksvertegenwoordigers” – en hun corrupte media kartel hebben deze essay per email ontvangen.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Dictatuur, Economie, Geschiedenis, Koningshuis, Maatschappij, Nazi/Fascisten, NWO, Video's, Wereldoorlog 3 | Een reactie plaatsen

HET PLEIDOOI VAN DE HONINGBIJ

HET PLEIDOOI VAN DE HONINGBIJ

De honingbij in de banner bovenaan deze nieuwsbrief spreekt ons al meer dan honderdveertien jaar toe. Zijn aantal wordt steeds kleiner, zijn boodschap steeds dringender, hij wacht op een slapende wereld om eindelijk te luisteren. “Nu!” staat er. “Word wakker voordat het te laat is, er is geen tijd meer!”

Op het eiland Wight, voor de zuidkust van Engeland, bouwde Giuglielmo Marconi het eerste permanente radiostation ter wereld. En de eerste waarschuwing van de bijen aan de mensheid werd gehoord. “Ze zijn vaak te zien hoe grasstengels omhoog kruipen, of op de steunen van de bijenkorf, waar ze blijven tot ze uit pure zwakheid op de aarde vallen, en kort daarna sterven,” schreef Augustus Imms van het Christelijk College, Cambridge in 1906. Negentig procent van de bijen was al van het hele eiland verdwenen. Hij is niet in staat een oorzaak te vinden en noemt het eenvoudigweg de ziekte van Isle of Wight. Er werden zwermen gezonde bijen geïmporteerd van het vasteland, maar het had geen zin: binnen een week stierven de verse bijen met duizenden tegelijk.

De beschrijving, meer dan een eeuw later, is precies hetzelfde. Op 19 november 2019 werd een 5G antenne geplaatst op 250 meter van Angela’s huis in Melbourne, Australië. “Ik fotografeerde de nieuwe mast die naar de celtoren ging,” schrijft ze, “en de volgende dag stond ik op de oprit te praten met onze timmerman, en we zagen bijen die op de oprit vielen en toen stierven. Ik slaagde erin om er een te filmen die probeerde stuifmeel te verzamelen, maar die hing ondersteboven en kon niet naar het midden van de bloem lijken te komen, waarna hij van de bloemblaadjes naar de grond rolde”.

Bekijk de video’s: ”Smartphone” ?? 5G is een gevaar voor het leven, kijk, denk na en deel!

Vandaag, twee maanden later, is hun prachtige tuin, vol met bomen en planten uit de oude wereld, stil en kaal. “We hebben geen insecten — geen,” schreef Angela vorige week. “Onze cumquat is het hele jaar door beladen en er komt geen nieuw fruit aan. Geen olijven op de weg naar onze olijfboom zo beladen vorig jaar. We hebben gisteren grond gegraven, ook geen wormen, niets, allemaal weg. Ik heb vanavond laat met de hond gelopen, het was donker en een arme ekster lag op straat onder een straatlantaarn in de hoop op een krekel denk ik. Het was stil. Ik nam vogelzaad mee en ging terug, maar de vogel was weg… het moet wel hongerig zijn om ’s nachts buiten te zijn.”

Te midden van een overvloed aan bijen sterven de bijen van de honger. In 2009 plaatste Neelima Kumar, op de Panjab Universiteit in India, mobiele telefoons in enkele bijenkorven en zette ze tien minuten lang aan. De concentraties van glucose, cholesterol, totale koolhydraten, totale lipiden en totale proteïnen namen snel toe in het bloed van de bijen. Na slechts tien minuten blootstelling aan een mobiele telefoon waren de bijen niet in staat om hun voedsel te verteren of de zuurstof die ze ademden te gebruiken. Hun metabolisme was tot stilstand gekomen.

“Wakker worden!” zeggen de bijen.

“Wakker worden!” zeiden ouders met hun kinderen die afgelopen zaterdag bij de kerk op de rotonde in Newport op het eiland Wight bijeenkwamen om te protesteren tegen de plannen om hun eiland in een Smart Island te veranderen — om de ziekte van Isle of Wight terug te brengen naar het eiland waar het is geboren.

De radiogolven zijn vergif voor het leven. Ze dringen door huid en botten, celwanden en mitochondriën. Ze voorkomen dat elektronen uit ons voedsel worden gecombineerd met de zuurstof die we inademen. Ze geven ons diabetes, en hart- en vaatziekten, en kanker. Ze desoriënteren trekvogels, en ze doden ronduit kleine levensvormen die bloemen bestuiven en een hoge stofwisseling hebben.

In het midden van de jaren negentig werd het onzichtbare vuur dat Marconi had aangestoken een vuurzee. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid werden er niet alleen radiogolven uitgezonden vanuit hoge torens die wijd verspreid waren over het landschap, maar overal uit de handen van mannen, vrouwen en kinderen. En in 2020 heeft dit ons op de rand van het uitsterven gebracht — niet alleen van bijen, en niet alleen van de mensheid, maar van al het leven op aarde.

Ik vroeg in een vorige nieuwsbrief: “Welke willen we het liefst behouden: onze telefoons of onze planeet?” Er is maar één verstandig antwoord. Ik vraag jullie allemaal die deze nieuwsbrief lezen om samen met mij deze wereld weer op de rails te zetten om te overleven door jullie mobiele telefoons weg te gooien, nu, vandaag. Niet volgend jaar, en niet morgen. Vandaag. Er is geen andere optie. Morgen kunnen we, als we durven, omgaan met de klimaatleugen. Maar als we tijd willen hebben om die ”dringende oproep” te beantwoorden, moeten we eerst deze noodsituatie aanpakken. We moeten deze brand blussen.

Ik stem voor het leven. Wat doe jij?

SLOVENIE STEMT VOOR HET LEVEN, ALTHANS VOOR NU…

Afgelopen vrijdag, toen mensen in 250 steden zich aan het voorbereiden waren op de eerste Wereldwijde Protestdag tegen 5G, werd Slovenië het eerste land ter wereld dat 5G weigerde, althans tijdelijk, vanwege bezwaren van wetenschappers en het publiek. Het Ministerie van Bestuurszaken had een vier uur durende openbare raadpleging over de stralingsaspecten in het kader van het waarborgen van de werking van 5G-technologieën bijeengeroepen. Onder de sprekers waren Gregor Kos, voorzitter van de politieke partij, Za zdravo družbo (Voor een Gezonde Samenleving), en Igor Šajn van Stavbbna biologija Slovenije (Bouwbiologie van Slovenië).

De vier uur durende vergadering duurde zes uur. De minister van Openbaar Bestuur, Rudy Medved, kondigde aan dat Slovenië de implementatie van 5G in zijn land officieel uitstelt “vanwege mogelijke gezondheidseffecten van EMV’s”.

Maandag is de premier van Slovenië afgetreden, wat betekent dat er nieuwe verkiezingen zullen worden gehouden, waarschijnlijk in april, en dat 5G de belangrijkste kwestie zal zijn voor de politieke partij van Gregor Kos bij de verkiezingen. Op 10 maart zal zijn partij wetenschappelijke deskundigen uit andere landen uitnodigen voor een evenement van de hele dag over de gevolgen van 5G voor de gezondheid en het milieu, dat zal plaatsvinden in de Nationale Raad van Slovenië (het Hogerhuis van het Parlement) en rechtstreeks op de nationale televisie zal worden uitgezonden.

VANDAAG ZIJN NOG EENS 60 SATELLIETEN GELANCEERD

Vanochtend, om 9:06 uur, lanceerde SpaceX nog eens 60 “Starlink” satellieten, waardoor het aantal van deze satellieten in een lage baan om de aarde oploopt tot 240. Dit zijn al strepende fotografische platen in observatoria over de hele wereld, hoewel ze niet eens één procent zijn van wat SpaceX uiteindelijk van plan is. SpaceX heeft al toestemming van de Federal Communications Commission om onze nachtelijke hemel te vervuilen met 12.000 satellieten, heeft een ongelofelijk aantal van 42.000 aangevraagd, en lanceert ze nu, 60 tegelijk, twee keer per maand, voor onbepaalde tijd in de toekomst, tenzij iemand er een einde aan maakt. Als ze allemaal gelanceerd worden, zullen ze veel meer dan de ongeveer 9.000 zichtbare sterren zijn, en zullen ze helderder zijn dan allemaal, op 172 na.

Deze daad van wereldwijd vandalisme dreigt een einde te maken aan de astronomie, en de nachtelijke hemel voor altijd te ruïneren voor de hele mensheid, voor trekvogels die zich bij de sterren oriënteren, en voor alle andere wezens die genieten van het leven onder de eeuwige onveranderlijke hemel.

Deze daad van mondiaal vandalisme dreigt ook te leiden tot het plotseling uitsterven van al het of het meeste leven op het aardoppervlak, omdat de 12.000+ satellieten zich in de ionosfeer van de aarde zullen bevinden en er extreem krachtige pulserende stralen in zullen uitzenden. De ionosfeer is een bron van hoogspanning, die te allen tijde opgeladen is tot gemiddeld 300.000 volt. Het controleert de wereldwijde elektrische schakeling die elk levend ding – vogel, dier, boom en mens – verbindt met de aarde en de hemel, het elektrische circuit dat loopt door onze aderen, die de Chinezen noemen qi, en de Indianen noemen prana. Een eeuwige schakeling van het leven die al drie miljard jaar zacht en onveranderlijk is.

The Astronomers’ Appeal, genaamd Safeguarding the Astronomical Sky, dat slechts enkele weken geleden werd gelanceerd, heeft al 1300 handtekeningen van professionele astronomen uit 48 landen. Zij vragen dat het Starlink-project onmiddellijk wordt stopgezet en dat alle regeringen zich aan de internationale verdragen houden — dezelfde verdragen die in de International Appeal to Stop 5G on Earth and in Space worden ingeroepen:

Het Outer Space Treaty van 1967 vereist dat het gebruik van de ruimte wordt uitgevoerd “om [zijn] schadelijke vervuiling en ook negatieve veranderingen in het milieu van de Aarde te voorkomen“.

De richtsnoeren van de tot op het bot verziekte Verenigde Nazi’s voor de duurzaamheid op lange termijn van activiteiten in de kosmische ruimte (2018) vereisen dat gebruikers van de kosmische ruimte “de risico’s voor mensen, eigendommen, de volksgezondheid en het milieu in verband met de lancering, de werking in de omloopbaan en het opnieuw binnenkomen van ruimteobjecten” aanpakken. Zij zijn zelf hoofdelijk verantwoordelijk voor het dodelijk. ziekmakende Agenda 21 en volgende…

Een onderdeel van de ziekmakende installaties is de SMARTMETER !!

VRAAG JE GEWOON EENS AF WAAROM EEN (R)OVERHEID EEN SMARTMETER VERPLICHT STELT?? VOOR JOUW GEZONDHEID? OF VOOR EEN DODELIJK ZIEKMAKENDE AGENDA OPGESTELD DOOR DE VERENIGDE NAZI’S ??

Op onze tot op het bot corrupte regering onder ”leiding” van nazi Bilderberg trekpop Mark (”leugenaar/pedo?) Rutte hoeven we niet te rekenen, zij zijn te stom om voor de duivel te dansen en doen dat dus ook. Klik hier of op de afbeelding boven dit bericht en teken de petitie. Je kunt deze waarschuwing simpel negeren, maar moet dan niet zielig doen als jij of je naasten vroegtijdig sterven aan kanker of lijden aan andere ernstige aandoeningen !!

Een gewaarschuwd mens …. 

Geplaatst in Bilderberg, Gezondheid, Jongeren, Maatschappij, Nazi/Fascisten, Politiek, Uit de Euro - Nexitt, Vaticaan | Een reactie plaatsen

De Brexit-Deal – tactische beschadiging van het volk

De Brexit Deal – tactische beschadiging van het volk

Brexit zonder Exit

Hallo, ik heb in het kader van mijn studie vorige week een lezing uitgewerkt over de Brexit. Ik moest me door alle berichten in de pers heen werken en tot besluit moet ik na mijn onderzoek opnieuw vaststellen dat de systeemmedia bewust de belangrijke, de echt belangrijke informatie over deze Brexit, vooral over de Brexit-deal, verzwijgen. Dat zeggen ze helemaal niet. Ik kwam er pas achter toen ik op de Brexit-partij ben gestoten. De Brexit Partij is een partij die in april van dit jaar is opgericht door Nigel Farage.

Kort over de achtergrond: Nigel Farage is al meer dan 20 jaar lid van het Europees Nazi Fascistische Parlement en een groot voorstander van de Brexit, na alles wat hij in het Europees Nazi Fascistische Parlement heeft meegemaakt aan Europese wetgeving en ”leiderschap”.

En zoals ik al zei, richtte hij in april deze Brexit-Partij op. De Brexit-Partij heeft de meeste stemmen gewonnen bij de Europese verkiezingen van 2019 in Groot-Brittannië, na slechts zes weken te hebben bestaan. Zij behaalden 32 procent van alle stemmen.

Dat betekent dat je kunt zien dat het Britse volk echt uit de Europese Nazi Fascisten Unie wil stappen. Ze willen zich ontdoen van deze Europese Nazi Fascisten overheersing. Met zekerheid waarschijnlijk met een goede reden. Maar we willen ons nader bezighouden met deze wisseling, met de Brexit-Deal die trekpoppen Theresa May en Boris Johnson, de laatste twee Britse ”premiers”, met de Europese Nazi Fascisten Unie onderhandelen of hebben onderhandeld, en wat de echte breekpunten zijn, en wat de door zionisten gecontroleerde mainstream media ons nadrukkelijk verzwijgt.

In feite bestaat deze Brexit-zonder exit-Deal uit twee documenten: enerzijds een opzeggen van het lidmaatschap en anderzijds een politieke statement, een politieke declaratie. In deze beide documenten staat dat Groot-Brittannië zich in de overgangsfase bevindt, ze noemen dat dus de Brexit zonder exit overgangsfase – die ten minste tot eind 2020 duurt, maar die ook drie, vier, vijf jaar kan duren. In deze fase gelden alle Europese Nazi Fascisten Unie-wetten voor de Britten, maar voor Groot-Brittannië hebben de Britten in deze fase geen stemrecht in de Europese Nazi Fascisten Unie. Zij kunnen niet deelnemen aan een stemming en kunnen geen veto uitspreken. Dit betekent dat de Europese Nazi Fascisten Unie de wetgeving in het nadeel van Groot-Brittannië kan wijzigen zoveel als zij wil, alle andere corrupte vazallen staten kunnen stemmen, Groot-Brittannië kan helemaal niet stemmen in de komende jaren van de overgang.

Bovendien kost het opzeggen van het lidmaatschap aan deze tot op het bot anti democratische nazi fascistische club 39 miljard pond – zoveel kost gewoon het opzeggen van het lidmaatschap. Groot-Brittannië De Britse belastingbetaler moet die ophoesten. Tot nu toe betaalt Groot-Brittannië 50 miljoen pond per dag aan de Europese Nazi Fascisten Unie – elke dag! Nu kost het hen nog eens 39 miljard pond om het lidmaatschap op te zeggen.

Na de Brexit, na deze overgangsperiode, gelden er nog andere bepalingen, die zijn vastgelegd in deze politieke declaratie. Groot-Brittannië verbindt zich er onder andere toe af te zien van elke actie, dit verwijst nu naar het buitenlands beleid, af te zien van elke actie die in tegenspraak is met het optreden van de Europese Nazi Fascisten Unie, die de Europese Nazi Fascisten Unie dus belemmeren. Met andere woorden, Groot-Brittannië verbindt zich ertoe om precies dezelfde koers te varen als de Europese Nazi Fascisten Unie op het gebied van het buitenlands beleid – in geen geval mag het daar iets tegen ondernemen.

Zij verbinden zich er bovendien toe dat zij de soevereine rechten op hun wateren, het recht om in hun wateren te vissen, verder op niet-discriminerende wijze zullen behandelen. Momenteel moet Groot-Brittannië 80 procent van de visbestanden in zijn territoriale wateren vrijgeven aan de Europese Nazi Fascisten Unie, aan andere Europese Nazi Fascisten Unie – vazallen. Ze mogen slechts 20 procent van de vis vangen. Door deze procedure van het opzeggen van het lidmaatschap wordt een gelijkaardige handelswijze opgedrongen. Groot-Brittannië moet op dezelfde manier handelen, moet een vergelijkbaar aantal visrechten afstaan aan andere Europese Nazi Fascisten Unie-vazallen staten.

Ongekozen nazi Bilderberg trekpoppen !!

Bovendien geldt dat als Groot-Brittannië in de toekomst een handelsovereenkomst met de Europese Nazi Fascisten Unie sluit, zij een gelijkmatig speelveld moeten garanderen. Dit betekent dat zij hun wetten inzake de belasting van hun bedrijven en hun bevolking, hun arbeidswetgeving, hun sociale wetten en alles in overeenstemming moeten brengen met de Europese Nazi Fascisten Unie-wetgeving, zodat deze harmonisch is en de Europese Nazi Fascisten Unie-vazallen landen in hun handel met Groot-Brittannië geen nadelen ondervinden.

Dus Groot-Brittannië mag niet zijn eigen voordelen gebruiken, ze mogen hun sterke punten niet ontplooien. Ze moeten hun sterkste bedrijfstakken, industrieën, enzovoort, aanpassen aan uniforme Europese Nazi Fascisten Unie-richtlijnen, zodat de Europese Nazi Fascisten Unie-vazallen geen nadeel ondervinden – en dit na de Brexit = dus geen exit!!.

Bovendien moet ze, na de Brexit gedurende twaalf jaar altijd, zodra de Europese Investeringsbank een nieuwe Euro-redding voorziet of van plan is uit te voeren, onmiddellijk 37 miljard euro bijdragen aan deze Euro-redding. Na de Brexit, tot twaalf jaar erna.!

Bovendien zal het corrupte Europees Hof van Justitie, als er een geschil is tussen de Europese Nazi Fascisten Unie en Groot-Brittannië, een uitspraak doen op grond van het Europese Nazi Fascisten Unie-”recht” en het corrupte Europees Hof van Justitie kan Groot-Brittannië ook na de Brexit dwingen het Britse recht te wijzigen om het in overeenstemming te brengen met het Europese Nazi Fascisten Unie-recht.

Ik weet dus niet hoe jullie dat zien, maar ik denk dat deze Brexit-Deal puur een nazi fascistisch onderwerpingsverdrag is voor het Britse volk – onderhandeld door psychopaten die, naar mijn mening, helemaal niet bedacht zijn op het welzijn van het volk en helemaal niet werken voor het volk.

Dat zie je als je naar de persoonlijkheden kijkt.

Bijvoorbeeld nazi Bilderberg schoft Michel Barnier, de hoofdonderhandelaar van deze Brexit-Deal van de zijde van de Europese Nazi Fascisten Unie. Hij is al jaren de hoofdadviseur van de Europese nazi fascisten Commissie, die niet democratisch is gekozen en zeer veel macht heeft. Hij had bovendien ook de leiding over het Verdrag van Lissabon en drukte het door, tegen de wil van drie landen. Frankrijk, Nederland en Ierland hebben in grote nationale referenda tegen het Verdrag van Lissabon gestemd. Toch heeft hij het erdoor gedrukt, dit Verdrag van Lissabon, en de geschiedenis lijkt zich nu te herhalen met de Brexit zonder exit.

Ook corrupte trekpop Boris Johnson, de Engelse premier, noemt deze deal een “uitstekende deal”. Ik vraag me af voor wie hij eigenlijk werkt. (Ik weet het natuurlijk wel, de vraag is of jullie het intussen ook weten)

Persoonlijk vind ik deze deal helemaal niet in orde, ik vind het niet in orde hoe hier wordt omgegaan met de Britse bevolking. Nigel Farage en zijn Brexit Partij vinden het ook niet in orde en ze werken eraan, strijden erom, om een faire deal te krijgen – of een no-deal Brexit, waar ze zonder deal kunnen uittreden uit de Europese Nazi Fascisten Unie, quasi in een soevereine positie.

Welke van deze politici, denkt u, werken tegen het volk en welke werken voor het volk?

Geplaatst in Bilderberg, Dictatuur, Nazi/Fascisten, Politiek, Uit de Euro - Nexitt, Vaticaan, Video's, Zionisten | Een reactie plaatsen

80 jaar Holocaust Industrie BV

80 jaar Holocaust Industrie BV

Ons ”koningshuis” was groot aandeelhouder in de Holocaust Industrie!

Veel gruwelijke boeken zijn in de afgelopen zestig jaar geschreven door mensen die beweren ooggetuigen te zijn. De meeste van deze beweringen zijn bewezen van absurdistisch tot onbezonnen.

De meeste van deze afschuwelijke boeken zijn bewezen frauduleus te zijn, zelfs door Joodse academici die hun rapporten hebben gepubliceerd in de London Jewish Chronicle en de Australian Jewish News. In sommige gevallen zijn de berichten echt vernietigend, maar ze kwamen te laat om de schade ongedaan te maken die het Duitse volk is aangedaan door de eerste uitbarsting van publiciteit waardoor de fraude in de massamedia wordt gelanceerd.

Met de verkoop van dergelijke boeken, films en documentaires wordt grote winst gemaakt. Maar is winst het enige motief? Een zeker gevolg van de desinformatie over de holocaust is de verspreiding van rassenhaat tegen de Duitsers die zich niet mogen verdedigen zonder voor hun inspanningen gevangen te worden gezet.

MAAR ER WAS EEN ECHTE HOLOCAUST

Tweeënzestig Duitse steden werden voor tachtig procent verwoest door willekeurige nachtbombardementen van de Britse Royal Air Force, waarbij meer dan achthonderdduizend burgers omkwamen toen hun steden werden overspoeld door brandstormen. Op 10 mei 1940 werd Winston Churchill premier van het Verenigd (Duitse) Koninkrijk en diezelfde nacht vonden de eerste opzettelijke bombardementen op burgers plaats in Duitsland, op advies van de joodse professor Lindeman die in Berlijn had gewoond en op dat moment wetenschappelijk adviseur van Winston Churchill was.

Na de oorlog kreeg professor Lindeman voor zijn dienst aan het Britse Rijk het recht om in het Britse parlement zitting te nemen in het Hogerhuis. Na de zesde tapijtbomaanslag op burgers in Berlijn waarschuwde de Duitse regering Groot-Brittannië dat ze, als ze Berlijn opnieuw zouden bombarderen, wraak zouden nemen door Londen te bombarderen. Na het achtste bewuste bombardement op Berlijn beval Hitler het bombardement op Londen als vergelding. Dus toen werden de dokken en voedseldistributiecentra van Londen gebombardeerd met burgerslachtoffers.

Wij presenteren 10 x Fraude, leugens en bedrog;

FRAUDE No. 1 Where Death Wears a Smile
Australische documentaire geproduceerd door Cinetel

Het contract dat ik tekende met Cinetel was voor een documentaire die “The Greatest Nazi Hoax” zou heten. Het werd uitgebracht op Channel 7 TV die vijftig procent van de productiekosten financierde met de titel “Where Death Wears a Smile“. Het beweerde het ware verhaal te zijn van Australische krijgsgevangenen in een naziconcentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werd vertoond in Australië, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Zionisten Staten en Duitsland met de titel “Forgotten POWs“. Deze documentaire won de prijs voor Beste Politieke Documentaire op het TV- en Filmfestival van New York in 1985.

Voorafgaand aan de productie kwam er op Kreta een brief van de producent Paul Rea naar me toe. Hij vertelde me dat de documentaire gebaseerd zou zijn op mijn dertig jaar durende strijd voor gerechtigheid. Ik geloofde hem en tekende het contract. Ik dacht dat dit me zou helpen om terug te keren naar Australië, dat ik in 1973 moest verlaten omdat de artsen van het Department of Veteran Affairs mijn valse legergegevens gebruikten om mij als een gevaarlijk geestelijk geval te brandmerken. Elke dokter beweerde dat ik niet in een naziconcentratiekamp geweest kon zijn omdat ik niet joods was!

Ze vertelden me allemaal hetzelfde. Als ik de mensen zou vertellen dat ik tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Duits concentratiekamp had gezeten en na de oorlog ook nog eens achtentwintig dagen in een gesloten centrum in Groot-Brittannië had gezeten, zou ik op een plaats moeten worden gezet en een speciale behandeling moeten krijgen. Dit maakte me bang omdat ik wist dat ik de waarheid sprak, maar niemand geloofde me. Ik ontweek alle pogingen om me in het ziekenhuis te laten opnemen, omdat ik niet in een ziekenhuis wilde worden opgenomen met behulp van mijn oude legergegevens. Ik dacht dat het het beste was om Australië te verlaten en naar Engeland te gaan waar ik Group Captain “Wings” Day ontmoette, die senior officier was geweest van alle RAF krijgsgevangenen in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog en Airy Neave, een Brits parlementslid dat de eerste Britse officier was die met succes ontsnapte uit Colditz. Ze hielpen me allebei om mijn claims te bewijzen.

Na het zien van de voltooide documentaire “Where Death Wears a Smile“, realiseerde ik me dat ik door Cinetel gebruikt was om het doel van de “Australianisering” van de holocaust door de mythe van veertig vermoorde Australische krijgsgevangenen te bevorderen. Cinetel negeerde volledig het contract dat ze hadden getekend en de clausule dat ik de resultaten van hun onderzoek in mijn autobiografie zou krijgen. Dit maakte me achterdochtig over hun bewering over de veertig vermoorde soldaten. Maar hoe kregen ze de senior advocaat Herman Weissing van het Nationaal Socialistisch Bureau voor Oorlogsmisdaden in Dortmund aan het woord: “Dit incident vond plaats.” In antwoord op de vraag van Cinetel: “Weet u zeker dat dit bloedbad heeft plaatsgevonden? Dit werd bereikt door een bekwame maar criminele redactie van Cinetel na het stellen van een eerdere vraag aan Herman Weissing, zoals: “Was er een incident waarbij Australiërs werden vastgehouden in de Kleine Vesting?” waarop hij antwoordde: “Ik ben er vrij zeker van dat dit incident heeft plaatsgevonden.” Deze opmerking werd bewerkt als bewijs dat de veertig moorden wel degelijk hebben plaatsgevonden.

Nadat ik de documentaire zag over de bewering dat veertig Australische soldaten door de Waffen SS vermoord waren, bezocht ik op 4 juli 1988 het hoofdkwartier van de Duitse oorlogsmisdaden in Dortmund. Ik vroeg of ik de verklaring kon bekijken die Paul Rea beweerde te hebben van de enige getuige. Er was niet één verklaring, maar drie afzonderlijke verklaringen van Moritz Mittelman, die het bloedbad op drie afzonderlijke locaties, kilometers uit elkaar, plaatsten.

Toen ik me realiseerde dat de beweringen van Cinetel vals waren, dacht ik aan de mogelijke valsheid van andere holocaustclaims in Auschwitz. Ik heb Auschwitz-Birkenau twee keer persoonlijk bezocht. De laatste keer was om het metselwerk in alle bestaande gebouwen te controleren en ook om de blauwgekleurde bakstenen van de twee desinfectie gebouwen opnieuw te controleren. Op grote borden binnenin staat te lezen: “Eén luis en je bent dood”, verwijzend naar de gevreesde tyfus die door luizen wordt verspreid. Dus begon ik de wetenschappelijke rapporten van Leuchter, Ball, Rudolf en andere revisionisten te bestuderen. Nu, na zesendertig jaar eigen onderzoek, gefinancierd door mijn TPI-pensioen sinds 1975, ben ik er zeker van dat de Duitse concentratiekampen vergelijkbaar waren met de Britse kampen in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlog, die mensen bevatten waarvan men dacht dat ze vijanden waren. Ik ben er zeker van dat de beweringen van andere revisionisten correct zijn, zoals de bewering dat er GEEN GASKAMERS werden gebruikt om Joden of zigeuners te doden in Auschwitz-Birkenau tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Geen enkele natie op aarde mag worden beschuldigd en veroordeeld voor een misdaad van de omvang van de Holocaust op basis van onlogische en tegenstrijdige verklaringen en zonder het voordeel van modern wetenschappelijk onderzoek naar het vermeende moordwapen. Tot nu toe was dit echter het geval met de vermeende gaskamers in de nazi concentratie kampen. Zij zijn nooit onderworpen aan een internationaal forensisch onderzoek.!

Ik heb dat in mijn boek gezegd: “The Answer Justice” dat het geld van de verkoop ervan het Australische International Justice Fund zou financieren, voor vertegenwoordigers van vier neutrale landen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals Zweden, Zwitserland, Spanje en Ierland, om de ontluizingsgebouwen in Auschwitz-Birkenau en de vermeende gaskamer nr. 2 forensisch te testen.

De verkoop van mijn boek in Australië door krantenwinkels en boekwinkels werd hier geblokkeerd door Joodse machten. Wie anders had de burgemeester van Newcastle kunnen bellen op 24 november 1988, de dag dat hij mijn boek lanceerde, dat ”het voor ons onaanvaardbaar was dat u het boek “The Answer Justice” van Alexander McClelland zou lanceren?” Zijn antwoord op dit advies was om het boek weg te houden voor de verzamelde TV en media menigte en om te zeggen: “Dit is een boek dat elke Australiër zou moeten lezen.” Ik had geen verkooppunt voor de verkoop van mijn boek en kon dus maar voor 3.000 dollar verkopen. Het saldo van $17.000 kwam uit mijn Totaal en Permanent Onbekwaamheidspensioen. $20.000 zou gaan om het Internationaal Justitie Fonds in werking te stellen. Hetzelfde bedrag van $20.000 kan op een Anne Frank-tentoonstelling in het Verenigd Koninkrijk worden gezet, maar dan betaald aan de Anne Frank Stichting in Nederland.

FRAUDE No. 2 Stoker
Australisch boek geschreven door Donald Watts
Wereld wijd gepubliceerd in (net als het valse dagboek van Anne Frank) 1995.

Dit boek werd door alle “juiste” mensen geprezen. Professor W.D. Rubenstein’s recensie werd in 1995 gepubliceerd in de Australian Jewish Historical Society Journal, en kan alleen maar als een schande worden beschouwd. Deze eminente geleerde van de Joodse geschiedenis prees het werk van Watt als het belangrijkste geschreven in Australië. Hij zei dat het “de absolute leugen geeft aan holocaust ontkennende propaganda, gebaseerd op het ooggetuigenverslag van een gewone Australiër”.

Stoker werd gefinancierd door de Joodse miljardair John Saunders, sponsor van het Joods Museum in Sydney, een man die zo’n grote invloed had op de Australische premier John Howard, dat hij hem het voorwoord van zijn autobiografie “Nothing is Impossible” liet schrijven.

Op de erkenningspagina van Stoker wordt veel dank betuigd aan de volgende belangrijke organisaties die zich onbewust met deze schaamteloze fraude hebben geassocieerd:

Het Australian War Memorial en het Department of Veterans’ Affairs…

De Australische Vereniging van Joodse Holocaustoverlevenden en Descenden

De mecenas en oprichter van het Joods Museum van Sydney, John Saunders AO

De redacteur van de the Battalion newsletter

De redacteur van Barbed Wire, het POW-tijdschrift

Uiteindelijk maakten de directeuren van het Auschwitz Museum en Yad Vashem in Jeruzalem vernietigende berichten over deze fantasie die zich als waarheid voordeed: “Het is duidelijk uit de beweringen van de auteur dat hij nooit in Auschwitz-Birkenau was.” Deze fraude werd ook aan het licht gebracht door professor Kwiet van de Macquarie Universiteit in Sydney. Maar tegen die tijd had het boek al veel geesten vergiftigd.

Hoe hebben professor W.D. Rubenstein en de joodse miljardair John Saunders AO en de anderen flagrante fantasieën in het boek van Donald Watt, Stoker, over het hoofd gezien.

Bijvoorbeeld:

Pagina 94: “De vier gaskamers en vier crematoria in Birkenau werden de klok rond bezig gehouden. Feestdagen en zondagen bestonden niet in die dodenfabrieken” . . . “Door de lichamen te tellen terwijl ze naar de ovens werden gebracht, schatte ik dat van mei 1944 tot eind november 1944 crematorium 2 en crematorium 3 elk vijfduizend lijken per dag, zeven dagen per week verbranden”. De luchtfoto’s die destijds door de Amerikaanse luchtmacht werden gemaakt, vertoonden geen zwarte rook zoals alle ooggetuigen in dit boek beweren.

Pagina 98: “. . . de haat van de Duitsers tegen de Joden. Oh, ze haatten ze wel, maar ze vonden het niet erg om ze te gebruiken als een menselijke bloedbank, zodat de Duitse soldaten konden leven. Het gebeurde zo: in het vrouwenkamp naast ons werden zeshonderd of zevenhonderd van de gezondste Joodse vrouwen speciaal door de SS geselecteerd en in kooien langs de muren in een grote hut geplaatst. De SS’ers gingen vervolgens met grote spuiten naar elke kooi en verwijderden het bloed van de vrouwen. Ze hielden het vol, dag na dag, totdat de vrouwen te zwak of te ziek waren om nog meer bloed te geven. Toen dat gebeurde, werden ze naar de gaskamers gebracht en werden er veel nieuwe vrouwen in kooien gestopt. Ik moet zeggen dat ik deze specifieke activiteit niet heb zien plaatsvinden, maar ik heb het gehoord van andere gevangenen. En ik zag zeker de lijken, met hun armen en lichamen bedekt met priksporen. Ik vraag me soms af wat de Duitse soldaten in de veldhospitalen zouden hebben gedacht als ze hadden geweten dat ze joods bloed ontvingen”. Wat een zieke fantasie! Is het verwonderlijk dat de Joodse autoriteiten dit boek hebben veroordeeld als een oplichterij? Waarom duurde het zo lang?

Pagina’s 113-114: “Dan zouden we, na misschien een paar minuten te hebben gepraat met de mensen om ons heen, in een uitgeputte slaap vallen, op de grond, tegen de volgende persoon. Een honderdtal van ons sliep samen, zonder deken, in een hut van ongeveer vijf bij drie meter”. Als je een ruimte van 3×5 meter bekijkt, is er niet genoeg ruimte voor honderd mensen om te staan, maar Watt zegt dat ze gepraat hebben en geslapen hebben zonder te stikken!

Pagina 159: “Het lijkt erop dat mijn aanvraag voor compensatie in Canberra een beetje hoofd krabben heeft veroorzaakt. . . het duurde acht maanden voordat het Rode Kruis mijn verhaal bevestigde”. Dit is de grote leugen van Watts. Hoe kon het Internationale Rode Kruis Watt’s belachelijke claims bevestigen? Er werd 10.000 dollar compensatie betaald aan Donald Watt. Het lijkt erop dat holocaustleugens behoorlijk winstgevend zijn!

FRAUDE No. 3 Doctor at Auschwitz
Boek geschreven door Dr Miklos Nyiszli
Een ooggetuigenverslag van de gruwelijkheden die in de meest verschrikkelijke nazi-doodkampen zijn begaan.

Het voorwoord beschrijft dit boek als “een eerlijk boek“. De “gaskamer” was tweehonderd yards lang (ongeveer tweehonderd en achttien meter), volgens Dr. Nyszli, de ooggetuige! Deze absurditeit bewijst dat hij er nooit was. Dezelfde ”gaskamer” is er vandaag de dag nog steeds.

Pagina 47: “De kamer waarin het konvooi zich bevond was ongeveer 200 meter lang; de muren waren witgekalkt en het was helder verlicht (uitkleedkamer) . . . De menigte stroomde door naar een andere, even goed verlichte kamer. Deze tweede kamer was even groot als de eerste, maar er waren geen banken of kledinghaken te zien. In het midden van de kamer, op een afstand van 30 meter, stegen de kolommen van de betonnen vloer naar het plafond. Het waren geen steunkolommen, maar plaatijzeren buizen, waarvan de zijkanten als een draadraster talrijke perforaties bevatten. Iedereen was binnen. Een hese commando roept naar buiten: SS en Sonderkommando verlaten de kamer! Ze gehoorzaamden en telden af. De deuren zwaaiden dicht en van buitenaf werden de lichten uitgeschakeld.

Op dat moment was het geluid van een auto te horen; een luxemodel dat door het Internationale Rode Kruis was ingericht. Een SS’er en een adjunct-gezondheidsofficier stapten uit de auto. De adjunct-gezondheidsofficier hield 4 groene laken-ijzeren fietstassen vast. Hij rukte op over het gras waar om de 30 meter korte betonnen buizen uit de grond omhoog schoten. Nadat hij zijn gasmasker had aangetrokken, tilde hij het deksel van de pijp op, die ook van beton was gemaakt. Hij opende een van de blikken en goot de inhoud – een mauvekorrelig materiaal – in de opening. De gegranuleerde stof viel in een brok op de bodem. Het ontstane gas ontsnapte door de perforaties en vulde binnen enkele seconden de ruimte waarin de gedeporteerden werden gestapeld. Binnen 5 minuten was iedereen dood.

Voor elk konvooi was het hetzelfde verhaal. Auto’s van het Internationale Rode Kruis brachten het gas van buitenaf. Er is nooit een voorraad ervan in het crematorium. De voorzorgsmaatregel was schandalig, maar nog schandaliger was het feit dat het gas in een auto met het embleem van het Internationale Rode Kruis werd gebracht. Om zeker te zijn van hun zaak, wachtten de 2 gasslachters nog eens 5 minuten. Daarna staken ze sigaretten aan en reden ze weg in hun auto. Ze hadden net 3.000 onschuldigen gedood”.

De vermeende gaskamer 2 staat nog steeds ter inzage, maar is gedeeltelijk vernield. De vier gaten in het dak zijn er niet en het gebouw is ook niet tweehonderd meter lang. Is het een wonder dat een nauwe inspectie van de vermeende gaskamer niet is toegestaan en dat holocaustsceptici gevangen worden gezet omdat ze weigeren de leugens van de holocaustpromotors te geloven?

Pagina 148: “Richting: Het concentratiekamp Birkenau, twee kilometer van de crematoria. Daar gloeiden immense vlammen langs de horizon. Het was waarschijnlijk de brandende KZ”. De crematoria waren niet twee kilometer verderop. Ze waren in dezelfde gebouwen! Dat bewijst nog maar eens dat de liegende auteur er niet was.

Pagina 158: (Dr. Nyiszli is teruggekeerd naar zijn huis, dat na een paar jaar nog steeds leeg en beschikbaar is voor hem en): “. . . Op een middag, enkele weken na mijn terugkeer , voelde ik me kil en ging ik bij de open haard zitten . . . De deurbel wekte me op uit mijn dagdromen. Voordat ik op kon staan om te antwoorden, kwamen mijn vrouw en dochter de kamer in! Ze waren in goede gezondheid en waren net bevrijd uit Bergen-Belsen, een van de meest beruchte vernietigingskampen”. Een gelukkig einde! Drie van de drie keren na de Tweede Wereldoorlog in goede gezondheid terug naar huis – ze keren terug uit Auschwitz en uit Bergen-Belsen. Beide kampen zouden verschrikkelijke vernietigings-concentratie-kampen zijn geweest.

FRAUDE No. 4 I am Alive 
Boek van Kitty Hart, 1961

In dit boek geeft Kitty een andere ooggetuigenversie van de vergassingen in Auschwitz-Birkenau op pagina 85-86: “Ik stond gehypnotiseerd. Ik kon me niet bewegen. Ik was eigenlijk met mijn eigen ogen getuige van een moord, niet op één persoon, maar op honderden mensen die naar een grote zaal werden geleid, meestal nietsvermoedend… Aan de buitenkant van het lage gebouw was een ladder geplaatst die tot een kleine opening reikte. Een figuur in SS-uniform klom stevig omhoog. Bovenaan trok hij een gasmasker en handschoenen aan. Met één hand hield hij de opening vast, trok een zak uit zijn zak en gooide snel de inhoud, een wit poeder naar binnen, waardoor de opening meteen dicht ging. In een flits ging hij naar beneden en gooide de ladder op het gazon en rende weg alsof hij door een spook werd achtervolgd. Tegelijkertijd weerklonk het meest angstaanjagende geschreeuw door de lucht, de wanhopige kreten van verstikkende mensen. Ik stond mijn adem in te houden“.

Pagina’s 86-87: “De rook begon uit de hoge schoorstenen te rollen en al snel schoten scherpe vlammen de lucht in. De zwarte rook werd dikker en donkerder en verstikte, wat een eigenaardige geur met zich meebracht, die van brandende lichamen, een geur van schroeiende kip zou vergelijkbaar zijn, maar deze stank van verbrand vet en haar was ondraaglijk. . . . Toen de avond kwam, was de hele hemel rood, alsof hij oplichtte. De rook en de vlammen stroomden uit alle schoorstenen die ons kleine kamp omringen. Het leek alsof er bloed naar buiten kwam, zoals het inderdaad was. Niemand sliep die nacht“.

Kitty Hart hoorde ook het geschreeuw van stervende gevangenen. Nou, medische experts zullen u vertellen dat iedereen die sterft aan Zyklon B-vergiftiging stuiptrekkingen ervaart en niet schreeuwt.

Wat een Disneyland Fantasia, waar de gevangenen van Auschwitz elke nacht op werden getrakteerd! Tienduizend plus lijken werden elke dag en nacht verbrand, en de crematoria schoorstenen omsingelden het kamp! De vlammen gingen door de hoge schoorstenen en dan nog eens zes meter de lucht in, waardoor de hele lucht rood werd!!! Iemand had dit spektakel voor het nageslacht moeten filmen om zich te verbazen! Waarom hebben we de foto’s niet gezien?

Encyclopedieën vertellen ons dat het crematieproces werd geperfectioneerd rond 1860, toen ze leerden om de rook, as en geuren in de hoge schoorstenen van crematoria op te vangen. Maar met zestig jaar holocaustleugens geloven de meeste mensen de Donald Watts, Kitty Harts en de Spielbergs in plaats van DE WAARHEID.

FRAUDE No. 5 Hope is the Last to Die
Boek van Halina Birenbaum – ooggetuigenverslag over overleven in vernietigingskampen

Halina Birenbaum en haar moeder hebben de oorlog en de bezetting meegemaakt in het getto van Warschau en in de concentratiekampen van Majdanek, Auschwitz, Ravensbruck en Neustadt Glewe.

Er wordt ons vaak verteld dat Joodse kinderen onmiddellijk werden gedood in “dodenkampen”, maar Halina, die in 1939 tien jaar oud was, overleefde vier kampen en emigreerde in 1947 naar Israël.

In haar gruwelverhaal herinnert Halina zich veel leed, en de voortdurende geruchten dat er gaskamers en crematoria werden gebouwd om Joden uit te roeien en te verbranden (pag. 16). Dus als de crematoria speciaal werden gebouwd om duizenden lichamen te behandelen, waarom zijn ze dan precies hetzelfde als de heel gewone ovens die ontworpen zijn om één lichaam tegelijk te verbranden??.

Op pagina 17 beweert zij dat het de angst voor de dood was die de beschamende samenwerking tussen de Joodse politie en de nazi’s in het getto van Warschau veroorzaakte. Op pagina 52 zegt ze: “Een menigte van Joodse politie, gewapend met stokken en knuppels, viel de Straat van Leszno binnen. Als een kudde wilde, uitgehongerde dieren, uitgelokt door een klein beetje bloed, gehuil en geschreeuw, liepen ze de poorten van huizen binnen … elk van de politieagenten had opdracht gekregen om vier Joden aan de UMSCHLAG te leveren. Als hij zou falen, zou hij zelf naar de wagens moeten gaan“.

Pagina 62: “Overdag werden we achtervolgd door het lawaai buiten: voetstappen, schreeuwen, schieten. s Nachts, toen de stilte en de redding van de duisternis kwam, vreesden we voor geesten, spoken, spoken. In zo’n sfeer, in angst voor onze schaduwen en onze eigen ademhaling, kookte mijn moeder knoedels en thee op een gas ring“.

Pagina 88: Er is een beschrijving van de treinreis naar Majdanek. “Mensen staken in elkaar, vertrapten elkaar, waren woedend of baden. Als iemand met uitputting in elkaar stortte, werd hij verpletterd. . . Ze legden een laag dode lichamen en halfdode mensen op de wagonvloer. Daaronder lagen de zwakste, dan de sterkere – het aantal slachtoffers bleef toenemen . . . dat de nazi-dood niet alleen in de wagens, maar ook daarbuiten op de loer lag. Ze schoten op de waaghalzen die in wanhoop uit de ramen van de rijdende treinen sprongen”. Het vertrappen van de zwakken lijkt ook in de Majdanek-slaapbarakken te zijn doorgegaan waar diarree, onvrijwillige vervuiling, slagen, vloeken en beledigingen aan de orde van de dag waren (pag. 103). Maar er was een badhuis voor hen beschikbaar (pagina 133), maar het grootste probleem was de moeilijkheid om de kousen te verwijderen van de etterende zweren die op hun benen bloeden en de gezwollen en agressieve luizen die naar de open zweren zwommen om zich te verzadigen met hun bloed.

Pagina 224: Beschrijft nog een andere treinreis, dit keer van het vernietigingskamp Auschwitz naar Ravensbruck. “…hebben de twee bewapende schildwachten een comfortabel bed voor zichzelf geregeld. We mochten niet in die richting gaan, op straffe van een schotwond. Ze namen een of andere joodse vrouw mee. Ze lag overdag en ’s nachts naast de een of andere van hen. De andere vrouwen staarden haar met haat en minachting aan, maar ze waren jaloers op die ruimte op de vloer. Ze keek, blij met haar bevoorrechten, op ons neer“. Dit verhaal is niet geloofwaardig omdat elke immorele verbroedering met joodse vrouwen zwaar werd gestraft, meestal door te worden gestuurd om aan het Russische front te vechten. Duitse soldaten waren zeer gedisciplineerd.

FRAUDE No. 6 Holocaust
Boek van Gerald Green

Dit boek werd door de auteur en uitgever als fictie geklasseerd, maar toch werd het tot een acht uur durend “waar” documentaire epos op televisie gemaakt, en werd het wereldwijd getoond om de ongelukkige Duitsers nog meer te stigmatiseren.

FRAUDE No. 7 The Artists of Terezin
Boek van Gerald Green

Dit boek werd door de auteur en uitgever geclassificeerd als non-fictie, maar het is meer een fantasie dan een feit. Op 5 maart 1945, zevenendertig dagen na de bevrijding van Auschwitz door de Russen op 27 januari 1945, worden twintigduizend joden in Theresienstadt vergast. Ook in het boek zegt Gerald Green twee keer dat er in het concentratiekamp Theresienstadt een gaskamer was. Niemand anders maakt nog zo’n dwaze bewering.

FRAUDE No. 8 Documentary 

Een valse documentaire werd gemaakt door Nina Rosenbaum en Bill Miles die beweerden dat de Dachau en Buchenwald kampen werden bevrijd door zwarte troepen, terwijl ze in feite werden bevrijd door blanke Amerikanen. Nadat de film in New York in het openbaar was uitgezonden, begonnen de argumenten niet alleen de historische onnauwkeurigheden in twijfel te trekken, maar ook de motieven achter de schijnbare valse beweringen.

FRAUDE No. 9 One People

Een grote grap (leugen) zoals beweerd in het Australische Joodse Nieuws…

DIT IS HELEMAAL NIET WAAR. Het Australische Joodse Nieuws lijkt niet op de hoogte te zijn van de afkomst van zijn eigen volk. Tien procent zijn Semitische Sefardim Joden en negentig procent zijn Niet-Semitische Ashkenazi Joden waarvan de Khazaarse voorouders het Jodendom rond 720 na Christus als religie hebben geadopteerd. Het is moeilijk om de Holocaust-claims als waarheid te accepteren als deze zelfde mensen die de wreedheden beweren zo ongeïnformeerd zijn over hun eigen afkomst.

Ik heb een beroep gedaan op de Australische Joodse leiders om de doelstellingen van het Australische Internationale Gerechtigheidsfonds voor het internationale forensische onderzoek van de twee bestaande desinfecterende gebouwen en de vermeende gaskamer nr. 2 in Auschwitz-Birkenau te steunen. Dit zal de wereld in staat stellen om eindelijk de WAARHEID van de HOLOCAUST te kennen.

De waarheid schuwt immers geen onderzoek. (Met uitzondering van de wettelijke bescherming van de Holocaust Industrie en de belanghebbende!)

FRAUDE No. 10 The Jewish Holocaust

DE GROOTSTE LEUGEN IN DE GESCHIEDENIS

Met de valse bewering dat de Duitsers zes miljoen Joden hebben vermoord, meestal in gaskamers in Auschwitz-Birkenau in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog, is de wereld sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog verzadigd met films, documentaires en boeken over de Holocaust. Wie wereldwijd de Joodse Holocaustclaims durft te onderzoeken, wordt gebrandmerkt als antisemiet en holocaustontkenner.

(Opvallend is dat vandaag 26 JANUARI 2020 opeens melding wordt gemaakt in de media van iets meer dan 1 miljoen vermoorde (niet vergast) personen. Terwijl jarenlang de flagrante leugen van 6 miljoen er bij de argeloze kijker werd ingeramd. Of zijn er 5 miljoen joden uit de as herrezen?)

In onze ”democratische” wereld wordt iemand die van een misdrijf wordt beschuldigd, onschuldig geacht totdat onweerlegbaar bewijs het tegendeel bewijst. Wat is er gebeurd met de democratie in Duitsland, Polen, Frankrijk en Zwitserland, waar mensen die beschuldigd worden van holocaustontkenning geen enkel bewijs mogen leveren dat bewijst dat ze niet schuldig zijn? In de Middeleeuwen mochten mensen die ervan beschuldigd werden heksen te zijn, zich ook niet verdedigen en werden ze op de brandstapel gezet. Aangezien verbranding op de brandstapel en kruisiging in de huidige wereld niet is toegestaan, is het beste wat de Joodse leiders en holocaustpromotors kunnen bereiken, de opsluiting in een gevangenis waar niemand de beweringen kan horen die door jaren van zeer grondig onderzoek worden ondersteund.!

Het Joodse succes in het blokkeren van mijn boek “The Answer Justice”, hun mislukte pogingen om het boek “Chutzpah” (”Gotspe”), geschreven door Norman Finkelstein wiens moeder en vader in Duitse concentratiekampen werden vastgehouden, te stoppen, de opsluiting van de revisionisten Ernst Zundel en Germar Rudolf in Duitsland en David Irving in Oostenrijk: het zijn allemaal wanhopige pogingen om een einde te maken aan wat zij de ontkenning van de holocaust noemen.

De Engelse historicus David Irving werd in 2003 in opdracht van de Joodse gemeenschap (die slechts 0,4% van de Australische bevolking vertegenwoordigt) de toegang tot Australië geweigerd, waardoor de andere 99,6% het recht werd ontzegd om te horen wat David Irving te zeggen heeft. Het bewijs van de Joodse macht was de blokkering van het publiek dat de film van David Irving mocht bekijken. De joodse eigenaars van het gebouw sloten de filmpresentatie af, wat resulteerde in de kop in de “Australische” krant van: “Woedend op het joodse bod om de film van David Irving te stoppen, genaamd “The Search For Truth in History“.

Sir Zelman Cowan, die gouverneur-generaal van Australië was en een man die veel aanzien geniet in de Joodse gemeenschap, heeft in de Jewish Chronicle (Londen) verklaard dat “de manier om om te gaan met mensen die beweren dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden, is om onweerlegbaar bewijs te leveren dat het wel degelijk is gebeurd“. Ik ben het 100% eens met Sir Zelman Cowan. Ik ben er vrij zeker van dat hij en andere zionistische Joodse (Ashkenazi) wereldleiders zich ervan bewust zijn dat een Verenigde Nazi’s of internationaal forensisch onderzoek van de vermeende gaskamer in Crematorium Nr. 2 in Auschwitz-Birkenau in Polen, onweerlegbaar de waarheid aan de wereld zou bewijzen dat Zyklon B cyanide nooit is gebruikt zoals het Jodendom in de wereld beweert om Joden te doden.

In 1979 verklaarde professor W.D. Rubenstein:

“Als de Holocaust kan worden aangetoond dat het een zionistische mythe is, dan stort de sterkste van alle wapens in Israëls’ propaganda wapenkamer in. De vervalsing van de geschiedenis door zionistische Joden door de moord op zes miljoen Joden door Duitsland te claimen, vormt de GROOTSTE ORGANISATIEVE LEUGEN OOIT die de wereld heeft gekend”.

Elke week minimaal 3 stukken lezen over de echte geschiedenis over de Holocaust Industrie? Volg ons op Twitter en kijk eens op ons Youtube kanaal waar veel maar (nog) niet alles wordt verwijderd. De grootste gevaren zijn G5 en de vaccinatie industrie !

 

Geplaatst in Bilderberg, Dictatuur, Geschiedenis, Koningshuis, Maatschappij, Nazi/Fascisten, Ongemakkelijke waarheid, Politiek, Uit de Euro - Nexitt, Vaticaan, Zionisten | Een reactie plaatsen

Waarom Duitsland Polen is binnengevallen

Waarom Duitsland Polen is binnengevallen

Blanco cheque van Groot-Brittannië aan Polen

Op 21 maart 1939, toen hij als gastheer optrad voor de Franse premier Édouard Daladier, besprak de Britse premier Neville Chamberlain een gezamenlijk front met Frankrijk, Rusland en Polen om samen op te treden tegen de Duitse agressie. Frankrijk stemde meteen in, en de Russen stemden ermee in op voorwaarde dat zowel Frankrijk als Polen eerst zouden tekenen. De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Józef Beck sprak echter op 24 maart 1939 zijn veto uit over de overeenkomst. [1] Poolse staatslieden vreesden Rusland meer dan Duitsland. De Poolse maarschalk Edward Śmigły-Rydz zei tegen de Franse ambassadeur: “Met de Duitsers riskeren we onze vrijheid te verliezen; met de Russen verliezen we onze ziel [2].

Een andere complicatie ontstond in de Europese diplomatie toen een beweging onder de inwoners van Memel in Litouwen probeerde zich bij Duitsland aan te sluiten. De geallieerde overwinnaars van het Verdrag van Versailles hadden Memel uit Oost-Pruisen losgemaakt en in een apart protectoraat van de Volkenbond geplaatst. Litouwen ging vervolgens over tot het in beslag nemen van Memel van de Volkenbond kort na de Eerste Wereldoorlog. Memel was historisch gezien een Duitse stad die zich in de zeven eeuwen van haar geschiedenis nooit had afgescheiden van haar Oost-Pruisische vaderland. Duitsland was na de Eerste Wereldoorlog zo zwak dat het niet kon voorkomen dat de kleine pasgeborene van Litouwen Memel in beslag nam. [3]

De Duitse bezetting van Praag in maart 1939 had bij de overwegend Duitse bevolking van Memel voor oncontroleerbare opwinding gezorgd. De bevolking van Memel riep om terug te keren naar Duitsland en kon niet langer worden ingeperkt. De Litouwse minister van Buitenlandse Zaken reisde op 22 maart 1939 naar Berlijn, waar hij instemde met de onmiddellijke overplaatsing van Memel naar Duitsland. De annexatie van Memel in Duitsland ging de volgende dag door. De kwestie van Memel explodeerde uit zichzelf zonder dat er sprake was van een doelbewust Duits annexatieplan. [4] De Poolse leiders waren het erover eens dat de terugkeer van Memel naar Duitsland vanuit Litouwen geen kwestie van conflict tussen Duitsland en Polen zou zijn. [5]

Wat wel een conflict tussen Duitsland en Polen veroorzaakte, was de zogenaamde Vrije Stad Danzig. Danzig werd in het begin van de 14e eeuw gesticht en was historisch gezien de belangrijkste haven aan de monding van de grote rivier de Wisla. Vanaf het begin werd Danzig vrijwel uitsluitend bewoond door Duitsers, waarbij de Poolse minderheid in 1922 minder dan 3% van de 365.000 inwoners van de stad uitmaakte. Met het Verdrag van Versailles werd Danzig van een Duitse provinciehoofdstad omgevormd tot een protectoraat van de Volkenbond, dat onderworpen is aan een groot aantal vernauwingen ten gunste van Polen. Het grote overwicht van de burgers van Danzig had Duitsland nooit willen verlaten en ze wilden in 1939 graag terugkeren naar Duitsland. Hun verlangen om zich bij Duitsland aan te sluiten werd nog versterkt door het feit dat de Duitse economie gezond was terwijl de Poolse economie nog steeds in een depressie zat. [6]

Veel van de Duitse burgers van Danzig hadden voortdurend blijk gegeven van hun onwrikbare loyaliteit aan het nationaalsocialisme en zijn principes. Ze hadden zelfs een Nationaal-Socialistische parlementaire meerderheid gekozen voordat dit resultaat in Duitsland was bereikt. Het was algemeen bekend dat Polen ondanks de wensen van de Duitse meerderheid van Danzig voortdurend probeerde haar controle over Danzig te vergroten. Hitler was niet tegen de verdere economische aspiraties van Polen in Danzig, maar Hitler was vastbesloten om de vestiging van een Pools politiek regime in Danzig nooit toe te staan. Een dergelijke afzwering van Danzig door Hitler zou een verwerping zijn geweest van de loyaliteit van de burgers van Danzig aan het Derde Rijk en hun geest van zelfbeschikking. [7]

Duitsland heeft op 24 oktober 1938 een voorstel ingediend voor een alomvattende regeling van de kwestie-Danzig met Polen. Het plan van Hitler zou Duitsland in staat stellen Danzig te annexeren en een supersnelweg en een spoorlijn naar Oost-Pruisen aan te leggen. In ruil daarvoor zou Polen een permanente vrije haven in Danzig krijgen en het recht om een eigen snelweg en een eigen spoorlijn naar de haven aan te leggen. Het hele Danziger gebied zou ook een permanente vrije markt voor Poolse goederen worden waarop geen Duitse douanerechten worden geheven. Duitsland zou de ongekende stap zetten om de bestaande Duits-Poolse grens te erkennen en te garanderen, met inbegrip van de grens in Opper-Silezië die in 1922 werd vastgesteld. Deze latere bepaling was uiterst belangrijk omdat het Verdrag van Versailles Polen veel extra grondgebied had gegeven waarvan Duitsland wilde afzien. Het aanbod van Hitler om de Poolse grenzen te waarborgen, bracht ook een mate van militaire veiligheid met zich mee die geen enkele andere niet-communistische natie kon evenaren [8].

De door Duitsland voorgestelde regeling met Polen was veel minder gunstig voor Duitsland dan het Dertiende Punt van Wilson’s programma in Versailles. Het Verdrag van Versailles gaf Polen grote delen van het grondgebied in regio’s als West-Pruisen en West-Posen, die overweldigend Duits waren. Het rijkste industriële deel van Opper-Silezië werd later ook aan Polen gegeven, ondanks het feit dat Polen daar het volksreferendum had verloren. [9] Duitsland was bereid afstand te doen van deze gebieden in het belang van de Duits-Poolse samenwerking. Deze concessie van Hitler was meer dan voldoende om de Duitse annexatie van Danzig en de aanleg van een autosnelweg en een spoorlijn in de Corridor te compenseren. De Poolse diplomaten zelf waren van mening dat het voorstel van Duitsland een oprechte en realistische basis was voor een permanente overeenkomst.[10]

Op 26 maart 1939 verwierp de Poolse ambassadeur in Berlijn, Joseph Lipski, formeel de voorstellen van Duitsland voor een regeling. De Polen hadden meer dan vijf maanden gewacht om de voorstellen van Duitsland te verwerpen en ze weigerden elke verandering in de bestaande omstandigheden te accepteren. Lipski verklaarde aan de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop dat “het zijn pijnlijke plicht was om de aandacht te vestigen op het feit dat elke verdere voortzetting van deze Duitse plannen, vooral als het gaat om de terugkeer van Danzig naar het Reich, een oorlog met Polen betekende”[11].

De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Józef Beck aanvaardde op 30 maart 1939 een aanbod van Groot-Brittannië om de onafhankelijkheid van Polen onvoorwaardelijk te garanderen. Het Britse Rijk stemde ermee in om als bondgenoot van Polen ten strijde te trekken als de Polen besloten dat een oorlog noodzakelijk was. In woorden van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Halifax sprak Chamberlain op 31 maart 1939 in het Lagerhuis:

Ik moet het Huis nu informeren… dat in het geval van een actie die duidelijk de Poolse onafhankelijkheid bedreigde en die de Poolse regering daarom van vitaal belang achtte om zich met hun nationale strijdkrachten te verzetten, de regering van Zijne Majesteit zich verplicht zou voelen om de Poolse regering onmiddellijk alle steun te geven in hun macht. Zij hebben de Poolse regering daartoe de verzekering gegeven. [12]

Groot-Brittannië had voor het eerst in de geschiedenis de beslissing om een oorlog buiten haar eigen land te voeren aan een andere natie overgelaten. De garantie van Groot-Brittannië aan Polen was bindend zonder verplichtingen van Poolse zijde. Het Britse publiek was verbaasd over deze stap. Ondanks het ongekende karakter ervan ondervond Halifax weinig moeite om de Britse conservatieve, liberale en arbeiderspartijen te overtuigen de onvoorwaardelijke garantie van Groot-Brittannië aan Polen te accepteren.[13]

Tal van Britse historici en diplomaten hebben kritiek geuit op de eenzijdige garantie van Groot-Brittannië op Polen. Zo noemde de Britse diplomaat Roy Denman de oorlogsgarantie aan Polen “de meest roekeloze toezegging die ooit door een Britse regering is gedaan“. De Britse historicus Niall Ferguson stelt dat de oorlogsgarantie aan Polen het “lot van Groot-Brittannië koppelde aan dat van een regime dat net zo ondemocratisch en antisemitisch was als dat van Duitsland” [14]. De Engelse militair historicus Liddell Hart stelt dat de Poolse garantie “het lot van Groot-Brittannië in handen legde van de Poolse heersers, mannen met een zeer dubieus en onstabiel oordeel“. Bovendien was de garantie onmogelijk te vervullen, behalve met de hulp van Rusland…” [16].

De Amerikaanse historicus Richard M. Watt schrijft over de eenzijdige garantie van Groot-Brittannië aan Polen: “Deze enorm brede garantie liet de beslissing of Groot-Brittannië wel of niet ten strijde zou trekken, vrijwel aan de Polen over. Voor Brittannië om zo’n blanco cheque te geven aan een Centraal-Europese natie, in het bijzonder aan Polen, een natie die Groot-Brittannië over het algemeen als onverantwoordelijk en hebzuchtig had beschouwd, was het verbijsterend” [17].

Toen de Belgische minister van Duitsland, Vicomte Jacques Davignon, de tekst van de Britse garantie aan Polen ontving, riep hij uit dat “blanco cheque” de enige mogelijke beschrijving van de Britse belofte was. Davignon was zeer verontrust over de spreekwoordelijke roekeloosheid van de Polen. De Duitse staatssecretaris Ernst von Weizsäcker probeerde Davignon gerust te stellen door te beweren dat de situatie tussen Duitsland en Polen niet tragisch was. Davignon vreesde echter terecht dat de Britse verhuizing in zeer korte tijd tot oorlog zou leiden. [18]

Weizsäcker riep later minachtend uit dat “de Britse garantie aan Polen was als het aanbieden van suiker aan een ongetraind kind voordat het had geleerd te luisteren naar de rede” [19].

De verslechtering van de Duits-Poolse betrekkingen

De Duits-Poolse relaties waren gespannen geraakt door de toenemende hardheid waarmee de Poolse autoriteiten met de Duitse minderheid omgingen. De Poolse regering begon in de jaren dertig van de vorige eeuw het land van haar Duitse minderheid tegen spotprijzen in beslag te nemen door middel van openbare onteigening. De Duitse regering was er niet blij mee dat de Duitse landeigenaren slechts een achtste van de waarde van hun bezittingen van de Poolse regering ontvingen. Aangezien het Poolse publiek op de hoogte was van de Duitse situatie en deze wilde exploiteren, kon de Duitse minderheid in Polen de grond niet vóór de onteigening verkopen. Bovendien verbood de Poolse wet de Duitsers om grote stukken grond onderhands te verkopen.

Duitse diplomaten drongen er in 1939 op aan dat het minderhedenverdrag van november 1937 met Polen voor de gelijke behandeling van Duitse en Poolse landeigenaren zou worden nageleefd. Ondanks Poolse garanties voor eerlijkheid en gelijke behandeling leerden Duitse diplomaten op 15 februari 1939 dat de laatste onteigeningen van grond in Polen voornamelijk Duitse bedrijven waren. Deze onteigeningen elimineerden vrijwel alle belangrijke Duitse grondbezit in Polen in een tijd dat de meeste van de grotere Poolse grondbezittingen nog intact waren. Het werd duidelijk dat er diplomatiek niets gedaan kon worden om de Duitse minderheid in Polen te helpen. [20]

Polen bedreigde Duitsland met een gedeeltelijke mobilisatie van haar troepen op 23 maart 1939. Honderdduizenden Poolse legerreservisten werden gemobiliseerd en Hitler werd gewaarschuwd dat Polen zou vechten om de terugkeer van Danzig naar Duitsland te voorkomen. De Polen waren verbaasd te ontdekken dat Duitsland deze uitdaging niet serieus nam. Hitler, die diep naar vriendschap met Polen verlangde, onthield zich van een reactie op de Poolse oorlogsdreiging. Duitsland bedreigde Polen niet en nam geen militaire voorzorgsmaatregelen als reactie op de Poolse gedeeltelijke mobilisatie. [21]

Hitler beschouwde een Duits-Poolse overeenkomst als een zeer welkom alternatief voor een Duits-Poolse oorlog. Na de Britse garantie aan Polen zijn er echter geen verdere onderhandelingen over een Duits-Poolse overeenkomst meer gevoerd, omdat Józef Beck weigerde te onderhandelen. Beck negeerde herhaalde Duitse suggesties voor verdere onderhandelingen omdat Beck wist dat Halifax hoopte de volledige vernietiging van Duitsland te bewerkstelligen. Halifax had sinds 1936 een Anglo-Duitse oorlog onvermijdelijk geacht, en het Britse anti-Duitse beleid werd openbaar gemaakt met een toespraak van Neville Chamberlain op 17 maart 1939. Halifax ontmoedigde Duits-Poolse onderhandelingen omdat hij erop rekende dat Polen als voorwendsel zou dienen voor een Britse preventieve oorlog tegen Duitsland. [22]

De situatie tussen Duitsland en Polen verslechterde snel gedurende de zes weken vanaf de Poolse gedeeltelijke mobilisatie van 23 maart 1939 tot een toespraak van Józef Beck op 5 mei 1939. Beck’s belangrijkste doel bij het houden van zijn toespraak voor de Sejm, het Lagerhuis van het Poolse parlement, was het Poolse publiek en de wereld ervan te overtuigen dat hij in staat en bereid was om Hitler uit te dagen. Beck wist dat Halifax erin geslaagd was een oorlogszuchtige sfeer te creëren in Groot-Brittannië, en dat hij zo ver kon gaan als hij wilde zonder de Britten te hinderen. Beck nam in zijn toespraak een compromisloze houding aan die de deur naar verdere onderhandelingen met Duitsland effectief sloot.

Beck deed in zijn toespraak talrijke valse en hypocriete uitspraken. Een van de meest verbazingwekkende beweringen in zijn toespraak was dat er niets bijzonders was aan de Britse garantie voor Polen. Hij beschreef het als een normale stap in het streven naar vriendschappelijke betrekkingen met een buurland. Dit stond in schril contrast met de verklaring van de Britse diplomaat Sir Alexander Cadogan aan Joseph Kennedy dat de Britse garantie aan Polen zonder precedent was in de hele geschiedenis van de Britse buitenlandse politiek. [23]

Beck eindigde zijn toespraak met een ontroerende climax die een wilde opwinding teweegbracht in de Poolse Sejm. Iemand in het publiek schreeuwde luid: “We hebben geen behoefte aan vrede!” en er volgde een pandemonium. Beck had veel Polen in het publiek vastbesloten gemaakt om tegen Duitsland te vechten. Dit gevoel kwam voort uit hun onwetendheid, waardoor het voor hen onmogelijk was om kritiek te leveren op de vele onwaarheden en onjuistheden in Beck’s toespraak. Beck gaf het publiek het gevoel dat Hitler de eer van Polen had beledigd met wat eigenlijk heel redelijke vredesvoorstellen waren. Beck had Duitsland effectief tot de dodelijke vijand van Polen gemaakt. [24]

Meer dan 1 miljoen etnische Duitsers verbleven in Polen ten tijde van Beck’s toespraak, en deze Duitsers waren de belangrijkste slachtoffers van de Duits-Poolse crisis in de komende weken. De Duitsers in Polen werden onderworpen aan toenemende doses geweld van de dominante Polen. Het Britse publiek kreeg herhaaldelijk te horen dat de grieven van de Duitse minderheid in Polen grotendeels denkbeeldig waren. De gemiddelde Britse burger was zich totaal niet bewust van de terreur en de angst voor de dood die deze Duitsers in Polen stalken. Uiteindelijk stierven vele duizenden Duitsers in Polen als gevolg van de crisis. Zij behoorden tot de eerste slachtoffers van het oorlogsbeleid van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Halifax tegen Duitsland. [25]

De onmiddellijke verantwoordelijkheid voor de veiligheidsmaatregelen waarbij de Duitse minderheid in Polen betrokken is, berustte bij de ministeriële directeur van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Waclaw Zyborski. Zyborski stemde ermee in om de situatie op 23 juni 1939 te bespreken met Walther Kohnert, een van de leiders van de Duitse minderheid in Bromberg. Zyborski gaf aan Kohnert toe dat de Duitsers in Polen zich in een niet benijdenswaardige situatie bevonden, maar hij had geen begrip voor hun benarde situatie. Zyborski beëindigde hun lange gesprek door eerlijk te zeggen dat zijn beleid een strenge behandeling van de Duitse minderheid in Polen vereiste. Hij maakte duidelijk dat het voor de Duitsers in Polen onmogelijk was om hun harde lot te verzachten. De Duitsers in Polen waren de hulpeloze gijzelaars van de Poolse gemeenschap en de Poolse staat. [26]

Andere leiders van de Duitse minderheid in Polen hebben in deze periode herhaaldelijk een beroep gedaan op de Poolse regering voor hulp. Sen. Hans Hasbach, de leider van de conservatieve Duitse minderheidsfractie, en Dr. Rudolf Wiesner, de leider van de Jonge Duitse Partij, deden elk een meervoudige oproep aan de Poolse regering om een einde te maken aan het geweld. In een vergeefse oproep op 6 juli 1939 aan premier Sławoj-Składkowski, hoofd van het Poolse ministerie van Binnenlandse Zaken, verwees Wiesner naar de golven van openbaar geweld tegen de Duitsers in Tomaszów bij Lódz, 13-15 mei, in Konstantynów, 21-22 mei, en in Pabianice, 22-23 juni 1939. De oproep van Wiesner heeft geen resultaat opgeleverd. De leiders van de Duitse politieke groeperingen erkenden uiteindelijk dat ze geen invloed hadden op de Poolse autoriteiten, ondanks hun loyale houding ten opzichte van Polen. Het was “open seizoen” op de Duitsers van Polen met de goedkeuring van de Poolse regering. [27]

Er hebben zich ook Poolse anti-Duitse incidenten voorgedaan tegen de Duitse meerderheid in de vrije stad Danzig. Op 21 mei 1939 vermoordde Zygmunt Morawski, een voormalige Poolse soldaat, een Duitser in Kalthof op het grondgebied van Danzig. Het incident zelf zou niet zo ongewoon zijn geweest, behalve dan het feit dat Poolse functionarissen deden alsof Polen en niet de Volkenbond de soevereine macht over Danzig had. Poolse ambtenaren weigerden zich te verontschuldigen voor het incident en behandelden de poging van de autoriteiten van Danzig om Morawski voor de rechter te brengen met minachting. De Polen in Danzig beschouwden zichzelf boven de wet uit. [28]

De spanning steeg gestaag in Danzig na de Morawski moord. De Duitse burgers van Danzig waren ervan overtuigd dat Polen geen genade zou tonen als Polen de overhand zou krijgen. De Polen waren woedend toen ze vernamen dat Danzig Polen trotseerde door zijn eigen militie te organiseren voor de verdediging in eigen land. De Polen gaven Hitler de schuld van deze situatie. De Poolse regering protesteerde op 1 juli 1939 bij de Duitse ambassadeur Hans von Moltke tegen de militaire verdedigingsmaatregelen van de regering Danzig. Józef Beck vertelde de Franse ambassadeur Léon Noël op 6 juli 1939 dat de Poolse regering had besloten dat er aanvullende maatregelen nodig waren om aan de vermeende dreiging van Danzig tegemoet te komen. [29]

Op 29 juli 1939 presenteerde de regering van Danzig twee protestnota’s aan de Polen over illegale activiteiten van Poolse douane-inspecteurs en grenswachters. De Poolse regering reageerde door een einde te maken aan de export van belastingvrije haring en margarine van Danzig naar Polen. De Poolse ambtenaren kondigden vervolgens in de vroege uren van 5 augustus 1939 aan dat de grenzen van Danzig zouden worden gesloten voor de invoer van alle buitenlandse levensmiddelen, tenzij de regering van Danzig tegen het einde van de dag beloofde zich nooit te bemoeien met de activiteiten van de Poolse douane-inspecteurs. Deze dreiging was geducht omdat Danzig slechts een relatief klein deel van zijn eigen voedsel produceerde. Alle Poolse douane-inspecteurs zouden ook na 5 augustus 1939 wapens dragen bij het uitvoeren van hun taak. Het Poolse ultimatum maakte duidelijk dat Polen van plan was de Volkenbond als soevereine macht in Danzig te vervangen. [30]

Hitler concludeerde dat Polen een onmiddellijk conflict met Duitsland wilde uitlokken. De regering van Danzig legde het Poolse ultimatum voor in overeenstemming met de aanbeveling van Hitler. [31]

Józef Beck legde aan de Britse ambassadeur Kennard uit dat de Poolse regering bereid was militaire maatregelen tegen Danzig te nemen als zij de voorwaarden van Polen niet accepteerde. De burgers van Danzig waren ervan overtuigd dat Polen een volledige militaire bezetting van Danzig zou hebben uitgevoerd als het Poolse ultimatum was afgewezen. Voor de Duitse regering was het duidelijk dat de Britse en Franse regering niet in staat of bereid waren om de Poolse regering te weerhouden van willekeurige stappen die tot oorlog konden leiden. [32]

Op 7 augustus 1939 stond de Poolse censuur de krant Illustrowany Kuryer Codzienny in Krakau toe een artikel met een ongekende openhartigheid te plaatsen. In het artikel stond dat Poolse eenheden voortdurend de Duitse grens overstaken om Duitse militaire installaties te vernietigen en veroverd Duits militair materieel naar Polen te brengen. De Poolse regering slaagde er niet in de krant, die de grootste oplage in Polen had, te beletten de wereld te vertellen dat Polen een reeks schendingen van de Duitse grens met Polen in gang zette [33].

De Poolse ambassadeur Jerzy Potocki heeft tevergeefs geprobeerd Józef Beck over te halen om een overeenkomst met Duitsland te sluiten. Potocki legde later de situatie in Polen beknopt uit door te zeggen: “Polen verkiest Danzig boven de vrede” [34].

President Roosevelt wist dat Polen de crisis had veroorzaakt die in Danzig was begonnen, en hij was bang dat het Amerikaanse publiek de waarheid over de situatie te weten zou komen. Dit zou een doorslaggevende factor kunnen zijn om Roosevelts plan voor een Amerikaanse militaire interventie in Europa te ontmoedigen. Roosevelt instrueerde de Amerikaanse ambassadeur Biddle om de Polen op te roepen om voorzichtiger te zijn in het doen voorkomen dat Duitse acties verantwoordelijk waren voor een onvermijdelijke explosie in Danzig. Biddle meldde aan Roosevelt op 11 augustus 1939 dat Beck geen interesse had in een reeks uitgebreide maar lege manoeuvres om het Amerikaanse publiek te misleiden. Beck verklaarde dat hij op dat moment genoegen nam met volledige Britse steun voor zijn beleid. [35]

Roosevelt vreesde ook dat Amerikaanse politici de feiten zouden ontdekken over het hopeloze dilemma dat het provocerende beleid van Polen voor Duitsland heeft gecreëerd. Toen de campagneleider van de Amerikaanse Democratische Partij en Post-Master General James Farley Berlijn bezochten, instrueerde Roosevelt de Amerikaanse ambassade in Berlijn om onbewaakt contact tussen Farley en de Duitse leiders te voorkomen. Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken concludeerde op 10 augustus 1939 dat het onmogelijk was om de veiligheidsmuur rond Farley te doorbreken. De Duitsers wisten dat president Roosevelt vastbesloten was om te voorkomen dat ze vrijelijk met bezoekende Amerikaanse leiders zouden communiceren. [36]

Poolse wreedheden dwingen tot Oorlogsgeweld

Op 14 augustus 1939 begonnen de Poolse autoriteiten in Oost-Opper-Silezië met een campagne van massa-arrestaties tegen de Duitse minderheid. De Polen gingen vervolgens over tot sluiting en inbeslagname van de resterende Duitse bedrijven, clubs en welzijnsvoorzieningen. De gearresteerde Duitsers werden gedwongen om in gevangen kolommen naar het binnenland van Polen te marcheren. De verschillende Duitse groepen in Polen waren tegen die tijd verwoed; ze vreesden dat de Polen zouden proberen de Duitse minderheid in geval van oorlog volledig uit te roeien. Duizenden Duitsers probeerden aan hun arrestatie te ontsnappen door de grens over te steken naar Duitsland. Enkele van de ergste recente Poolse wreedheden waren de verminking van verschillende Duitsers. Het Poolse publiek werd aangespoord om hun Duitse minderheid niet te beschouwen als hulpeloze gijzelaars die straffeloos kunnen worden afgeslacht. [37]

Rudolf Wiesner, de meest prominente van de Duitse minderheidsleiders in Polen, sprak over een ramp “van onvoorstelbare omvang” sinds de eerste maanden van 1939. Wiesner beweerde dat de laatste Duitsers zonder werkloosheidsuitkering uit hun baan waren ontslagen en dat honger en ontbering op de gezichten van de Duitsers in Polen waren gestempeld. Duitse welzijnsorganisaties, coöperaties en beroepsverenigingen waren door de Poolse autoriteiten gesloten. De uitzonderingsregels van het vroegere grensgebied zijn uitgebreid tot meer dan een derde van het Poolse grondgebied. De massale arrestaties, deportaties, verminkingen en mishandelingen van de laatste weken in Polen overtroffen alles wat er eerder was gebeurd. Wiesner stond erop dat de Duitse minderheidsleiders slechts het herstel van de vrede, de verbanning van het spook van de oorlog en het recht om in vrede te leven en te werken wensten. Wiesner werd op 16 augustus 1939 door de Polen gearresteerd op verdenking van het plegen van spionage voor Duitsland in Polen.[38]

De Duitse pers besteedde steeds meer ruimte aan gedetailleerde verslagen van wreedheden tegen de Duitsers in Polen. De Völkischer Beobachter berichtte dat meer dan 80.000 Duitse vluchtelingen uit Polen erin geslaagd waren om op 20 augustus 1939 Duits grondgebied te bereiken. Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken had een groot dossier ontvangen met specifieke meldingen van excessen tegen nationale en etnische Duitsers in Polen. Sinds maart 1939 waren er meer dan 1500 gedocumenteerde meldingen binnengekomen en elke dag kwamen er meer dan 10 gedetailleerde meldingen binnen bij het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. De rapporten gaven een onthutsend beeld van wreedheid en menselijke ellende. [39]

W. L. White, een Amerikaanse journalist, herinnerde er later aan dat er onder de goed geïnformeerde mensen tegen die tijd geen twijfel over bestond dat de Duitsers in Polen elke dag gruwelijke wreedheden werden aangedaan. [40]

Donald Day, een correspondent van de Chicago Tribune, deed verslag van de gruwelijke behandeling die de Polen aan de etnische Duitsers in Polen hadden gegeven:

…ik reisde naar de Poolse corridor waar de Duitse autoriteiten mij toestonden de Duitse vluchtelingen uit vele Poolse steden en dorpen te ondervragen. Het verhaal was hetzelfde. Massa-arrestaties en lange marsen langs wegen naar het binnenland van Polen. De spoorwegen waren vol met troepentransporten. Degenen die aan de kant van de weg vielen, werden neergeschoten. De Poolse autoriteiten leken gek geworden. Ik heb mijn hele leven lang mensen ondervraagd en ik denk dat ik weet hoe ik conclusies kan trekken uit de overdreven verhalen die zijn verteld door mensen die schrijnende persoonlijke ervaringen hebben meegemaakt. Maar zelfs met een ruimhartige toelage was de situatie al erg genoeg. Voor mij leek de oorlog slechts een kwestie van uren. [41]

De Britse ambassadeur Nevile Henderson in Berlijn concentreerde zich op het verkrijgen van erkenning van Halifax voor het wrede lot van de Duitse minderheid in Polen. Henderson waarschuwde Halifax op 24 augustus 1939 nadrukkelijk dat de Duitse klachten over de behandeling van de Duitse minderheid in Polen volledig werden ondersteund door de feiten. Henderson wist dat de Duitsers bereid waren te onderhandelen en hij verklaarde aan Halifax dat de oorlog tussen Polen en Duitsland onvermijdelijk was, tenzij de onderhandelingen tussen beide landen werden hervat. Henderson pleitte bij Halifax dat het in strijd zou zijn met de Poolse belangen om een poging te doen tot een volledige militaire bezetting van Danzig, en hij voegde daar een vernietigend effectieve aanklacht tegen het Poolse beleid aan toe. Wat Henderson zich niet realiseerde is dat Halifax oorlog voerde voor zijn eigen bestwil als beleidsinstrument. Halifax wilde de volledige vernietiging van Duitsland. [42]

Op 25 augustus 1939 meldde ambassadeur Henderson aan Halifax de laatste Poolse wreedheid in Bielitz, Opper-Silezië. Henderson heeft nooit vertrouwd op officiële Duitse verklaringen over deze incidenten, maar baseerde zich in plaats daarvan op informatie die hij uit neutrale bronnen had ontvangen. De Polen bleven de Duitsers in dat gebied onder dwang deporteren en dwongen hen naar het binnenland van Polen te marcheren. Acht Duitsers werden vermoord en nog veel meer raakten gewond tijdens een van deze acties.
Hitler stond voor een vreselijk dilemma. Als Hitler niets zou doen, zouden de Duitsers van Polen en Danzig worden overgeleverd aan de wreedheid en het geweld van een vijandig Polen. Als Hitler effectief zou optreden tegen de Polen, zouden de Britten en de Fransen de oorlog kunnen verklaren aan Duitsland. Henderson vreesde dat de gruweldaad van Bielitz de laatste strohalm zou zijn die Hitler ertoe zou aanzetten Polen binnen te vallen. Henderson, die sterk naar vrede met Duitsland streefde, betreurde het falen van de Britse regering om zich terughoudend op te stellen ten opzichte van de Poolse autoriteiten. [43]

Op 23 augustus 1939 sloten Duitsland en de Sovjet-Unie het Molotov-Ribbentrop-akkoord. Dit non-agressiepact bevatte een geheim protocol dat een Russische invloedssfeer in Oost-Europa erkende. De Duitse erkenning van deze Sovjetinvloedssfeer zou niet gelden in het geval van een diplomatieke regeling van het Duits-Poolse geschil. Hitler had gehoopt het diplomatieke initiatief terug te krijgen door middel van het niet-aanvalsverdrag van Molotov-Ribbentrop. Chamberlain waarschuwde Hitler echter in een brief van 23 augustus 1939 dat Groot-Brittannië Polen met militair geweld zou steunen, ongeacht het Molotov-Ribbentrop-akkoord. Józef Beck bleef ook weigeren te onderhandelen over een vreedzame regeling met Duitsland. [44]

Duitsland deed op 29 augustus 1939 een nieuw aanbod aan Polen voor een laatste diplomatieke campagne om het Duits-Poolse geschil te beslechten. De voorwaarden van een nieuw Duits plan voor een schikking, de zogenaamde Marienwerder voorstellen, waren minder belangrijk dan het aanbod om als zodanig te onderhandelen. De voorwaarden van de Marienwerder voorstellen waren bedoeld als niets meer dan een voorlopig Duits plan voor een mogelijke regeling. De Duitse regering benadrukte dat deze voorwaarden waren geformuleerd om een basis te bieden voor onbelemmerde onderhandelingen tussen gelijken, in plaats van een reeks eisen te stellen die Polen zou moeten accepteren. Niets weerhoudt de Polen ervan om zelf een geheel nieuwe reeks voorstellen te doen.

De Duitsers gaven met hun aanbod om met Polen te onderhandelen aan dat zij de voorkeur gaven aan een diplomatieke regeling boven een oorlog met Polen. De bereidheid van de Polen om te onderhandelen zou op geen enkele manier hebben geleid tot een Poolse terugtrekking of de bereidheid om de Duitse annexatie van Danzig te erkennen. De Polen hadden hun aanvaarding van de onderhandelingen kunnen rechtvaardigen met de aankondiging dat Duitsland, en niet Polen, het nodig had gevonden om nieuwe onderhandelingen aan te vragen. Door te weigeren te onderhandelen, kondigden de Polen aan dat ze de voorkeur gaven aan een oorlog. De weigering van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Halifax om de Polen aan te moedigen om te onderhandelen, gaf aan dat hij ook voorstander was van oorlog. [45]

De Franse premier Daladier en de Britse premier Chamberlain waren beiden particulier kritisch over de Poolse regering. Daladier stelde onder vier ogen de “criminele dwaasheid” van de Polen aan de kaak. Chamberlain gaf aan ambassadeur Joseph Kennedy toe dat het de Polen waren, en niet de Duitsers, die onredelijk waren. Kennedy meldde aan president Roosevelt: “Eerlijk gezegd maakt hij [Chamberlain] zich meer zorgen over het feit dat de Polen redelijker zijn dan de Duitsers“. Echter, noch Daladier, noch Chamberlain hebben zich ingespannen om de Polen te beïnvloeden om met de Duitsers te onderhandelen. [46]

Op 29 augustus 1939 besloot de Poolse regering tot de algemene mobilisatie van haar leger. De Poolse militaire plannen bepaalden dat de algemene mobilisatie alleen zou worden bevolen in het geval van een Pools besluit tot oorlog. Henderson informeerde Halifax over enkele van de geverifieerde Poolse overtredingen voorafgaand aan de oorlog. De Polen bliezen de Dirschau (Tczew) brug over de rivier de Wisla op, ook al lag de oostelijke benadering van de brug op Duits grondgebied (Oost-Pruisen). De Polen bezetten ook een aantal installaties in Danzig en vochten op dezelfde dag met de burgers van Danzig. Henderson meldde dat Hitler niet aandrong op de totale militaire nederlaag van Polen. Hitler was bereid de vijandelijkheden te staken als de Polen zich bereid verklaarden om te onderhandelen over een bevredigende regeling. [47]

Duitsland besloot op 1 september 1939 Polen binnen te vallen. Alle Britse leiders beweerden dat de hele verantwoordelijkheid voor het begin van de oorlog bij Hitler lag. Premier Chamberlain zond die avond op de Britse radio uit dat “de verantwoordelijkheid voor deze vreselijke catastrofe (oorlog in Polen) op de schouders van één man ligt, de Duitse bondskanselier“. Chamberlain beweerde dat Hitler Polen had bevolen naar Berlijn te komen met de onvoorwaardelijke verplichting om de exacte Duitse voorwaarden zonder discussie te accepteren. Chamberlain ontkende dat Duitsland de Polen had uitgenodigd om normale onderhandelingen te voeren. De verklaringen van Chamberlain waren ongenuanceerde leugens, maar de Poolse zaak was zo zwak dat het onmogelijk was om deze met de waarheid te verdedigen.

Halifax hield op de avond van 1 september 1939 ook een knappe, hypocriete toespraak voor het Hogerhuis. Halifax beweerde dat het beste bewijs van de Britse wil tot vrede was om Chamberlain, de grote appeasement leader, Groot-Brittannië de oorlog in te laten gaan. Halifax verborg het feit dat hij in oktober 1938 de leiding van de Britse buitenlandse politiek van Chamberlain had overgenomen en dat Groot-Brittannië waarschijnlijk niet in oorlog zou raken als dit niet was gebeurd. Hij verzekerde zijn toehoorders dat Hitler, voor het begin van de geschiedenis, de volledige verantwoordelijkheid voor het begin van de oorlog op zich zou moeten nemen. Halifax stond erop dat het Engelse geweten zuiver was en dat hij, terugkijkend, niets wilde veranderen wat betreft het Britse beleid. [48]

Op 2 september 1939 kwamen Italië en Duitsland overeen om onderling en met Groot-Brittannië, Frankrijk en Polen een bemiddelingsconferentie te houden. Halifax probeerde het conferentieplan te vernietigen door erop aan te dringen dat Duitsland haar troepen terug zou trekken uit Polen en Danzig voordat Groot-Brittannië en Frankrijk zouden overwegen de bemiddelingsconferentie bij te wonen. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Bonnet wist dat geen enkele natie een dergelijke behandeling zou accepteren en dat de houding van Halifax onredelijk en onrealistisch was.

Uiteindelijk stortte de bemiddelingspoging in, en zowel Groot-Brittannië als Frankrijk verklaarden op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland. Toen Hitler de Britse oorlogsverklaring tegen Duitsland las, pauzeerde hij en vroeg hij niemand in het bijzonder: “Wat nu?’ [49] Duitsland was nu in een onnodige oorlog met drie Europese naties.

Net als de andere Britse leiders beweerde Nevile Henderson, de Britse ambassadeur in Duitsland, later dat de hele verantwoordelijkheid voor het begin van de oorlog bij Hitler lag. Henderson schreef in 1940 in zijn memoires: “Als Hitler vrede wilde, wist hij hoe hij die moest verzekeren. Als hij oorlog wilde, wist hij net zo goed wat die oorlog zou teweegbrengen. De keuze lag bij hem, en uiteindelijk was de hele verantwoordelijkheid voor de oorlog van hem.” [50] Henderson vergat in deze passage dat hij Halifax herhaaldelijk had gewaarschuwd dat de Poolse wreedheden tegen de Duitse minderheid in Polen extreem waren. Hitler viel Polen binnen om een einde te maken aan deze wreedheden.

Poolse wreedheden gaan door tegen de Duitse minderheid

De Duitsers in Polen bleven begin september 1939 een sfeer van terreur ervaren. In het hele land werd de Duitsers verteld: “Als de oorlog naar Polen komt, worden jullie allemaal opgehangen“. Deze profetie is later in veel gevallen in vervulling gegaan.
De beroemde Bloedige Zondag in Toruń op 3 september 1939 ging gepaard met soortgelijke slachtpartijen elders in Polen. Deze bloedbaden maakten een tragisch einde aan het lange lijden van vele etnische Duitsers. Deze catastrofe was door de Duitsers al voor het uitbreken van de oorlog voorzien, zoals blijkt uit de vlucht of vluchtpoging van grote aantallen Duitsers uit Polen. De gevoelens van deze Duitsers werden onthuld door de wanhopige slogan, “Weg van deze hel, en terug naar het Reich” [51].

Dr. Alfred-Maurice de Zayas schrijft over de etnische Duitsers in Polen:

De eerste slachtoffers van de oorlog waren Volksdeutsche, etnische Duitse burgers die in Polen woonden en burgers van Polen. Aan de hand van lijsten die jaren eerder waren opgesteld, deels door lagere administratiekantoren, werden door Polen onmiddellijk 15.000 Duitsers naar Oost-Polen gedeporteerd. Angst en woede over de snelle Duitse overwinningen leidden tot hysterie. Overal werden Duitse “spionnen” gezien, die ervan verdacht werden een vijfde colonne te vormen. Meer dan 5.000 Duitse burgers werden in de eerste dagen van de oorlog vermoord. Het waren tegelijkertijd gijzelaars en zondebokken. Gruwelijke taferelen werden gespeeld in Bromberg op 3 september, evenals op verschillende andere plaatsen in de provincie Posen, in Pommerellen, waar Duitse minderheden woonden. [52]

Poolse wreedheden tegen etnische Duitsers zijn gedocumenteerd in het boek Polish Acts of Atrocity against the German Minority in Poland. Het grootste deel van de buitenwereld heeft dit boek afgedaan als niets meer dan propaganda om de invasie van Hitler in Polen te rechtvaardigen. Sceptici hebben echter niet gemerkt dat forensische pathologen van het Internationale Rode Kruis en medische en juridische waarnemers uit de Verenigde Staten de bevindingen van deze onderzoeken naar Poolse oorlogsmisdaden hebben geverifieerd. Deze onderzoeken werden ook uitgevoerd door de Duitse politie en civiele overheden, en niet door de Nationaal-Socialistische partij of het Duitse leger. Bovendien hebben zowel anti-Duitse als andere universitair geschoolde onderzoekers erkend dat de beschuldigingen in het boek volledig gebaseerd zijn op feitelijk bewijs. [53]

Het boek Polish Acts of Atrocity against the German Minority in Polen stelt:

Toen de eerste editie van deze verzameling documenten op 17 november 1939 naar de pers ging, waren 5.437 gevallen van moord door soldaten van het Poolse leger en door Poolse burgers op mannen, vrouwen en kinderen van de Duitse minderheid definitief vastgesteld. Het was bekend dat het totaal bij volledige vaststelling veel hoger zou zijn. Tussen die datum en 1 februari 1940 steeg het aantal geïdentificeerde slachtoffers tot 12.857. Op dit moment blijkt uit onderzoek dat naast deze 12.857 nog steeds meer dan 45.000 personen worden vermist. Aangezien er geen spoor van hen is, moeten zij ook worden beschouwd als slachtoffers van de Poolse terreur. Zelfs het cijfer 58.000 is niet definitief. Er kan geen twijfel over bestaan dat het onderzoek dat nu wordt uitgevoerd, zal leiden tot de onthulling van nog eens duizenden doden en vermisten. [54]

Medisch onderzoek van de doden toonde aan dat er Duitsers van alle leeftijden, van vier maanden tot 82 jaar, zijn vermoord. Het rapport concludeerde:

Er werd aangetoond dat de moorden met de grootste wreedheid werden gepleegd en dat het in veel gevallen puur sadistische handelingen waren – dat er ooggetuigen werden uitgegooid en dat andere vormen van verminking, ondersteund door de getuigenverklaringen, als waar kunnen worden beschouwd.

De methode waarop de individuele moorden werden gepleegd, onthult in veel gevallen bestudeerde fysieke en mentale martelingen; in dit verband moesten verschillende gevallen van moorden worden vermeld die zich over vele uren uitstrekten en van een langzame dood als gevolg van verwaarlozing.

Verreweg de belangrijkste bevinding lijkt het bewijs te zijn dat moord door middel van toevallige wapens zoals knuppels of messen de uitzondering was, en dat de moordenaars in de regel over moderne, zeer effectieve legergeweren en -pistolen beschikten. Verder moet worden benadrukt dat het mogelijk was om tot in de kleinste details aan te tonen dat er geen mogelijkheid tot executie [onder het militaire recht] kon zijn geweest. [55]

De Poolse wreedheden waren geen persoonlijke wraakacties, professionele jaloezie of klassenhaat, maar een gezamenlijke politieke actie. Het waren georganiseerde massamoorden, veroorzaakt door een psychose van politieke vijandigheid. De door haat geïnspireerde drang om alles wat Duits is te vernietigen werd aangedreven door de Poolse pers, radio, school en overheidspropaganda. De blanco steunbetuiging van Groot-Brittannië had Polen ertoe aangezet onmenselijke wreedheden te begaan tegen zijn Duitse minderheid. [56]

In het boek Polish Acts of Atrocity against the German Minority in Polen wordt uitgelegd waarom de Poolse regering dergelijke wreedheden heeft aangemoedigd:

De garantie van de Britse regering dat zij Polen zou helpen, was de stimulans voor het Britse insluitingsbeleid. Het was bedoeld om het probleem van Danzig en de Corridor uit te buiten om een door Engeland gewenste en lang voorbereide oorlog te beginnen voor de vernietiging van Groot-Duitsland. In Warschau werd gematigdheid niet langer noodzakelijk geacht en men was van mening dat de zaken veilig op de spits konden worden gedreven. Engeland steunde dit duivelse spel en garandeerde de “integriteit” van de Poolse staat. De Britse toezegging van hulp betekende dat Polen de stormram van de vijanden van Duitsland zou worden. Voortaan veronachtzaamde Polen geen enkele vorm van provocatie van Duitsland en droomde het in zijn blindheid van een “zegevierende strijd aan de poorten van Berlijn”. Zonder de aanmoediging van de Engelse oorlogskliek, die de houding van Polen ten opzichte van het Rijk verstijft en wiens beloften ertoe leiden dat Warschau zich veilig voelt, zou de Poolse regering de zaken nauwelijks zover hebben laten ontwikkelen dat Poolse soldaten en burgers de slogan om alle Duitse invloed uit te roeien uiteindelijk zouden interpreteren als een aansporing tot moord en beestachtige verminking van mensen. [57]

Voetnoten staan onder de afbeeldingen.

Voetnoten
[1] Taylor, A.J.P., The Origins of the Second World War, New York: Simon & Schuster, 1961, p. 207.
[2] DeConde, Alexander, A History of American Foreign Policy, New York: Charles Scribner’s Sons, 1971, p. 576.
[3] Hoggan, David L., The Forced War: When Peaceful Revision Failed, Costa Mesa, Cal.: Institute for Historical Review, 1989, pp. 25, 312.
[4] Taylor, A.J.P., The Origins of the Second World War, New York: Simon & Schuster, 1961, p. 209.
[5] Hoggan, David L., The Forced War: When Peaceful Revision Failed, Costa Mesa, Cal: Institute for Historical Review, 1989, p. 50.
[6] Ibid., pp. 49-60.
[7] Ibid., pp. 328-329.
[8] Ibid., pp. 145-146.
[9] Ibid., p. 21.
[10] Ibid., pp. 21, 256-257.
[11] Ibid., p. 323.
[12] Barnett, Correlli, The Collapse of British Power, New York: William Morrow, 1972, p. 560; see also Taylor, A.J.P., The Origins of the Second World War, New York: Simon & Schuster, 1961, p. 211.
[13] Hoggan, David L., The Forced War: When Peaceful Revision Failed, Costa Mesa, Cal.: Institute for Historical Review, 1989, pp. 333, 340.
[14] Denman, Roy, Missed Chances: Britain and Europe in the Twentieth Century, London: Indigo, 1997, p. 121.
[15] Ferguson, Niall, The War of the World: Twentieth Century Conflict and the Descent of the West, New York: Penguin Press, 2006, p. 377.
[16] Hart, B. H. Liddell, History of the Second World War, New York: G. P. Putnam’s Sons, 1970, p. 11.
[17] Watt, Richard M., Bitter Glory: Poland and Its Fate 1918 to 1939, New York: Simon and Schuster, 1979, p. 379.
[18] Hoggan, David L., The Forced War: When Peaceful Revision Failed, Costa Mesa, Cal: Institute for Historical Review, 1989, p. 342.
[19] Ibid., p. 391.
[20] Ibid., pp. 260-262.
[21] Ibid., pp. 311-312.
[22] Ibid., pp. 355, 357.
[23] Ibid., pp. 381, 383.
[24] Ibid., pp. 384, 387.
[25] Ibid., p. 387.
[26] Ibid., pp. 388-389.
[27] Ibid.
[28] Ibid., pp. 392-393.
[29] Ibid., pp. 405-406.
[30] Ibid., p. 412.
[31] Ibid. p. 413.
[32] Ibid., pp. 413-415.
[33] Ibid. p. 419. In a footnote, the author notes that a report of the same matters appeared in the New York Times for August 8, 1939.
[34] Ibid., p. 419.
[35] Ibid., p. 414.
[36] Ibid., p. 417.
[37] Ibid., pp. 452-453.
[38] Ibid., p. 463.
[39] Ibid., p. 479.
[40] Ibid., p. 554.
[41] Day, Donald, Onward Christian Soldiers, Newport Beach, Cal.: The Noontide Press, 2002, p. 56.
[42] Hoggan, David L., The Forced War: When Peaceful Revision Failed, Costa Mesa, Cal.: Institute for Historical Review, 1989, pp. 500-501, 550.
[43] Ibid., p. 509
[44] Ibid., pp. 470, 483, 538.
[45] Ibid., pp. 513-514.
[46] Ibid., pp. 441, 549.
[47] Ibid., pp. 537, 577.
[48] Ibid., pp. 578-579.
[49] Ibid., pp. 586, 593, 598.
[50] Henderson, Nevile, Failure of a Mission, New York: G. P. Putnam’s Sons, 1940, p. 227.
[51] Hoggan, David L., The Forced War: When Peaceful Revision Failed, Costa Mesa, Cal.: Institute for Historical Review, 1989, p. 390.
[52] De Zayas, Alfred-Maurice, A Terrible Revenge: The Ethnic Cleansing of the East European Germans, 2nd edition, New York: Palgrave Macmillan, 2006, p. 27.
[53] Roland, Marc, “Poland’s Censored Holocaust,” The Barnes Review in Review: 2008-2010, pp. 132-133.
[54] Shadewalt, Hans, Polish Acts of Atrocity against the German Minority in Poland, Berlin and New York: German Library of Information, 2nd edition, 1940, p. 19.
[55] Ibid., pp. 257-258.
[56] Ibid., pp. 88-89.
[57] Ibid., pp. 75-76.

Geplaatst in Bilderberg, Dictatuur, Geschiedenis, Nazi/Fascisten, Ongemakkelijke waarheid, Politiek, Uit de Euro - Nexitt, Vaticaan, Zionisten | Een reactie plaatsen