Pensioenfondsen wat doen ze met het toevertrouwde vermogen

pensioenfondsenWaar een pensioenfonds goed in is:
Niet in het garanderen van een welvaartsvast pensioen
wel als kapitaalverschaffer voor ondernemers.

 

Wat is hiervan  waar?
De vereniging van bedrijfstak pensioenfondsen heeft in november 2008 pensioen consultants onder druk gezet geen enkele mededeling meer te doen over de financiële toestand van haar leden.
Het zit dus financieel fout.

Hoogte van de uitbetalingen
•    De meeste grote pensioenfondsen betaalden na 2002 geen waardevast pensioen meer uit. Dus nauwelijks indexatie, geen koopkrachtbehoud.

•    Door verliezen op beleggingen in achtereenvolgens obligaties, aandelen, vastgoed,       grondstoffenspeculatie, indirecte deelnemingen en verlaging van de lange rente is in       2009 indexatie van de pensioenuitkeringen onmogelijk.
Om dezelfde reden zullen vele pensioenfondsen de premies in 2009 verhogen.

•    Vanaf de 90er jaren van de vorige eeuw werd het Nederlandse pensioenfondsen       toegestaan in aandelen te gaan beleggen. Ook buitenlandse aandelen en hedgefund avonturen, waardoor hun dekkingsgraad veel conjunctuur gevoeliger is  geworden.
Met dit risicovoller beleggen is de hoogte van de pensioenuitkering voor de deelnemers een stuk onzekerder geworden.

•     Na 2001 zijn de pensioenuitkeringen bij alle grote fondsen verlaagd van eindloon-uitbetaling naar middelloon-uitbetaling.
Grofweg een verlaging van 70% naar 50% van het eindloon.
De onvermijdelijke teruggang van de beurskoersen bij het leeglopen van de “nieuwe economie” hype in 2001 werd als aanleiding en  verbloeming van het falend uitkeringsbeleid opgevoerd.

•     De regulering met verplichte dekkingsgraden lijkt leuk, maar die dekkingsgraad geeft slechts aan of de ingelegde premie nominaal terugkomt.
Dat wil zeggen, zonder indexatie, dus niet waardevast, geen inflatiecorrectie, geen koopkrachtbehoud van de pensioenuitkering.

Na 1 tot 40 jaar krijg je je oude euro of gulden terug, die voor alles gebruikt is en steeds minder waard is geworden
Wat is  er na 40 jaar aan koopkracht over van € 10.000,- ?
bij een inflatie van 2% per jaar nog maar € 5.520,70
bij een inflatie van 4% per jaar slechts € 3.083,20

Na 2001 hebben vele pensioenfondsen de deelnemerspremie fors verhoogd om hun dekkingsgraad op peil te houden.
In 2007 kwam de premie in sommige gevallen op 5% tot 20% van het loon.

• Bedenk dat nog in de jaren “90 de werkgeversbijdrage aan het pensioenfonds vaak werd kwijtgescholden, omdat werd beweerd dat het vermogen van het pensioenfonds overdreven groot zou zijn.
Zelfs zijn er door sommige pensioenfondsen jarenlang schenkingen gedaan aan het moederbedrijf.

• Na 2003 is de toetsing van de dekkingsgraad -een vaste rekenrente van 4%- als rekenmodel vervangen door uit te gaan van de swaprente die banken elkaar onderling      berekenen.  Wat niemand verwacht had, gebeurde binnen een paar maanden in 2008: deze rente halveerde.  Na alle eerdere waardedalingen bleek de rekentoets drijfzand te zijn: de gemiddelde dekkingsgraad dook onder de 100%.

Voorbeeld :   Om over 40 jaar € 100,- uit te keren moet een pensioenfonds nu een  waarde tonen van € 15,- bij een swap rente van 4,9%; maar van € 32,- bij een swap rente van 2,9%.

Pensioenfondsen zijn deel van het financieringssysteem

Door de reusachtige omvang van het vermogen van de pensioenfondsen begin 2008 –        € 600.000.000.000 tot € 700.000.000.000, dus ruim de omvang van de Nederlandse      economie- zijn deze instellingen in Nederland bovenal belangrijk als      kapitaalverschaffers naast de banken en verzekeraars.
De verplichte deelname houdt een constante, gegarandeerde geldstroom naar de pensioenfondsen in stand.
In 2007 was 91% van de beroepsbevolking verplicht deelnemer.
Banken en verzekeraars kennen zo’n zekerheid niet.

Pensioenfondsen verhuren makkelijk de aandelen die ze bezitten aan instellingen en personen die daarmee op aandeelhoudersvergaderingen het beleid van het      onderliggend beursgenoteerd bedrijf beïnvloeden.

De api -algemene pensioeninstelling- komt er aan, een pensioenfondsconstructie bedoeld om de pensioenverplichtingen van multinationals voor al haar dochterbedrijven  in de EU te bundelen.

Het toezicht wordt veel lichter ten opzichte van de nu in Nederland opererende pensioenfondsen.
Daarmee is de pensioenzekerheid voor de  deelnemers door de Nederlandse regering verder in de waagschaal gesteld, met als smoes zo meer kapitaalbeheer van pensioenfondsen naar Nederland te halen.

Nieuw plan van VNO-NCW, april 2008:

·    Het VNO-NCW stelt voor om de pensioenindexatie helemaal af te schaffen.
En voortaan de hoogte van de pensioenuitkering tijdens de cao onderhandelingen te bepalen.  Dit voorstel is alleen in het voordeel van de ondernemers.
De deelnemers die nog bij het bedrijf werken hebben namelijk alleen in naam invloed via bondslidmaatschap.
En degenen die intussen een andere baas hebben gevonden, maar wel pensioenrechten hebben opgebouwd, zijn overgeleverd aan de voorgespiegelde omstandigheden van hun oude baas.  En gepensioneerden, ach, daar wordt over beslist zonder dat zij enige invloed kunnen uitoefenen.
Zo spelen de ondernemers werkenden en gepensioneerden tegen elkaar uit ten behoeve van hun eigen beoordeling van de conjunctuur.

·     VNO-NCW ondernemers willen wel de verplichte deelname handhaven, maar nemen zelf geen enkele verantwoordelijkheid meer voor het garanderen van de pensioenuitkeringen.

De gebruikte smoes is dat het Nederlandse  pensioenstelsel niet past in het nieuwe internationale IFRS boekhoudsysteem.
Volgens die regels zou een onderneming ieder jaar weer opnieuw moeten reserveren zodra het pensioenfonds niet kan voldoen aan de pensioenaanspraken.
Het buitenland begrijpt het Nederlands pensioensysteem niet, zegt het VNO.
Nou, èn? Leg het daar dan uit.
Maar nee, de VNO achterban wil enkel de eigen medeverantwoordelijkheid ontlopen, dat is voordeliger.

Is de gedwongen deelname aan een bedrijfspensioenfonds nog de moeite waard?

Voor mensen met een modaal eindloon van € 31.000 hooguit als ze verwachten ouder dan 100 jaar te worden !!!.

·    Vergis je niet: ondanks hun weigering enige maatschappelijke verantwoordelijkheid te   aanvaarden, blijven de ondernemers de bedrijfs(tak) pensioenfondsen besturen,  samen met bondsbestuurders.  Maar de deelnemers hebben geen enkele garantie voor of invloed op de hoogte van hun pensioenuitkering.

·    Ondernemers pochen graag over hun maatschappelijk ondernemen.
Hier tonen ze hoe a-sociaal ze in werkelijkheid bezig zijn.
Hiermee wordt het pensioenstelsel in Nederland opgeblazen door de ondernemers, want:
·    Veel bedrijfspensioenfondsen sluiten zich sinds 2007 juist aan bij bedrijfstak-        pensioenfondsen omdat dan de IFRS regel vooralsnog niet geldt.
VNO holt dus met valse argumenten de pensioenzekerheid van de deelnemers uit.
Pensioenfondsen DAF, NXP en Nedcar kropen onder de paraplu van PME.
200 andere kleine bedrijfspensioenfondsen sloten zich aan bij het bedrijfstakpensioenfonds PMT en  zegden daartoe de uitvoering door Nationale Nederlanden / ING op.
Maxeda ging al in 2006 over naar het fonds voor de Detailhandel.

·     De pensioenfondsen die het in 2008 alweer presteren om onder hun          dekkingsgraad terecht te komen, leveren domweg een  wanprestatie aan de       deelnemers.  Ze houden in eerste instantie de eigen organisatie in stand en hun rol van kapitaalverschaffer voor het bedrijfsleven.
Allemaal ten koste van een waardevaste pensioenuitkering aan de deelnemers.

·    De besturen -dat zijn ondernemers en vakbondsbestuurders- zijn niet echt       geïnteresseerd in beheer van pensioengelden.
Alleen al door onkunde en slecht georganiseerde controle hebben de pensioenfondsen in 2008 gezamenlijk € 20.000 miljoen verspeeld.  Dit meldt de commissie Frijns in januari 2010.  Het bedrag is ongeveer even hoog als wat er in 1 jaar in Nederland aan pensioenpremie betaald wordt.

Beheerskosten

In 1999 kochten ABP en PGGM de investeringsmaatschappij Alpinvest, ieder voor 50%.
Het bedrijf kreeg als taak pensioengelden -ook van andere fondsen- winstgevend te   investeren.  In 2007 beheerde Alpinvest zo’n € 40.000.000.000 of 4%  tot 5% van het   vermogen van Nederlandse pensioenfondsen.
Hier waren de eigenaars zo tevreden over dat de senior partners Volkert Doeksen, Wim Borgdorff, Erik Thyssen, Paul de Klerk  en Iain Leigh, met 8 junior partners en nog wat personeelsleden onderling € 150.000.000,- aan extra dividend en bonus mochten   verdelen.
Gelijk aan bijna 10.000 pensioenuitkeringen per jaar op modaal middelloon niveau.

Zo bleef er nog maar een winst over voor de pensioenfondsen van €125.000.000

·      Om de prestatie van pensioenfondsen te beoordelen: indien pensioengerechtigden       hun premie zelf storten op een spaarrekening of beleggen in staatsobligaties, levert dat begin 2008 meer op dan de uitkering door pensioenfondsen!
Let op: neem een spaarrekening en geen lijfrente die een verkapte risicobelegging is.
En ook geen beleggingsrekening, want dan gaat tot 45% van de inleg op aan kosten en verzekeringen.

Nadeel is natuurlijk dat je altijd actief moet bijhouden dat de geboden rente hoger moet blijven dan het  jaarlijks koopkrachtverlies, plus de 1,2% vermogensbelasting.
Bij een rente van 4,7% wordt het koopkrachtverlies in 2008 volledig gecompenseerd.
Maar houd er rekening mee dat de Garantie op spaarrekeningen niet verder gaat dan € 20.000,- per in Nederland erkende bank.
En maar 90% over een tweede tranche tot € 20.000,-.

Bij dit voorbeeld is afgezien van het nabestaandenpensioen, waarvoor de premie overlijdensrisico zo’n 17% van de totale pensioenpremie bedraagt.
Sinds oktober 2008 is de garantie opgetrokken tot € 100.000,-.

·     Statistisch gezien betalen mensen met lage inkomens altijd meer pensioenpremie dan ze ooit als pensioenuitkering zullen terugzien. (CPB juni 2007)

Het probleem voor hen is alleen dat niemand tevoren kan weten hoe oud hij of zij zelf zal worden.  Dus ook niet hoeveel reserve je voor je pensioen nodig zult hebben.
Toegegeven, dit laatste argument is gebaseerd op onzekerheid.
Helaas, dit is het enig houdbare argument om te blijven deelnemen aan een collectief bedrijfs(tak) pensioenfonds.

De structurele fout met bedrijfstak pensioenfondsen is de verplichte deelname, gekoppeld aan paternalistisch afwezige zeggenschap voor de deelnemers.

Zo worden pensioenfondsdeelnemers beroofd van een groot deel van hun loon, dat tot aan uitbetaling gebruikt wordt voor kapitaalverschaffing.

Conclusie: de rol voor een pensioenfonds in de praktijk : geen garantie voor welvaartsvast pensioen van de deelnemers, wel makkelijk inroepbare kapitaalverschaffer voor ondernemers.

Dit bericht is geplaatst in Economie, Pensioen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.