PROTOCOL 12 van 24 (Controle over de pers)

PROTOCOL 12 (Controle over de pers)

1. Het woord ‘vrijheid’, dat men op verschillende manieren kan verklaren, leggen wij zo uit: Vrijheid is het recht om te doen wat de wet toestaat. Deze uitlegging van het begrip legt de vrijheid volledig in onze hand, omdat de wet datgene zal vernietigen of oprichten wat volgens de boven ontwikkelde richtlijnen – voor gewenst houden.

2. Met de pers zullen wij op de volgende wijze te werk gaan. Welke rol speelt thans de pers? Zij dient er toe de hartstochten van de mensen te doen oplaaien of het zelfzuchtige streven van de partijen te bevorderen. Ze is hol, onrechtvaardig en leugenachtig. De meeste mensen weten in het geheel niet waartoe de pers eigenlijk dient.

3. Wij zullen haar ten toom aanleggen en de teugel strak voeren, op dezelfde wijze zullen wij met andere drukwerken handelen, want het zou geen enkel nut hebben, als we alleen een wakend oog over de pers lieten gaan, maar de aanvallen van de boeken en brochures buiten beschouwing lieten. Wij zullen de producten van de publieke opinie, die thans nog veel geld kosten, door middel van de censuur tot een bron van inkomsten voor de staat maken. We zullen een speciale krantenbelasting heffen en bij het oprichten van kranten en drukkerijen waarborgsommen eisen om zodoende onze regering te vrijwaren voor iedere aanval door de pers. Worden wij dan toch aangevallen, dan zullen wij zonder genade geldstraffen opleggen. Belasting waarborgsommen en geldstraffen zullen de staat reusachtige inkomsten opleveren. Zeker, de partijbladen laten zich door geldboeten niet bang maken, maar bij de tweede aanval zullen wij ze eenvoudig onderdrukken. Niemand zal onze onfeilbaarheid in regering-aangelegenheden ongestraft kunnen aantasten. Als voorwendsel voor het de kop indrukken van een krant, zullen wij zeggen, dat het betreffende blad de openbare mening zonder rede heeft opgezweept. Ik verzoek U er op te letten, dat er onder de kranten, die ons aanvallen, ook zullen zijn, die wij zelf opgericht hebben. Deze zullen echter uitsluitend die punten aanroeren, welke verandering wij zelf zullen voorstaan.

4. Geen bericht zal zonder onze voorkennis openbaar worden. Dat resultaat hebben thans reeds daardoor bereikt, dat alle berichten uit de gehele wereld bij een aantal persbureaus samenkomen. Deze zullen geheel in ons bezit overgaan en slechts datgene bekend maken wat wij hun voorschrijven.

5. Wanneer we het thans reeds verstaan moeten we de gedachtewereld van de niet-ingewijde kringen zodanig beheersen, dat bijna alle mensen de wereldgebeurtenissen alleen nog maar zien door de ‘gekleurde brillen’ die wij hun opgezet hebben. Wanneer er reeds nu geen slagbomen meer zijn, die ons zouden kunnen verhinderen om binnen te dringen in datgene wat het volk in zijn domheid staatsgeheimen noemt, hoe zal het dan worden, als wij de aardse goden in de persoon van onze wereldvorst zullen zijn?

6. Keren wij tot de toekomst van de pers terug,. Wie uitgever, drukker of boekhandelaar wil worden, moet een vergunning hiertoe hebben, welke in geval van twijfel onmiddellijk wordt ingetrokken.

7. Door zulke maatregelen wordt het instrument als een middel tot opvoeding in de hand van onze regering, die het niet meer zal toestaan, dat de massa over de zegeningen van de vooruitgang vals wordt ingelicht. Wie van u zou niet weten, dat deze bedrieglijke zegeningen regelrecht tot dromerijen leiden, waaruit de anarchistische verhoudingen van de mensen onder elkaar en tegenover de overheid geboren worden, omdat de vooruitgang of liever de gedachte van de vooruitgang de meest verschillende voorstellingen van de zelfstandigheid heeft voortgebracht zonder haar grenzen vast te stellen. Alle zogenaamde liberalen zijn anarchisten, zij het dan niet in hun handelwijze, dan toch in hun denken. Ieder van hen jaagt het drogbeeld van de vrijheid na en komt in de willekeur terecht, waarbij hij slechts protesteert ter wille van het protesteren.

8. Thans zullen wij ons met de boeken bezighouden. Wij zullen ze, evenals alle drukwerk, met zegelbelasting naar het aantal bladzijde belasten en waarborgsommen eisen. Boeken met minder dan dertig bladzijde worden dubbel belast. Deze zullen we rangschikken onder de brochures om enerzijds, het aantal van deze geschriften, die het ergste gif uitstrooien in te perken. Anderzijds om de schrijvers er toe te brengen zulke omvangrijke geschriften te produceren, dat men ze alleen reeds door de hogere prijs weinig zal lezen, Wat wij daarentegen zullen uitgeven om de mensen in de door ons gewenste richting op te voeden, zal heel goedkoop zijn en door iedereen gelezen worden. De belasting zal de ijdele schrijfwoede tot zwijgen brengen en door de vrees voor bestraffing worden de auteurs van ons afhankelijk. Wanneer mensen tegen ons willen schrijven, zullen ze geen uitgever vinden. Voordat een werk wordt aangenomen, moet de uitgever of drukker zich tot de overheid wende om de druk vergunning te verkrijgen. Op deze wijze zullen wij van te voren van iedere tegen ons gerichte aanval op de hoogte komen en wij zullen hem daardoor onschadelijk maken door over het betreffende onderwerp een verklaring te publiceren.

9. Daar boeken en kranten de twee belangrijkste middelen tot opvoeding zijn, zal onze regering van het merendeel der bladen eigenaresse zijn. Daardoor wordt de schadelijke invloed van de pers uitgeschakeld en wij verschaffen ons een buitengewone invloed op de stemming onder het volk. Wanneer we de vestiging van tien kranten toestaan. zullen we zelf dertig kranten uitgeven, enz. Het publiek mag daarvan niets vermoede. Onze kranten moeten daarom schijnbaar de meest tegenstrijdige richtingen en meningen vertegenwoordigen om vertrouwen te wekken en de tegenstanders tot zich te trekken. Dezen zullen dan in de val lopen en onschadelijk zijn.

10. Op de eerste plaats zullen de officiële kranten staan, die de opdracht zullen krijgen steeds onze belangen te vertegenwoordigen. Hun invloed zal daarom naar verhouding onbeduidend zijn.

11. Op de tweede plaats zullen er semiofficiële bladen komen, die de onverschillige en de lauwe voor ons zullen winnen.

12. Op de derde plaats zullen de bladen van de voorgewende oppositie staan. Minstens één blad moet scherp tegenover ons staan. Onze tegenstanders zullen dit schijnbare verzet voor echt houden en hun kaarten voor ons openleggen.

13. Onze kranten zullen tot de meest uiteenlopende richtingen behoren. Er zullen aristocratische, republikeinse, ja zelfs anarchistische bladen zijn, natuurlijk slechts, zolang de huidige staatsregelingen nog bestaan. Evenals de Indische God Wischnu zullen deze bladen honderd handen hebben, waarvan elke hand afzonderlijk de wisselende polsslag van de openbare mening zal betasten. Met iedere polsslag zullen zij de publieke opinie leiden in de richting, die ons welgevallig is, want een opgewonden mens verliest gemakkelijk zijn vermogen tot oordelen en is onderhevig aan iedere soort van beïnvloeding. Deze domkoppen, die geloven de krant hun mening verdedigd, zullen in werkelijkheid slechts onze mening weergeven, of in ieder geval één, die ons welgevallig is. Zij zullen geloven, dat zij hun partijblad volgen en zullen in werkelijkheid slechts de vlag volgen die wij voor het heil laten wapperen.

14. Om ons leger van kranten in dezen zin te leiden, zullen wij de organisatie met grote zorgvuldigheid moeten regelen. Onder de aanduiding persgenootschap zullen wij de verenigingen van auteurs samenvoegen tot één geheel, waarin onze vertegenwoordigers ongemerkt, wachtwoord en strijdkreet zullen vaststellen.

15. Onze bladen zullen over onze politiek oppervlakkig zijn – zonder ooit op de diepere zin in te gaan – over en weer schrijven met de officiële bladen polemische schermutselingen voeren om ons daardoor in staat te stellen, ons over datgene, wat we in de eerste publicaties niet duidelijker konden zeggen, nu duidelijker uit te drukken. Natuurlijk zullen we dat echter alleen doen, wanneer het voor ons voordelig is.

16. Deze aanvallen zullen tegelijkertijd daartoe dienen, het volk te doen geloven. dat het vrijheid van spreken bezit. Op deze manier zullen onze vertegenwoordigers kunnen beweren dat de vijandelijke pers slechts kletst, omdat ze geen zakelijke argumenten tegen onze maatregelen kan aanvoeren.

17. Door deze voor de openbare mening niet te onderscheiden methode, zullen wij haar aandacht en haar vertrouwen winnen. Met behulp van deze methode zullen wij de openbare mening in alle politieke vraagstukken naar believen opwinden of kalmeren. overtuigen of verwarren, terwijl wij nu eens ware dan weer valse berichten publiceren, nu eens dingen beweren, dan weer recht zetten, al naar hun indruk op het publiek. Steeds zullen de grond voorzichtig betasten, alvorens er de voet op te zetten. Wij zullen onze tegenstanders zeker overwinnen, omdat hun als gevolg van onze maatregelen geen kranten ter beschikking staan, waarin zij hun mening vrij zoude kunnen verdedigen. Wij zullen niet eens gedwongen zijn ze definitief te weerleggen. Tegen de proef ballonnetjes van onze semiofficiële kranten zullen wij zo nodig in de kranten van een derde groep energiek optreden.

18. De tegenwoordige journalistiek is een soort vrijmetselarij. Alle leden van de pers zijn onder elkaar door het beroepsgeheim verbonden. Evenals bij de waarzeggers in de oudheid geeft geen van deze leden het geheim prijs, wanneer zij hiervoor geen opdracht krijgen. Geen krantenschrijver zal het wagen het geheim te verraden, want niemand wordt tot dit beroep toegelaten, wanneer hij in zijn verleden geen duister plekje heeft. Dit zou direct aan de dag gebracht worden. Zolang deze smet slechts aan enkelen bekend is, trekt het aanzien van de journalist de meeste mensen aan en men volgt hem met verrukking.

19. Wij houden bijzonder sterk rekening met de provincie. Het is voor ons noodzakelijk, dat we daar verwachtingen wekken, die lijnrecht tegenover die van de grote stad staan. De grote steden zullen we wijs maken, dat het daarbij zou gaan om zelf bedachte, met beïnvloede ideeën van de provincie. Het is duidelijk, dat de bron van deze ideeën altijd dezelfde zal zijn, ze zal de onze zijn. Zolang we nog niet de volle macht bezitten, zal het voor ons noodzakelijk zijn, d.w.z. van de mening der meerderheid, die door onze vertrouwensmannen gemaakt wordt. Op beslissende ogenblikken mogen de grote steden dan de voldongen feiten niet meer bespreken, omdat ze reeds door de meerderheid in de provincies werden goedgekeurd.

20. Wanneer we het tijdperk van onze nieuwe heerschappij zullen binnentreden, zullen wij de pers niet meer toestaan berichten over misdaden te publiceren. Het volk moet geloven, dat de nieuwe leiding iedereen zo volkomen bevredigt, dat zelfs de misdrijven hebben opgehouden. Aan het daglicht gebrachte misdrijven zullen slechts aan de slachtoffers en aan de toevallige getuigen bekend zijn.

PROTOCOL 13 (Afleidingen)

Dit bericht is geplaatst in Protocollen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.