PROTOCOL 15 van 24 (Meedogenloze onderdrukking)

PROTOCOL 15 (Meedogenloze onderdrukking)

1. Wanneer wij met behulp van de door ons overal op dezelfde dag voorbereide revoluties – en nadat alle regeringen haar onbekwaamheid hebben erkend – eindelijk aan de macht zijn gekomen (het zal misschien nog een eeuw duren) – dan zullen wij er voor zorgen, dat tegen ons geen samenzweringen worden gericht.

2. Tot dit doel zullen wij allen ter dood laten brengen, die de komst van onze regering met de wapens in de hand begroeten. Iedere nieuwe oprichting van het een of andere geheime genootschap zal eveneens met de dood worden gestraft. De thans bestaande ons bekende geheime genootschappen, die ons goede diensten bewezen hebben en nog bewijzen zullen wij opheffen. Hun leden zullen naar ver van Europa gelegen delen der aarde worden gezonden.

3. Op deze manier zullen we handelen met hen die tot vrijmetselaarsloges behoren en daarvan te veel weten. Diegenen, die wij om de een of andere reden zullen sparen, zullen onder de voortdurende druk staan van te worden uitgewezen. We zullen een wet uitvaardigen, volgens welke alle oud-leden van de geheime genootschappen uit Europa, de zetel van onze regering, verbannen zullen worden. De besluiten van onze regering zullen definitief zijn en zonder mogelijkheid tot hoger beroep.

4. De samenleving, waarin wij de kiemen van de tweedracht en de tegenstrijdigheid hebben gelegd, kan alleen door onbarmhartige maatregelen, die van onbuigzame kracht zijn, weer in orde worden gebracht. Daarbij mag het op het aantal offers, dat voor het toekomstig welzijn gebracht moet worden, niet kijken. Het is de plicht van iedere regering, die zich op haar bestaansrecht beroept, niet alleen haar voorrechten te genieten, maar ook haar taak te vervullen, al kost dit ook nog zoveel offers.

5. Wil een regering onwrikbaar staan, dan moet zij het aanzien van haar macht versterken en dit aanzien wordt slechts door een alles overtreffende onbuigzaamheid van de macht bereikt; die het teken moet dragen van een geheimzinnige onkwetsbaarheid, de uitverkorenheid door onze god. Zo was tot in de laatsten tijd de onbeperkte heerschappij van de Russische tsaren ingesteld, onze enige vijand in de gehele wereld naast het Pausdom. Herinnert U zich het voorbeeld van het in bloed gedrenkte Italië, dat Sulla – die dit bloed vergoot – geen haar krenkte; het volk, dat hij gepijnigd had, verafgode hem en zijn onverschrokken terugkeer naar Italië maakte hem onkwetsbaar. Het volk vergrijpt zich niet aan hem, die het door zijn moed en zijn geestkracht in de ban doet.

6. Voordat wij echter tot de macht zijn gekomen. zullen wij in alle lande der wereld vrijmetselaarsloges oprichten en vermeerderen. Wij zullen in deze loges allen halen, die in het openbare leven een vooraanstaande rol spelen of kunnen spelen. Deze loges zullen het voortreffelijkste middel zijn om inlichtingen te verkrijgen en invloed uit te oefenen.

7. Wij zullen alle loges in een hoofdleiding samenvatten die alleen aan ons bekend zal zijn en uit onze ‘wijzen’ zal bestaan. De loges zullen haar voorzitters hebben om de eigenlijke leidende personen te verbergen. Slechts dezen hebben het recht het wachtwoord uit te geven. In deze loges zullen wij alle revolutionaire en vrijzinnige elementen verenigen. Zij zullen uit alle lagen van de maatschappij zijn samengesteld. De meest geheime politieke plannen zullen ons reeds op de dag van hun ontstaan bekend zijn en tot onze beschikking staan. Bijna alle politie -autoriteiten, zowel van de staat als ook van de internationale politie, zullen leden van de loges zijn, omdat hun diensten voor ons onontbeerlijk zijn, want de politie is in de gelegenheid niet alleen slechts maatregelen tegen weerspannigheid te nemen, maar ook onze eigen handelingen te verbergen en de voorwendsels tot ontevredenheid te scheppen. De meesten, die tot geheime genootschappen toetreden, zijn gewoonlijk eerzuchtige avonturiers en in het algemeen mensen, die voor alles te krijgen zijn, bij wie het ons niet veel moeite zal kosten  hen voor onze plannen te winnen.

8. Wanneer het tot onlusten komt. dan betekent dat, dat wij er behoefte aan hadden ze op te wekken, om een al te grote eensgezindheid te vernietigen. Komt het tot de een of andere samenzwering. dan zal het hoofd er van niemand anders zijn dan een van onze trouwste dienaren.

9. Het is natuurlijk, dat alleen wij de werkzaamheid van de vrijmetselarij kunnen leiden, omdat alleen wij weten, waarheen wij haar leiden en wat het einddoel van elke handeling is. De niet-ingewijde daarentegen weten niets, niet eens de onmiddellijke resultaten. Zij zijn gewoonlijk met de ogenblikkelijke bevrediging van hun eigenliefde bij de doorvoering van hun plannen tevreden en merkten niet, dat deze plannen niet van hen afkomstig zijn, maar hun door ons werden ingegeven.

10. Veel niet-ingewijde trede tot de loges toe uit louter nieuwsgierigheid of in de hoop een voordeel te verkrijgen of vanwege hun onvervulbare dromen om voor een publiek te kunnen spreken. Ze smachten naar uiterlijk succes en bijval, waarmee we steeds vrijgevig zijn. Wij gunnen hun gaarne dit succes om hun zelfvoldaanheid uit te buiten. Dan nemen de mensen onze inblazingen in zich op zonder zich daarvan bewust te zijn; zij zijn in hun ingebeelde onkwetsbaarheid er ten volle van overtuigd, alleen hun eigen gedachten en niet die van anderen te hebben geuit. Gij, mijne heren, kunt U in het geheel niet voorstellen, tot welk een belachelijke graad van onnozelheid men zelfs de intelligentste mensen brengen kan, wanneer men hun ijdelheid streelt en hoe gemakkelijk het aan de anderen kant is om hen door de geringste tegenslag – zij het ook slechts door het uitblijven van bijval – te ontmoedigen en hen tot onderdanige gehoorzaamheid te brengen, zodra ze daarvan maar weer resultaat verwachten. Evenals de onzen ieder succes, dat hen niet tot doel leidt, geringschatten, evenzo zijn de niet-ingewijde ter wille van een uiterlijk succes bereid al hun plannen op te offeren. Deze karakteristieke trek van de niet-ingewijde verlicht ons buitengewoon in onze taak hen af te leiden. Deze tijgers hebben zielen als lammetjes en door hun schedels waait de wind.

11. Wij hebben hun een stokpaardje gegeven namelijk de droom, dat de afzonderlijke persoonlijkheid in een symbolische eenheid, in het collectivisme, moet opgaan. Zij hebben niet begrepen en zullen nooit begrijpen, dat deze droom in tegenspraak is met de grondwetten der natuur, die van de schepping der wereld af alleen van elkander verschillende wezens heeft voortgebracht om iedereen zijn bijzondere persoonlijkheid te verlenen. Bewijst niet het feit dat wij de mensheid tot zulk een waanidee brachten, met verbluffende duidelijkheid, hoe weinig hun verstand in vergelijking met het onze ontwikkeld is? Dit is de zekerste waarborg voor ons succes.

12. Hoe scherpzinnig waren toch onze oude ‘Wijzen’ toen zij zeiden, dat men, om een doel te bereiken, voor geen middel zouden mogen terugschrikken en de offers niet zouden mogen tellen. Wij hebben de offers van deze beesten van niet-ingewijde nooit geteld en, ofschoon wij velen van de onzen moesten offeren, hebben wij ons een zo’n machtige positie in de wereld verschaft, waarvan het nooit zou hebben durven dromen. De naar verhouding geringe offers van de onzen hebben ons voor de ondergang bewaard.

13. De dood is het onvermijdelijke einde van alle mensen. Het is beter het einde te verhaasten van hen, die zich tegen ons werk verzetten dan ons einde, daar wij de scheppers van dit werk zijn. In de vrijmetselaarsloges vellen wij doodvonnissen op een manier, dat niemand buiten de loges ook maar de geringste verdenking kan opvatten. Niet eens de slachtoffers zelf vernemen hun veroordeling. Zij allen sterven, zodra het noodzakelijk is, schijnbaar een natuurlijke dood. Daar dit de loge-broeders bekend is, durven zij daar niet  tegen op te treden. Door deze maatregelen hebben wij in de vrijmetselarij iedere tegenspraak in de kiem gesmoord. Terwijl wij voor de massa’s het liberalisme prediken, houden wij ons volk en onze vertrouwenslieden als onvoorwaardelijk gehoorzaam.

14. Onder onzen invloed werd de handhaving der wetten van diegene die niet tot onze gelederen behoren tot een minimum beperkt. Het aanzien der wetten werd door het liberalisme, dat wij ook op dit gebied tot aanzien brachten, ondermijnd. In alle politieke en grondwettelijke twistpunten beslissen de rechtbanken volgens onze aanwijzingen – en zien de dingen in het licht, zoals het ons belieft. Wij maken hiervoor gebruik van de bemiddeling van personen, van wie niemand vermoedt dat zij met ons in relatie staan, van krantenberichten en van andere middelen. Zelfs de leden van het Senaat en van het staatsbestuur volgens onze adviezen blindelings op.

15. Het zuiver dierlijke verstand van de volkeren is tot ontleding van een begrip en tot waarneming onbekwaam; en nog minder kunnen zij van te voren zien, waartoe een bepaalde manier om een zaak voor te stellen dient. In dit onderscheid van de geestelijken aanleg tussen hun en ons kunnen wij het teken van onze uitverkiezing door god en onze boven de anderen uitstekende natuur herkennen. De niet-ingewijde laten zich alleen door een dierlijk instinct leiden. Zij zien wel, maar zij zien niet vooruit, zij kunnen niets uitvinden, behalve zuiver materiële dingen. Daaruit blijkt duidelijk, dat de natuur zelf ons tot de heerschappij over de wereld voorbestemd heeft.

16. Zodra de tijd van onze openlijke heerschappij gekomen is en op de zegeningen van onze regering kunnen wijzen, zullen wij alle wetten veranderen. Onze wetten zullen kort, duidelijk en onveranderlijk zijn en geen enkele interpretatie nodig hebben. zodat iedereen ze begrijpen kan.

17. De meest in het oog springende eigenschap van deze wetten zal de gehoorzaamheid tegenover de overheid zijn, die wij tot de hoogste graad zullen ontwikkelen. Dan zal ten gevolge van de verantwoordelijkheid van allen tegenover de oppersten vertegenwoordigen der macht ieder misbruik van de wetten ophouden.

18. Het machtsmisbruik door de lagere ambtenaren zal zo streng gestraft worden, dat iedereen de lust zal verliezen, zijn kracht in deze richting te beproeven. Wij zullen alle handelingen van onze regeringsambtenaren, van wie de gang der staatsmachine afhankelijk is, met de grootste aandacht nagaan, want tuchteloosheid in de regering leidt tot algemene wanorde. Elk geval van onrechtmatigheid of misbruik zal tot afschrik van anderen gestraft worden. Iedere heling, iedere. ongeoorloofde verstandhouding der ambtenaren zal na de eerste voorbeelden van strenge bestraffing verdwijnen.

19. Het aanzien van onze heerschappij vereist afdoende, d.w.z. harde straffen bij de geringste overtreding, die het aanzien van de overheid zou kunnen schade. Zou iemand voor zijn fout al te streng gestraft zijn, dan zal hij niet zijn als een soldaat, die op het slagveld van de regering in dienst van de overheid, de grondwet en de wetten is gevallen; want deze laten niet toe, dat zij, die het schip van staat besturen, persoonlijke voordelen hoger stellen dan hun publieke plichten.

20. Onze rechters zullen weten, dat zij wanneer zij met dwaze goedertierenheid te werk gaan, het beginsel van het recht schenden. volgens hetwelk begane fouten streng moeten worden gestraft en toegevendheid niet is toegestaan. Mildheid kan men in het privéleven uitoefenen, maar niet in de openbaren dienst, die de opvoedende grondslag in het staats-leven is.

21. Onze rechters zullen slechts tot hun 55 jaar in functie blijven en wel om de volgende twee redenen: in de eerste plaats omdat oude mensen hardnekkiger aan hun dogma’s vasthouden en minder bekwaam zijn om zich aan nieuwe beschikkingen te onderwerpen, in de tweede plaats, omdat daardoor een snellere mutatie van de rechters mogelijk wordt en dezen zich meer naar ons zullen schikken. Wie zijn functie behouden wil, zal ons blindelings moeten gehoorzamen. In het algemeen zullen wij onze rechters kiezen uit diegenen, die weten, dat het hun plicht is te straffen en de wetten toe te passen, maar niet tot schade van de staat en liberale ideeën huldigen, zoals men tegenwoordig denkt dat goed is.

22. De uitwisseling van ambtenaren zal er ook toe bijdragen om de korpsgeest te vernietigen en hen toegewijd maken aan de regering, van wie hun lot afhangt. De nieuwe generatie van  rechters zal zijn opgevoed in het bewustzijn, dat handelingen, welke de bestaande orde in de wederzijdse betrekkingen tussen onze onderdanen zouden kunnen verstoren, niet geduld mogen worden.

23. Heden ten dage zijn de rechters tegenover alle misdaden inschikkelijk, omdat zij van hun plichten geen juiste voorstelling hebben en de regeringen er bij de benoeming van rechters er te weinig op letten, hun dat plichtsgevoel in te prenten en hun op de betekenis van hun taak te wijzen. Zoals het dier zijn jongen op roof uitstuurt, zo geven de overheden aan hun onderdanen winstgevende posities, zonder hen over het doel van hun posities in te lichten. Daarom zullen hun regeringen zichzelf vernietigen door haar eigen ambtenaren.

24. We zullen uit deze feiten verdere lering trekken voor onze regering. We zullen het liberalisme verdrijven uit alle belangrijke posten in de regering waarvan de sociale opvoeding van onze onderdanen afhangt.  Op zulke plaatsen zullen wij uitsluitend slechts die personen inzetten, die wij voor onzen regering speciaal opgeleid hebben.

25. Op de tegenwerping, dat het ontijdig ontslag van oudere ambtenaren de staat veel geld kost, antwoorden wij, dat wij allereerst zullen proberen voor hen een particuliere betrekking te vinden als vergoeding voor het verlies en dat in de tweede plaats al het geld van de wereld in ons bezit zal zijn, zodat wij uitgaven niet behoeven te schuwen.

26. Ons absolutisme zal in al zijn handelingen consequent zijn. Daarom zal onze opperste wil worden geëerbiedigd en zonder tegenspraak worden doorgezet. We zullen noch van mopperen noch van ontevredenheid nota nemen; elk verzet tegen ons zal, tot afschrik van anderen, gestraft worden.

27. Het recht van beroep behouden wij ons slechts voor onze eigen doeleinden. Voor het overige echter zullen wij het afschaffen, want bij het volk mag de gedachte niet opkomen, dat de door ons benoemde rechters een onjuist oordeel hebben geveld. Zou zo iets voorkomen, dan zullen wij zelf het vonnis vernietigen, gelijktijdig echter met de rechter, die tegen zijn taak niet opgewassen was, en zo voorbeeldig straffen, dat zo’n geval niet meer zal voorkomen. Ik herhaal nog eenmaal, dat wij over iedere stap van onze ambtenaren zullen waken, opdat het volk met ons tevreden  zal zijn.

28. Onze regering zal de schijn wekken van een patriarchale, vaderlijke voogdij, die onze vorst uitoefent. Ons volk en onze onderdanen zullen in hem een vader aanschouwen, die zich om alle behoeften, alle handelingen en alle betrekkingen tussen de onderdanen onderling en in verhouding tot de regering zal bekommeren. Dan zullen zij van de gedachte zijn, dat men deze voogdij en heerschappij niet kan ontberen, als men in vrede en rust wil leven, daar zodanig van doordrongen zijn, dat zij de alleenheerschappij van onze regering met een aan verafgoding grenzende verering zullen erkennen, in het bijzonder als zij er zich van overtuigd hebben, dat onze ambtenaren de bevelen van de vorst slechts blindelings zullen uitvoeren. Zij zullen gelukkig zijn, dat wij hun gehele bestaan hebben geregeld. zoals wijze ouders doen, die hun kinderen in plichtsgevoel en gehoorzaamheid opvoeden. Want de volkeren zullen evenals hun regeringen in de geheimen van onze politiek voor eeuwig onmondig blijven.

29. Zoals U ziet, grondvest ik ons despotisme op het recht en op de plicht. Het recht om plichtsvervulling te eisen is de voornaamste plicht van een regering, die voor haar onderdanen een vader wil zijn. Gelijktijdig bezit zij het recht van de sterkere, opdat zij de mensheid naar de door de natuur gewilde ordening, d.i. gehoorzaamheid leiden kan. Alles op deze wereld bevindt zich in een verhouding van ondergeschiktheid, alles is onderworpen hetzij aan een mens, hetzij aan de omstandigheden, hetzij aan de eigen aanleg, maar in ieder geval aan een sterkere. Wij moeten zonder dralen afzonderlijke personen kunnen offeren, als zij de bestaande orde schenden, want in de voorbeeldige bestraffing van het kwaad ligt een grote opvoedende kracht.

30. Wanneer de koning van Israël (antichrist) op zijn geheiligd hoofd de kroon zet die heel Europa hem zal aanbieden, zal hij de patriarch van de wereld zijn. Het getal der onvermijdbare offers, die hiervoor werden gebracht, zal nooit zo groot worden als het aantal offers dat in de loop der eeuwen door de vorsten van de staten uit zucht naar macht en strijdlust werd gebracht.

31. Onze koning zal met het volk steeds in verbinding staan. Hij zal redevoeringen houden, waarvan de roem zich terstond over de gehele wereld zal verbreiden.

PROTOCOL. 16 (Hersenspoeling)

Dit bericht is geplaatst in Protocollen. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.