PROTOCOL, 20 van 24 (Financieel programma)

PROTOCOL, 20 (Financieel programma)

1. Nu zullen wij spreken over het financiële program, dat ik bewaard heb tot het slot van mijn voordracht, omdat dit onderwerp het moeilijkste en het meest beslissende is in onze plannen. Voordat ik begin zou ik U, willen herinneren aan wat ik reeds eerder terloops aanhaalde, n.l. dat alles zich slechts in een kwestie van cijfers zal oplossen.

2. Zodra onze heerschappij gekomen is, zal onze autoritaire regering alleen reeds uit drang naar zelfbehoud vermijden, het volk te hoge belastingen op te leggen, want zij zal nooit vergeten, dat zij de rol van de vader en beschermer te spelen heeft. Niettemin moeten de nodige middelen verkregen worden, daar het beheer van de staat veel kost. Daarom moet de kwestie van het evenwicht in de staatshuishouding met bijzondere zorg behandeld worden. Onze regering zal van de wettelijk vastgelegde fictie uitgaan, dat alles wat zich in het gebied van de staat bevindt, eigendom van de koning is, een veronderstelling, die zonder meer in de daad kan worden omgezet. De regering zal daarom overgaan tot het onteigenen van de vermogens in baar geld, zodra zij dat voor de regeling van de geldomloop noodzakelijk acht.

3. Daaruit volgt, dat het beste middel de invoering van een progressieve vermogensbelasting is. Op deze manier kunnen belastingen zonder onbillijke verdrukking of benadeling worden geheven volgens een met de grootte van het vermogen overeenkomend percentage. De rijken moeten inzien, dat zij verplicht zijn een deel van hun overvloed ter beschikking van de staat te stellen, omdat deze hun de zekerheid van het resterende vermogen en een eerlijke winst waarborgt. Ik zeg uitdrukkelijk ‘eerlijk’, want de controle over het eigendom zal de roof onder het mom van wettelijkheid onmogelijk maken.

4. De sociale verandering moet van boven komen, want de tijd daarvoor is rijp en zij Is als waarborg voor de vrede noodzakelijk.

5. Het opleggen van belastingen aan de armen legt de kiem voor de revolutie en is schadelijk voor de staat, die zodoende op de jacht naar het kleine het grotere voordeel prijsgeeft. Afgezien daarvan vertraagt de vermogensbelasting het tempo van aangroeien der privé vermogens, waarvan wij de vermeerdering tot nu toe opzettelijk bevorderd hebben. opdat zij een tegenwicht vormen tegen de sterkte van de regeringen en haar financiën.

6. Een progressieve belasting zal hogere baten afwerpen dan een voor allen gelijke belasting, die ons echter thans van pas komt om onlust en ontevredenheid onder de volkeren wekken.

7. De macht, waarop onze koning zal steunen, zal bestaan in het evenwicht van de staatshuishouding en uit de waarborg voor de vrede. Tot dit doel is het noodzakelijk, dat de bezittende wat van hun inkomsten opofferen om de goede gang van de staatsmacht te verzekeren. De uitgaven van de staat zullen door diegenen bestreden worden, die dit het gemakkelijkst kunnen dragen.

8. Zulke maatregelen zullen de haat van de armen tegen de rijken wegnemen omdat de armen dan zullen inzien, dat de rijken de voor de staat noodzakelijke hulpbronnen en de steunpilaren van vrede en welvaart zijn en dat slechts de rijken de middelen voor het gedijen van de staat ter beschikking stellen.

9. Opdat de hogere klassen over de nieuwe belastingen niet al te veel klagen, zullen wij hun nauwkeurige rapporten uitbrengen over de besteding van de gelden, uitgezonderd natuurlijk de bedragen, die op de uitgaven van de troon en de administratie betrekking hebben.

10. Onze vorst zal geen privé vermogen hebben, omdat toch alles, wat zich in de staat bevindt, hem toebehoort. Twee verschillende vermogens van de koning zouden met elkaar in tegenspraak zijn, omdat de omstandigheid dat hij privé vermogen zou bezitten, zijn recht op het eigendom, dat zich in het bezit van anderen bevindt, zou opheffen.

11. Alleen de troonopvolger zal door de staat onderhouden worden. De overige leden van de koninklijke familie moeten in de staatsdienst of in een ander beroep gaan, om een recht op een inkomen te verkrijgen. Het voorrecht tot de koninklijke familie te behoren, geeft niemand het recht om op staatskosten te leven.

12. Op het verwerven van eigendom en erfenis zal een progressieve zegelbelasting worden geheven. Voor iedere overdracht van eigendom, hetzij in baar geld, hetzij in andere waarde die niet gezegeld is, moet de vroegere eigenaar van de dag van de overeenkomst af tot aan de dag van de ontdekking van de belastingontduiking een procentuele belasting betalen. De overdracht-akten moeten wekelijks aan de plaatselijke belasting instantie voorgelegd worden onder opgave van de voor- en familienaam en woonplaats van de oude en nieuwen eigenaar. De door de overheid te registreren koop is alleen van een bepaald bedrag af noodzakelijk; bedrijven in artikelen voor het dagelijks gebruik zullen slechts aan een kleine, procentuele zegelbelasting onderhevig zijn.

13. Rekent U uit hoeveel de opbrengst van deze belastingen de ontvangsten van de niet tot ons behorende staten zal overschrijden.

14. De staat moet een bepaald reservefonds bezitten; alles wat boven deze ruggensteun uitgaat, moet weer in omloop worden gebracht. Met deze overschotten zullen openbare werken worden uitgevoerd. De ter hand neming van zulke met staats middelen uitgevoerde werken zal de arbeidersklasse vast met de staat en de vorst verbinden. Een deel van deze gelden zal voor prijzen voor uitvindingen en prestaties op het gebied der productie besteed worden.

15. Buiten deze bedragen mag geen geld in de staatskas achtergehouden worden, want het geld is voor de circulatie bestemd en iedere belemmering in de circulatie van het geld kan de gang van de staats-machine storen. Het geld is de olie voor het raderwerk van de staat. Ontbreekt de olie, dan hapert het mechanisme.

16. De vervanging van een deel van baar geld door waardepapier heeft precies zo’n storing veroorzaakt. De gevolgen van dit feit zijn reeds voldoende voelbaar.

17. We zullen ook een rekenkamer instellen. De regering zal daardoor ieder ogenblik een nauwkeurig overzicht over de inkomsten en uitgaven van de staat ter beschikking hebben. Uitgezonderd is slechts de nog niet afgesloten rekening over de lopende maand en de nog niet overgelegde afrekening over de vorige maand.

18. De enige persoon, die geen voordeel heeft van de plundering van de staatskas, is haar eigenaar, de vorst. Daarom zal de door hem uitgeoefende controle de verspilling en verkwisting van staatsgelden onmogelijk maken.

19. De representatieve plichten, die de vorst van zijn kostbare tijd beroven zullen wij afschaffen opdat hij genoeg tijd voor zijn staats bezigheden over heeft. Zijn macht zal niet meer afhankelijk zijn van de gunstelingen, die de troon alleen om de pracht en de praal willen omgeven, maar uitsluitend voor hun eigen voordeel zorgen en niet voor dat van de staat.

20. Terwijl wij het geld uit de, circulatie haalden, hebben wij een economische crises in het leven geroepen. Reusachtige bedragen werden zo aan de staten onttrokken en deze zagen zich gedwongen, dezelfde kapitalen, die door ons werden opgehoopt, als leningen van ons aan te nemen. Deze leningen betekenen een zware last voor de staten, die er nu rente voor moeten betalen en schuldenaars zijn.

21. De samentrekking van de industrie in handen van het kapitaal, die de kleine bedrijven vernietigde, zoog het alle productieve volkskracht en daarmee ook de rijkdom van de staten op.

22. Tegenwoordig houdt de geldcirculatie geen rekening meer met het zielen aantal en kan daarom geen rekening houden met de behoeften van de arbeiders. De uitgifte van nieuw geld moet gelijken tred houden met de groei van de bevolking, waarbij ook de kinderen meegeteld moeten worden, daar ook voor hen van de dag hunner geboorte af geld nodig is. De reorganisatie van de geldcirculatie is een levensvraag voor de hele wereld.

23. U weet, dat de goud standaard verderfelijk werd voor de staten, die deze aanvaardden. want hij kan de behoefte aan geld niet bevredigen, te minder nog toen wij ons best deden zoveel mogelijk goud aan de omloop te onttrekken.

24. Onze regering moet een standaard invoeren, die op de arbeidskracht berust waarbij het om het even is of het geld uit papier of uit hout bestaat. We zullen het geld uitgeven naar de doorsnee behoefte van de onderdanen en de hoeveelheid geld bij iedere geboorte vermeerderen en bij ieder sterfgeval verminderen. Elke provincie, elke gemeente moet deze berekeningen overnemen.

25. Opdat de afzonderlijke overheden op tijd in het bezit van de door hen benodigde gelden komen, zullen de bedragen en de dag van de verzending door de regering bij verordening worden vastgesteld. Zodoende zal de bevoorrechting door de ministeries van de ene overheid ten nadele van de andere terzijde worden gesteld.

6. De voorlopige ramingen van de staatsinkomsten en uitgaven zullen naast elkaar gelegd worden, opdat men beide met elkander vergelijken kan.

27. Hervormingen, die wij in de financiële instellingen willen invoeren, zullen op een manier voorstellen, die niemand verontrust. We zullen de noodzakelijkheid van deze veranderingen voorstellen als gevolgen van de chaos. waarin de financiële huishouding van de staten terecht is gekomen. We zullen bewijzen dat de hoofdoorzaak van dezen ongezonde toestand daarin is gelegen, dat men aan het begin van ieder jaar een begroting opstelt, die van jaar tot jaar aangroeit. Dan verlangt men een supplement, dat al na drie maanden uitgegeven is; hierop wordt een aanvulling budget gesloten en ten slotte begeert men nog een verder krediet om de eindafrekening te kunnen opmaken. Daar de begroting voor het daaropvolgende jaar naar de totale rekening van het afgelopen jaar wordt opgesteld, bedraagt het jaarlijkse verlies vijftig procent en de begroting verdrievoudigt zich alle tien jaren. Dank zij dezen gang van zaken, welke de regeringen in haar zorgeloosheid hebben toegepast, zijn hun schatkisten leeg. De daarop volgende leningen hebben het restant opgeslokt en alle staten tot het bankroet gebracht.

28. U zult wel begrijpen, dat wij zo’n economie, zoals we haar aanbevalen, bij ons niet zullen dulden.

29. Iedere staatslening bewijst zwakte en gebrek aan begrip voor de rechten van de staat. De leningen hangen als het zwaard van Damocles boven het hoofd der vorsten, die, in plaats van de benodigde gelden rechtstreeks bij de onderdanen te halen in de vorm van een belasting, met uitgestrekte handen bij onze banken komen bedelen. Buitenlandse leningen zijn als bloedzuigers, die men van het staatslichaam niet kan verwijderen of het zou moeten zijn dat zij vanzelf afvallen of dat de staat ze met geweld afschudt. Maar de staten schudde deze bloedzuigers niet van zich af, integendeel, zij vermeerderen nog haar aantal, zodat zij aan deze vrijwillige aderlating ten slotte te gronde moeten gaan.

30. Wat is in werkelijkheid een lening, vooral een buitenlandse, anders dan een aderlating? Een lening bestaat uit staatsschuld-verbintenissen, die de verplichting inhouden tot het betalen van een bepaalde rente, in verhouding tot de grootte van het opgenomen kapitaal. Bedraagt de rente vijf procent, dan heeft de staat in de loop van twintig jaar ten overvloede alleen aan rente een bedrag betaald, gelijk aan het bedrag der lening, in veertig jaar een dubbel zo hoog bedrag, in zestig jaar het drievoudige en de schuld zelf blijft altijd nog onbetaald.

31. Hieruit volgt, dat de staat langs de weg van de belastingheffing de armen de laatsten cent ontneemt, alleen om aan vreemde kapitalisten, van wie hij het geld leende, de rente te betalen, in plaats van de benodigde bedragen door middel van een belasting, die geen rente kost, uit het eigen volksvermogen bijeen te brengen.

32. Zolang de leningen in het binnenland werden opgenomen. lieten de overheden eenvoudig het geld uit de zak van de armen in die van de rijken vloeien. Toen wij echter door omkoping personen kregen om in het buitenland geld op te nemen, verdwenen alle rijkdommen van de staten in onze kassen en de mensen werden aan ons schatplichtig.

33. Door de nalatigheid in de leiding der staatszaken, door de omkoopbaarheid van de ministers, door de onbekwaamheid in economische vraagstukken hebben de regeringen hun lande dermate in de schuld slavernij van onze banken gebracht, dat zij hun schulden nooit zullen kunnen betalen. Gij, mijne heren, zult begrijpen, welke moeite en geldelijke offers ons het veroorzaken van dezen toestand heeft gekost.

4. Storingen in het geldverkeer zullen wij niet dulden. Daarom zullen er geen verschillende staatsschuld-verbintenissen meer zijn, een enkele uitgezonderd, die één, procent rente zal geven; deze lage rente zal de staat niet meer de aderlating door bloedzuigers doen ondergaan. Het recht tot uitgifte van waardepapieren zal uitsluitend worden toegestaan aan de industriële maatschappijen. welke het niet zwaar zal vallen uit haar winst de rente te betalen, terwijl de staat uit zijn leningen geen winst kan trekken, daar hij die alleen opneemt om zijn uitgaven te bestrijden, maar niet om zaken te doen.

35.  Zulke industriële papieren zal de staat ook kopen op deze manier verandert hij van een rente betalende schuldenaar, die hij tegenwoordig is, in een schuldeiser. Deze maatregel zal storingen in het geldverkeer, klaploperij en gemeenheid onmogelijk maken, die ons  de tijd der heerschappij niet wenselijk voorkomen.

36. De onbekwaamheid van de zuiver dierlijke gedachtegang van de overheden ligt duidelijk voor de hand; ze leenden bij ons geld tegen rente en dachten er niet aan, dat zij hetzelfde bedrag, vermeerderd met de rente, uit de schatkist moesten nemen om de schuld aan ons in te lossen. Zou het niet veel eenvoudiger geweest zijn, het geld door de belastingbetalers te doen opbrengen, aan wie zij geen rente moeten betalen? Dat juist bewijst het overwicht van onze geest, dat wij er in geslaagd zijn de staten de betekenis van de staatsleningen zo voor te stellen. dat zij daarin zelfs voordeel voor zichzelf zagen.

37. Gesteund door eeuwenlange ervaringen, waarvan de grondslagen door de staten zijn gelegd, zullen onze instellingen zich van de hunne door duidelijkheid en doelbewustheid onderscheiden en iedereen van de nuttigheid van onze veranderingen overtuigen. Zij zullen een einde maken aan de misstanden, met behulp waarvan wij de overheden in onze macht hielden, maar die in ons koninkrijk niet meer geduld zullen worden.

38. We zullen een zodanige wijze van verrekening instellen, dat noch de vorst, noch de geringste ambtenaar ook maar het kleinste bedrag ongemerkt aan zijn bestemming kan onttrekken of voor een ander dan het door ons voorgeschreven doel kan gebruiken.
39. Men kan niet regeren zonder een vast plan. Zelfs helden gaan te gronde, als zij niet weten waarheen hun weg hen voert en als ze niet evenredig uitgerust zijn.

40. De vorsten van deze wereld, die wij door representatieve plichten, feesten en besprekingen van de vervulling van hun vorstelijke plichten afhouden, dienden onzen vorst slechts als afscherming. De rapporten van de hovelingen en ambtenaren, die de vorst in het openbaar vertegenwoordigen, werden in werkelijkheid door onze vertrouwenslieden samengesteld. Ze bevatten voornamelijk blote beloften op bezuinigingen van de staat en op verbeteringen, waardoor de kortzichtige massa ten volle werd tevreden gesteld. De lezers van onze rapporten zouden wel hebben kunnen vragen: “Hoe moeten bezuinigingen bereikt worden? Soms door nieuwe belastingen?” Maar zij stelde zulke vragen niet. Gij, mijne heren, weet, waartoe deze zorgeloosheid heeft geleid en in welk een financieel warnet de staten zijn geraakt, trots de wonderbaarlijke arbeidskracht van hun volken.

PROTOCOL 21 (Leningen & Krediet)

Dit bericht is geplaatst in Protocollen. Bookmark de permalink.

Laat een reactie achter

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.