Worden we een derdewereldland?

derdewereld

 

 

 

 

 

Alle seinen staan in ieder geval op rood.

Laten we beginnen bij de affaire-Ibn Ghaldoun. De ongekende examenfraude daar gepleegd kwam niet als een verrassing. En dan doel ik niet alleen op het track record van deze scholengemeenschap, dat een aaneenschakeling vormt van incidenten en financieel wanbeheer. Ik denk dat we deze zaak breder moeten trekken.

low trust

In de loop der jaren heeft Nederland meer dan een miljoen niet-westerse immigranten opgenomen, en door natuurlijke aanwas is die bevolkingsgroep inmiddels aangegroeid tot twee miljoen, Een groot deel van hen houdt hardnekkig vast aan de zeden en gewoonten uit het thuisland die vaak haaks staan op wat hier te lande gangbaar is. Zo bezien hebben we met deze immigranten dus de Derde Wereld geïmporteerd.

En anders dan de multiculturalisten ons wilden doen geloven is dat niet in alle opzichten een verrijking. Sinds Paul Scheffer in 2000 zijn essay Het multiculturele drama publiceerde kunnen de schaduwzijden niet langer worden weggemoffeld, als daar zijn: zwakke arbeidsmarktprestaties, onevenredig beroep op collectieve voorzieningen, oververtegenwoordiging in de misdaadcijfers et cetera. Maar er is meer.

Een hoogontwikkelde samenleving en dito economie als de onze kunnen niet goed functioneren zonder een zekere mate van wederzijds vertrouwen – op basis van gedeelde waarden – tussen de burgers onderling en tussen de burgers en de instituties. Als een substantieel deel van de bevolking de waarden van die samenleving niet deelt, maar daar afwijzend of zelfs vijandig tegenover staat, dan hebben we een groot probleem. Dan zakken we af naar de status van, wat Fukuyama noemt, low trust society, met alle gevolgen voor ons concurrentievermogen van dien.

verloedering

Genoeg even over de schaduwzijde van de niet-westerse immigratie. Want los daarvan laat de affaire-Ibn Ghaldoun nog iets anders zien, namelijk hoever de verloedering van de semi-publieke sector – en meer in het bijzonder het Nederlandse onderwijs – inmiddels is voortgeschreden.

Verzelfstandiging van overheidsdiensten of door de overheid gecontroleerde organisaties heeft sinds de jaren negentig een hoge vlucht genomen. Zorginstellingen, woningbouwcorporaties en scholen mochten voortaan hun eigen gang gaan. Dat zal bij sommigen, zoals de vele voorstanders van een kleinere overheid op deze site, in goede aarde zijn gevallen.

Men had er natuurlijk voor kunnen kiezen om al die verzelfstandigde instellingen voor hun eigen inkomsten te laten zorgen. Maar in plaats daarvan worden zij nog steeds gefinancierd met publiek geld (woningcorporaties moeten wel hun eigen broek op houden, maar hun melkkoe – de woningvoorraad – is ooit gefinancierd met publieke middelen). En uitgaande van het principe ‘wie betaalt bepaalt’ is de logische consequentie dat de overheid – hoewel op afstand – altijd het laatste woord zou moeten hebben.

In plaats hiervan heeft men bij die verzelfstandiging gekozen voor het model ‘wie ontvangt bepaalt’. Met voorspelbare ontsporingen tot gevolg. Bestuurders die zichzelf exorbitante beloningen toekennen, megalomane vastgoedprojecten, verwaarlozing van de core business, financieel wanbeheer, faillissementen. De voorbeelden liggen voor het oprapen: Philadelphia, Rochdale, Vestia, InHolland, Windesheim, en ga zo maar door. Zo bezien heeft de verzelfstandiging van de semi-publieke sector het afglijden naar een low trust society, dat door de niet-westerse immigratie was ingezet, versterkt.

De affaire-Ibn Ghaldoun heeft nog eens pijnlijk duidelijk gemaakt dat de overheid de controle op de besteding van al dat belastinggeld door verzelfstandigde instellingen, helemaal is kwijtgeraakt. Hoewel in de politiek een breed draagvlak bestaat voor sluiting van de in opspraak geraakte scholengemeenschap, blijkt dat wettelijk gezien nagenoeg onmogelijk. Hebben al die juristen en bestuurskundigen waarvan het overheidsapparaat is vergeven soms zitten slapen bij de verzelfstandiging van de onderwijsinstellingen?

Dit alles kwam nog bovenop de uitholling van de kwaliteit van het onderwijs door allerlei inhoudelijke hervormingen, die al in de jaren zestig met de Mammoetwet is ingezet. Goed onderwijs – en dat is iets anders dan meer geld voor onderwijs – is noodzakelijk om onze economische toekomst veilig te stellen. En de gesignaleerde verloedering is daarom des te zorgwekkender. Nog een factor die de status van derdewereldland dichterbij brengt. Maar de vooruitzichten zijn nog grimmiger.

zwaard van Damocles

Het afglijden naar een low trust society en de verloedering van het onderwijs, alsmede de uit beide ontwikkelingen resulterende aantasting van onze concurrentiekracht, verlopen geleidelijk. Maar intussen hangt er ook nog een zwaard van Damocles boven ons hoofd dat elk moment kan vallen met onvoorspelbare, maar hoogstwaarschijnlijk desastreuze gevolgen: financiële en economisch chaos en maatschappelijke ontwrichting.

Dat zwaard van Damocles wordt natuurlijk gevormd door de honderden miljarden aan garanties en andere verplichtingen in het kader van het bezweren van de schuldencrisis en het overeind houden van de euro. Het gaat dan om al die leningen en garanties die premier Mark Rutte zo kwistig heeft uitgedeeld in Brussel, om het opkopen door de ECB – met instemming van DNB-president Klaas Knot – van schuldpapier van de Zuid-Europese probleemlanden (OMT), en nog zo wat zaken.

Het is voor mij als eenvoudige krantenlezer moeilijk om greep te krijgen op de cijfers. Het kabinet doet ook geen enkele moeite om het publiek voor te lichten over de omvang van deze risico’s. ‘Wat niet weet, wat niet deert’ en ‘geen slapende honden wakker maken’ zal de achterliggende gedachte zijn. Misschien kunnen de specialisten van DDS Finance de zaak eens grondig uitzoeken en op een rijtje zetten, maar dit terzijde.

Vorig jaar kwam ik zelf tot een ruwe schatting van €200 miljard die we kwijt zijn als het helemaal mis loopt. Inmiddels denk ik eerder aan het dubbele bedrag. Volgens de miljoenennota bedragen de garanties aan de reddingsfondsen EFSF, EFSM en ESM (exclusief ingelegd kapitaal) bij elkaar en samen met de ‘lening’ aan Griekenland in het kader van het eerste reddingsplan voor dat land, circa €140 miljard. Het gegoochel van de ECB, zo berichtte ik onlangs, zou ons weleens €180 miljard kunnen gaan kosten. En dan hebben we nog dat mysterieuze TARGET2 dat voor Nederland neerkomt op ruim €80 miljard aan dubieuze vorderingen.

Bij elkaar is dit €400 miljard, wat neerkomt op tweederde van ons bruto nationaal product. Als er betaald moet worden dan brengt dat onze staatsschuldquote (thans 74 procent) in een klap boven de 135 procent. Dat komt praktisch neer op een faillissement. Wat dit zal betekenen voor de inkomens in Nederland laat ik graag over aan het voorstellingsvermogen van de lezer. De genoemde bedragen zijn naar de stand van dit moment. Als het – wat God verhoede – tot een Europese Bankenunie komt dan wordt het nog veel meer, want als puntje bij paaltje komt is het altijd de belastingbetaler die voor de schade moet opdraaien.

Eurogelovigen zullen ons voorhouden dat het nooit zover zal komen en dat het allemaal goed gaat komen met de eurozone. Misschien hebben zij gelijk, maar dat kan alleen als we toestaan dat ons land in het kader van een transferunie duurzaam als wingewest zal dienen voor Frankrijk en zijn Zuid-Europese maatjes. Crash of transferunie, in beide gevallen zal het gedaan zijn met onze welvaart.

conclusie

Wordt Nederland een derdewereldland? Dankzij ondoordacht beleid en misrekeningen van opeenvolgende kabinetten zijn we in ieder geval een eind op weg. Om het tij te keren zouden we een staatsman van het kaliber-Churchill goed kunnen gebruiken, want met een lichtgewicht als Mark Rutte gaan we het niet redden.

Eerder geplaatst door Hans Roodenburg op DDS

Dit bericht is geplaatst in Immigratie, Maatschappij. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.