Kankermobieltjes

Overal vechten wetenschappers elkaar de tent uit over de gevaren van elektromagnetische straling. Behalve in Nederland.
Bron: Vrij Nederland no. 2011-45 van 12 nov. 2011, pp. 24-29, auteur Tomas Vanheste.
Leendert Vriens is een rationele, rustige man. Maar toen hij in vrij Nederland (VN) een column las over de gezondheidsgevaren van mobiele telefonie, kon hij een vloek niet onderdrukken. Dit voorjaar deelde de (WHO) de straling van mobieltjes in de categorie ‘mogelijk kankerverwekkend‘ in. flauwekul, vond de columnist van VN. Want basiskennis van de natuurkunde was voldoende om te weten dat die uiterst zwakke straling onmogelijk schade aan het menselijk weefsel kan toebrengen.
Nu is Vriens zelf natuurkundige.
Na zijn promotie werkte hij dertig jaar bij het NatLab van Philips. Hij heeft vele publicaties in internationale tijdschriften en een reeks patenten op zijn naam. In zijn huis diep in de Brabantse bossen vertelt hij dat hij medio 2o00 gezondheidsklachten kreeg die steeds erger werden. In 2007 kon de fervente roeier niet meer meekomen in de acht. Hij kampte met maagklachten, permanente hoofdpijn en kiespijn. Als it opstond, deed ik een ochtendjas aan. Douchen lukte me niet eens meer. Twee drie uur later was it zover dat ik mij kon gaan aankleden. ’s Middags kon ik wel weer een klein stukje wandelen.’
Vriens doorliep het hele medische circuit. Niets hielp. Tot iemand tegen hem zei: je bent elektrosensitief. In 2004 had hij het basisstation ván een DECT-telefoon-het type draadloze telefoon dat de meeste Nederlanders nu in huis hebben – vlak bij zijn slaapkamer geïnstalleerd. Hij trok de stekker er maar uit. Na een maand waren de hoofdpijn en kiespijn weg en werden de maagklachten al minder,’ vertelt hij. ‘Inmiddels zijn die helemaal verdwenen en ben ik weer op gewicht. Achteraf denk ik dat het feit dat lk ’s middags wat opknapte, te maken had met het stralingsniveau. Dat was op de bank in de woonkamer een factor tachtig lager dan in mijn bed.’
Honderd procent zeker is Vriens dat de straling van zijn draadloze telefoon de oorzaak van zijn klachten was.’ Niet alleen door mijn eigen geschiedenis, maar er zijn honderden soortgelijke verhalen.’ Een tijdje geleden mat hij met de stralingsmeter die hij aanschafte nog het huis door van een kennis met drie kinderen van wie de dochter vaak ziek was. ‘Haar bed stond precies boven het dressoir waarop de DECT-telefoon stond. Mijn apparaat piepte als de pest. Ik was er onlangs en hij zij lk heb nu drie gezonde kinderen.
ln de afgelopen jaren spitte Vriens de berg literatuur over de gezondheidseffecten van zogeheten radiofrequentie straling door. Hij raakte er diep van overtuigd dat er sterk bewijs is dat draadloze vormen van communicatie funest voor de gezondheid kunnen zijn. Ook denkt hij er zijn eigen klachten mee te kunnen verklaren. Onderzoek heeft aangetoond dat door straling de calciumniveaus per cel naar beneden gaan, waardoor de darmwanden doorlaatbaar worden voor gifstoffen. Er komen meer vrije zuurstofradicalen, en daardoor ontstaat DNA schade. Ook daalt het melatonine niveau. Verschrikkelijk belangrijk, want dat gaat de groei van kankercellen tegen. Het melatonine tekort zorgt er ook voor dat je niet goed slaapt. Je hete conditie zakt in elkaar’
Hij legt de kanker statistieken van de afgelopen tien jaar op tafel. Het jaarlijkse aantal nieuwe kankergevallen is in die periode behoorlijk gestegen. ‘Worden de mensen de laatste tien jaar zoveel ouder? Ik dacht het niet. Ik denk dat de toename van draadloze apparatuur – mobieltjes, wifi, DECT-telefoons, zendmasten zeker een bijdrage levert. Een aantal onderzoeken heeft aangetoond dat mensen die dicht bij zendmasten wonen een aanzienlijk hogere kans hebben om kanker te krijgen. Zaadbal kanker komt tegenwoordig meer dan twee keer zoveel voor als twintig jaar geleden. Waar dragen mannen hun mobieltjes?’
Onderbuikgevoel
Niets aan de hand, Dat ls het standpunt van het belangrijkste adviesorgaan van de Nederlandse overheid op dit gebied: de ”gezondheidsraad”. In haar adviezen komt de gezondheidsraad de afgelopen vijftien jaar keer op keer tot de conclusie dat er ”geen oorzakelijk verband tussen gezondheidsproblemen en blootstelling aan de elektromagnetische velden afkomstig van mobiele telefoons of basisstations voor mobiele telefonie is aangetoond” In een recent verschenen rapport oordeelt de Raad opnieuw dat er geen aanwijzingen zijn dat mobieltjes invloed hebben op de gezondheid van kinderen en de ontwikkeling van hun hersenen. Een reden om voor de Jeugd ander blootstelling limieten aan te bevelen zien de ”wakers over de gezondheid” ? van de Nederlandse bevolking niet.
Opmerkelijk. Toen de WHO dit voorjaar haar gewraakte beslissing nam om mobieltjes mogelijk kankerverwekkend te noemen, schreven de daarvoor verantwoordelijke leden van het Internationale Agency for Research on Cancer (IARC) in The Lancet 0ncology, ‘Bij kinderen is de energie die radiofrequente straling aflevert vergeleken met volwassenen twee keer hoger in het brein en tot tien keer hoger in het beenmerg van de schedel.‘ De WHO meende dat er wél serieuze aanwijzingen waren voor een verband tussen mobiele telefonie en gezondheidseffecten. In de openings alinea van haar pers bericht was te lezen dat de beslissing radiofrequente straling mogelijk kankerverwekkend te noemen was gebaseerd op een verhoogd risico op glioom, een kwaadaardige vorm van hersen kanker, geassocieerd met het gebruik van draadloze telefonie.
‘Die uitspraak over dat verhoogde risico is een beetje kort door de bocht,’ vindt Eric van Rongen, secretaris van de commissie elektromagnetische Velden van de Gezondheidsraad. Hij legt uit dat de WHO zich in essentie baseert op twee bronnen van het Interphone onderzoek dat in dertien landen is uitgevoerd en de studies van de Zweedse oncoloog Lennart HardeL
Bij beide heeft de Gezondheidsraad haar bedenkingen. ‘Er is door de groep lnterphone-onderzoekers geprobeerd een gezamenlijke conclusie te trekken, zegt radiobioloog Van Rongen. ‘Dat bleek allemaal niet zo vreselijk makkelijk te zijn. De gegevens wezen niet eenduidig één richting in. Het heeft jaren geduurd voor ze tot een conclusie kwamen.’ Die luidde dat er een verhoogd risico was op glioom in de subgroep die het langst de telefoon had gebruikt en er het meest mee had gebeld aan de kant van het hoofd waar de hersentumor zich bevond.
Maar misschien waren juist de mensen die getroffen waren door een hersentumor wel geneigd hun belgedrag te hoog ln te schatten. ‘Dat getal van het totaal aantal belminuten over de afgelopen tien jaar is erg onzuiver en onzeker,’ zegt Van Rongen, ‘evenals als de herinnering aan welke kant van het hoofd de telefoon is gebruikt. Daarom is een flink deel van de onderzoekers erg terughoudend om daar vergaande conclusies aan te verbinden,’ ook onderzoeken van Hardell, die claimt dat het risico op glioom aan de kant waar de mobiele telefoon wordt gebruikt dubbel zo hoog ls, wees de gezondheidsraad eerder van de hand omdat er te veel methodologische bezwaren aan zouden kleven.
‘Welke dat precies zijn, heeft de Commissie niet expliciet gemaakt,’ geeft Van Rongen toe. ‘Het probleem ts dat uit de publicaties niet hard ls te maken wat er allemaal niet goed mee is.’ Wat de deskundigen van de Gezondheidsraad verdacht vonden, was dat Hadell beweerde dat meer dan negentig procent van de mensen die hij benaderde aan zijn onderzoek meedeed. Daarnaast waren er geruchten dat hij de gegevens gemanipuleerd had.’
Dat was van zijn lang zal zijn leven niet te bewijzen en daar zijn ook helemaal geen concrete aanwijzingen voor. Dat zijn alleen maar onderbuikgevoelens die mensen hadden onder andere doordat men vond dat zijn percentage deelnemers onrealistisch hoog was en er ln het verleden wel eens beschuldigingen zijn geweest richting Hardell dat hij gemanipuleerd had met zijn gegevens. Hij is nooit officieel berispt, maar is wel van baan veranderd.’ Achteraf hecht Van Rongen eraan toe te voegen dat dit alles in het oordeel van de Gezondheidsraad geen rol heeft gespeeld.
Wij gaan uitsluitend van de wetenschappelijke feiten uit, zoals die in artikelen zijn gepresenteerd.’ lnterphone noch Hardell kunnen de Gezondheidsraad ervan overtuigen dat er serieuze redenen zijn angst te hebben voor mobieltjes. Dat er geen grond is gealarmeerd te zijn vindt ook Erik Lebret. De Utrechtse hoogleraar en voorzitter van het Wetenschapsforum van het Kennisplatform elektromagnetische Velden, een samenwerking van onder meer RIVM, KEMA en CGD. Die club heeft als opdracht het publiek wegwijs te maken door het wetenschappelijke oerwoud van studies over de gezondheidseffecten van elektromagnetische straling.
”Het zijn allemaal zogeheten case control studies, ‘zegt Lebret.” Daarbij reconstrueer je van mensen die al dan niet ziek zijn geworden achteraf hun belgedrag. Maar het geheugen ls gebrekig en beïnvloedbaar. Echt uitsluitsel kunnen alleen cohortstudies geven. Je volgt mensen vijfentwintig Jaar en Je kunt hun feitelijke belgedrag meenemen. Daarvan lopen er nu een paar. Maar het duurt nog jaren voordat de resultaten bekend zijn.’ Intussen moeten we het doen met de aanwijzingen uit terugblikkend onderzoek. In een poging daar toch een betrouwbaar beeld uit te distilleren, werkt de Gezondheidsraad nu aan een meta-analyse van ale beschikbare gegevens.
Onlangs deden onderzoekers onder leiding van de Italiaanse professor Angelo Levis in het tijdschrift environmental Health al een poging die klus te klaren, Hun conclusie: een netjes opgezet onderzoek dat niet door de telecomindustrie is gefinancierd laat een duidelijk verband zien tussen het gebruik van mobiele telefonie en hersentumoren, Studies die het mobieltje vrijpleitten, zijn of gesponsord of hebben methodologische gebreken. Mogen we Levis geloven, dan moeten we tegen het eind van dit decennium serieus rekening houden met honderdduizenden gevallen van door mobiel bellen veroorzaakte hersenkanker alleen al in de VS.
(In de VS krijgen 3.500 kinderen tussen 0-14 hersen tumoren 4.3 % van het totaal. 87.240 mensen zullen in 2020 de diagnose hersen tumor krijgen. Bron: braintumor.org)
Van Rongen heeft het stuk nog niet gelezen. Maar de uitkomst vindt hij dubieus. ‘Het is altijd twijfelachtig of je dat soort conclusies kunt trekken. De Interphone ‘studies zijn’ mede gefinancierd door de industrie. Dat geld is in een grote pot gestopt die is beheerd door een onafhankelijke organisatie, waarbij er absoluut geen mogelijkheid was voor geldschieters om invloed uit te oefenen op de manier waarop het onderzoek werd uitgevoerd. ‘Ook Lebret is niet onder de indruk. ‘Ik vind het een merkwaardig stuk. Een van de eerste dingen in een meta-analyse is dat Je zegt wat je selectie criteria zijn. Wat afvalt en waarom, laten ze niet zien.’
Veertje tegen een muur
Op de uitkomsten van onbetwistbaar epidemiologisch onderzoek is het nog wachten. Intussen proberen onderzoekers aanwijzingen te krijgen door in celkweken, proefdieren en mensen te kijken of elektromagnetische straling veranderingen teweegbrengt. ‘Het effect dat het meest consistent is aangetoond, is een lichte beïnvloeding van de hersenactiviteit’ zegt Van Rongen. Je ziet dat in een bepaald type natuurlijke elektromagnetische golven in de hersenen kleine veranderingen optreden
als de herenen worden blootgesteld aan de activiteit van mobiele telefoons. Wat de gezondheidsbetekenis daarvan is, is volslagen onduidelijk. Er is nooit gevonden dat dit effect heeft op de gezondheid.’
Onlangs claimden onderzoekers ln het gezaghebbende Journal of the American Medical Association aangetoond te hebben dat radiofrequente straling de aanmaak van glucose in het brein verhoogt.’ Dat is een onderzoek waarvan de opzet veel kritiek heeft gehad, omdat niet duidelijk was wat de blootstelling was,’ zegt van Rongen. ‘vanwege de nogal rammelende onderzoeksopzet is het lastig er heldere conclusies uit te trekken.’ Ook Lebret heeft zijn bedenkingen. ‘Er is alweer een Finse studie die het tegenovergestelde heeft gevonden, namelijk dat die glucoseniveaus naar beneden gingen. Het is zeldzaam dat dergelijke studies die een biologisch effect laten zien, herhaald kunnen worden en dán hetzelfde resultaat laten zien.’ Onenigheid is er ook over de vraag of radiofrequente straling 0berhaupt wel sterk genoeg is om echt schade toe te brengen.
Het is niet-ioniserende straling, die er niet eens in slaagt een elektron uit zijn baan te tikken. ‘De kracht die radiogolven uitoefenen, is lang niet genoeg om moleculen te laten migreren of te beschadigen, Het is te vergelijken met een klein kind dat tegen een truck duwt of een veertje dat tegen een muur waait,’ zij de Utrechtse professor Jan Lagendijk bij een bijeenkomst van het Kennisplatform Elektromagnetisch velden. Maar wie denkt dat de angst voor straling is voorbehouden aan mensen die te dom zijn om de natuurwetten te begrijpen, heeft het mis. Lagendijks Engelse vakbroeder Denis Henshaw, hoogleraar fysica en expert op het gebied van de gevolgen van straling voor het menselijke lichaam, meent juist dat er voldoende wetenschappelijk inzicht is hoe radiofrequente straling in het lichaam ingrijpt.

De industrie zou onderzoek
dat op schadelijke effecten wijst, besmeuren
Henshaw verwierf ln Engeland bekendheid met onderzoek naar het verband tussen kinderleukemie en hoogspanningsmasten. Volgens hem is fysisch aangetoond dat radiofrequentie straling de levensduur van vrije radicalen – reactieve chemische verbindingen die zich op het DNA kunnen vastzetten – kan beïnvloeden, Dat is precies het effect waar ook Van Larebeke, lid van de Vlaamse gezondheidsraad, op wijst. Naar zijn inzicht zijn er duidelijke aanwijzingen dat die straling ‘op krachtige wijze de concentratie van actieve vormen van zuurstof en vrije radicalen opdrijft. Al is de straling niet sterk genoeg om het DNA te beschadigen, via de vorming van vrije radicalen zou zij toch schade aan het erfelijke materiaal kunnen veroorzaken.
Erik Lebret is laconiek over experimenten die dergelijke DNA schade zouden aantonen. Vrijwel alles is mutageen, kan het erfelijk materiaal veranderen. De stap van de capaciteit het genetisch materiaal te veranderen naar kankerverwekkend wordt veel te makkelijk gezet. Bovendien hoeft wat je in een Petri schaaltje kunt laten zien in de praktijk nog niet te gebeuren.’ ook van Rongen vindt dat zijn Vlaamse collega zijn hand overspeelt. ‘Zijn conclusie gaat veel verder dan waar de wetenschappelijke literatuur aanwijzingen voor geeft. Van Larebeke heeft bepaalde opvattingen over mogelijke mechanismen die een rol spelen die niet helemaal wetenschappelijk onderbouwd zijn.’
In een aantal onderzoeken, onder andere de door de EU gefinancierde REFLEX-studies, ls bij een specifiek signaal DNA schade gevonden, zegt Ván Rongen. ‘Dat werd toen verklaard door te zeggen dat er meer vrije radicalen zijn of dat vrije radicalen die van nature aanwezig zijn minder makkelijk weggevangen worden en langer hun destructieve werking kunnen uitoefenen. Het probleem met die REFLEX-studies is dat er niet alleen vermoedens waren van manipulatie, maar dat die ook is aangetoond. De waarde van die onderzoeken is twijfelachtig’
Belangenverstrengeling
Van Rongen en Lebret schieten gaten in alle studies die wijzen op een gezondheidseffect van mobieltjes. Op zijn best kleven er methodologische bezwaren aan, op zijn ergst is er gefraudeerd- Maar klopt die aantijging van fraude wel, of is het een retorische strategie? In haar vorig jaar verschenen boek Disconnect zocht de Amerikaanse kankeronderzoeker Dewa Davis het uit. Davis was hoogleraar epidemiologie in Pittsburgh en won verschillende prijzen voor het bevorderen van de publieke kennis over kanker In Disconnect beschrijft ze hoe de telecomindustrie onderzoek dat op schadelijke effecten van radiofrequente straling wist probeert te besmeuren. Haar ultieme voorbeeld is de ook door Van Rongen geuite beschuldiging van fraude bij de REFLIX studie.
ln 2007 claimden de onderzoekers in laboratoria in wenen en Berlijn te hebben aangetoond dat de straling van mobiele telefoons het DNA kan beschadigen. Een Jaar later haalde het bericht dat de studie op fraude gebaseerd zou zijn alle kranten. De verantwoordelijke laborante zou dat hebben toegegeven. Maar de tijdschriften waarin het onderzoek was gepubliceerd, vonden na eigen onderzoek geen rechtvaardiging om de resultaten terug te trekken.
Wie was er eigenlijk met de beschuldiging gekomen? Dat was Alexander Lerchl, hoogleraar aan een privé-universiteit ln Bremen. Hij haalde, schrijft Davis, tussen 2002 en 2008 flink wat geld binnen uit het mede door de industrie gefinancierde Deutsches Mobilfunk Forschungs programm. Vlak na het verschijnen van Davis’ boek wees het IARC-comité dat zich bezighoudt met radiofrequente straling Lerchl als lid af wegens het gevaar van belangenverstrengeling. Toen hij protest aantekende, legde de IABC hem in een pittige brief uit dat zijn lidmaatschap niet zou bijdragen aan een evenwichtige commissie, omdat een goed deel van zijn werk er louter op gericht was publicaties die wijzen op een gezondheidseffect onderuit te halen.
Het gevaar van belangenverstrengeling bleek ook dit voorjaar, toen de Zweedse wetenschapper Anders Ahlbom zich moest terugtrekken als IARC expert. Een Zweedse onderzoeksjournaliste had onthuld dat Alhbom in de raad van bestuur zat van de consultfirma van zijn broer, een in Brussel actief bedrijf dat de telecom industrie helpt bij het lobbyen op het gebied van milieuregelgeving. Tot 2008 was Ahlbom voorzitter van de Commissie Epidemiologie van de ICNIRP, het internationale comité dat adviseert over de blootstellinglimieten aan radiofrequentie straling. In zijn publicaties komt hij systematisch tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn voor gezondheidseffecten van mobieltjes.
Nooit tegen je oor !
Door het werk van zijn voormalige collega Devra Davis raakte Ronald Herberman geïnteresseerd in de gevaren van mobiele telefonie. Herberman was de oprichter van het Pittsburgh Cancer Institute en behoort wereldwijd tot de meest geciteerde immunologen, Hij verdiepte zich in de literatuur en kwam tol de conclusie dat er groeiend bewijs is voor negatieve gezondheidseffecten. Net als Davis en Levis denkt hij dat achter veel ontlastend onderzoek fout geld zit. In een memorandum dat internationaal aandacht trok, deed Herterman rigoureuze aanbevelingen. Sta kinderen alleen in noodgevallen toe mobiele telefoons te Gebruiken. Vermijd te alen tijde mobieltjes op je lichaam te dragen. Houd de telefoon nooit tegen Je oor, maar gebruik altijd een koptelefoontje.
Nogal alarmerende adviezen. Maar die lijken al een stuk minder radicaal als je je er rekenschap van geeft dat ook de WHO in voorzichtigere bewoordingen voorzorgsmaatregelen aanbeveelt. Bij de presentatie van de beslissing van de WHO radiofrequente straling in de categorie ‘mogelijk kankerverwekkend’ in te delen, pleitte Christopher Wild, directeur van de IARC, voor meer onderzoek naar de lange termijneffecten. Zolang de uitkomsten daarvan er niet zijn, is het, zei hij ‘belangrijk om pragmatische voorzorgsmaatregelen te nemen om de blootstelling te verminderen, zoals hulpstukken om handsfree te bellen en het gebruik van sms’.
Bij onze zuiderburen schrijft de overheidsdienst voor volksgezondheid op zijn site dat ‘meerdere wetenschappers het er over eens zijn dat kinderen de gsm het best zo weinig mogelijk gebruiken’. Niet alleen is de energieopname in het hoofd van een kind groter, ook baart het de Belgen zorgen dat de totale blootstelling van de huidige generatie kinderen bij hun volwassenheld veel groter zat zijn dan die van de huidige volwassenen. Alle reden voor matig gebruik, vindt de Belgische overheid. Frankrijk is nog radicaler. Daar ls het gebruik van mobiele telefoons op crèches, lagere scholen en colleges (middelbare school tot en met veertien Jaar) sinds juli 2010 bij wet verboden. Evenmin toegestaan ls het reclame voor mobieltjes te richten op kinderen jonger dan veertien jaar.
Ook de Israëlische ministerie van Gezondheid maant de bevolking tot voorzichtigheid, Dit mede op advies van de Israëlische wetenschapper slegal sadetzki, zij leidde de Interphone-studie in Israël en meende dat de onderzoekresultaten behalve een relatie met hersentumoren ook een verband laten zien tussen zeer frequent mobiel bellen en speekselklierkanker. Voorzorg beveelt ook de European Environmental Agency aan. In een persbericht van 12 oktober schrijft dit agentschap van de Europese Commissie dat ‘er voldoende aanwijzingen voor risico zijn om mensen, speciaal kinderen, te adviseren het mobieltje niet tegen het hoofd te houden’,
Geen debat
Het opvallende Europese advies haalde geen enkele Nederlandse krant. Een week later bracht het NRC Handelsblad wel prominent het nieuws dat mobieltjes onschadelijk zouden zijn ‘Het gebulk van de mobiele telefoon veroorzaakt geen hersentumoren. Dat wisten we al, maar het is nu opnieuw bevestigd door de grootste studie ooit naar dit vermeende verband.’ De bron voor dit ferme oordeel was een publicatie in Brittish Medical Journal over een groot Deens onderzoek naar het voorkomen van hersenkanker. Een van de twee auteurs van de editorial die het onderzoek in het blad aankondigde, was Anders Ahlbom, de man die de IARC moest verlaten vanwege belangenverstrengeling.
De door NRC tot de waarheid verheven studie vergeleek de Denen die in 1995 of al daarvoor een mobiel abonnement hadden met mensen die toen het mobieltje nog niet hadden ontdekt- In die vroege jaren was frequent mobiel bellen nog nauwelijks in zwang. Bovendien waren de mensen met een abonnement via hun werk, vaak de zware bellers, van het onderzoek uitgesloten. ‘Dat geeft meteen al aan hoe boterzacht de hele blootstellingkarakterisering in die studie is,’ zegt de Utrechtse hoogleraar Hes Kromhout. ‘Dat je dan geen verhoogd risico vind had je al kunnen voorspellen.’ Kromhout leidt het Nederlandse deel van het onderzoeksproject Mobi-kids naar hersentumoren bij kinderen en jongvolwassenen in relatie tot mobiel telefoongebruik. Nooit maakte hij mee dat het er zo heftig en ruw aan toeging als onder de wetenschappers die zig met radiofrequente straling bezighouden. ‘Het hele onderzoekveld is dramatisch gepolitiseerd. Ze zitten in kampen en vanuit de schuttersputjes bestoken ze elkaar. Het ls zelf zo erg dat we vijf Jaar op de resultaten van de Interphone-studie moesten wachten, omdat ze onderling slaags raakten. De mensen uit beide kampen praten over elkaar alsof ze totaal niet begrijpen waar de ander mee bezig is.’
Hoe voorzichtig moeten we zijn zolang de wetenschappers elkaar de tent uit vechten? Terwijl in véle landen een heftig debat woed en sommige landen strenge voorzorgsmaatregelen nemen, lijkt geen Nederlandse politicus zich druk te maken en ls er nauwelijks een publiek debat. Dat zal er zeker mee te maken hebben dat er geen gezaghebbende wetenschappers zijn die zich tot het kamp der verontrusten hebben bekeerd en die zich stevig roeren in de media. Hier domineert de Hollandse nuchterheid van het type Kromhout, ‘Ik denk dat er meer reden is je zorgen te maken over kinderen die op de fiets naar hun smartphone turen.’
Die laconieke volksaard kan ook een keerzijde hebben vreest Leendert Vriens, ‘In 1918 werd er voor het eerst gepubliceerd dat je longkanker kunt krijgen van asbest, in de Jaren vijftig was het algemeen bekend en pas in 1993 is het gebruik ervan in Nederland verboden. Ik vrees dat het met elektromagnetische straling net zo gaat lopen.
We zijn bezig met een grootschalig experiment met de gezondheid van mensen dat dramatische gevolgen kan hebben….
Toegevoegd: En onze incompetente volksvertegenwoordigers zijn, net als de jeugd, alleen maar bezig met hun mobieltje! Vroeger waren er slimme mensen met domme telefoons, tegenwoordig heb je domme mensen met ”slimme” ziekmakende telefoons. Je kunt je vast opmaken voor een volgende golf Covid-19 met de uitbreiding van 5G!!! Ook dood/zieke mensen zijn goed voor de economie!!
En besef: een vaccin tegen Covid-19 bestaat niet,
net zomin als er een vaccin voor griep bestaat,
of een vaccin voor verkoudheid!!

